Aids-slag is gewonnen, nu de oorlog nog

Voor de Zuid-Afrikaanse aids-lijders maakt het intrekken van de rechtszaak over patentrecht die de farmaceutische industrie had aangespannen tegen de Zuid-Afrikaanse regering, weinig uit. De regering blijft immers weigeren hiv serieus te nemen.

Een grote overwinning voor actiegroepen en de Derde Wereld, een smadelijke afgang voor een van de krachtigste bedrijfstakken ter wereld. Zo vierden activisten gisteren het intrekken van de rechtszaak in Pretoria over patentrecht die de farmaceutische industrie had aangespannen tegen de Zuid-Afrikaanse regering. Voor de miljoenen dragers van het aids-virus in Zuid-Afrika komen binnenkort goedkope geneesmiddelen op de markt, denken velen nu. Maar is dit een juist beeld? Ja, de farmaceutische multinationals leden een nederlaag, waarvan de implicaties nog duidelijk moeten worden. Maar voor de aids-lijders maakt het weinig uit. De Zuid-Afrikaanse regering blijft namelijk bij haar weigering hiv serieus te nemen.

De touwtrekkerij tussen Zuid-Afrika en de farmaceutische industrie ging niet alleen over medicijnen tegen hiv en aids, maar om de rechten op de patenten, de productie en de invoer van geneesmiddelen in zijn algemeenheid. De kwestie speelt sinds 1997. Toen kwam Pretoria met nieuwe wetgeving, de Wet op de Controle van Medicijnen en Aanverwante Producten, bedoeld om goedkopere geneesmiddelen op de markt te brengen. Regering en parlement keurden de wet goed, maar tot implementatie kwam het niet omdat de overkoepelende organisatie van farmaceutische bedrijven in Zuid-Afrika (PMA) meteen bezwaar aantekenden en er een juridische zaak van maakten.

De industrie stelde dat de nieuwe wet een aanslag was op het patentrecht en verdedigde de hoge winsten die op medicijnen worden gemaakt met de noodzaak van research. Een aanzienlijk deel van de winst wordt weer in onderzoek naar en het testen van nieuwe medicijnen geïnvesteerd. De Zuid-Afrikaanse overheid wees van haar kant op het feit dat veel geneesmiddelen in Zuid-Afrika en andere ontwikkelingslanden meer kosten dan in menig Westers land.

Na een lange voorbereiding begon vorige maand voor het Hooggerechtshof in Pretoria eindelijk de rechtszaak onder de naam `PMA versus RSA' : Pharmaceutical Manufacturers Association tegen de Republiek Suid-Afrika. De industrie kreeg van het hof meteen al lik op stuk toen de Treatment Action Campaign, een actiegroep die de belangen van aids-patiënten behartigt, als partij werd toegelaten aan de zijde van de regering. Het maakte uitstel van de zaak tot deze week nodig. De farmaceutische industrie zette de hakken in de grond en leek vastbesloten haar patentrecht - en haar winsten, volgens critici - tot het bittere einde te verdedigen. Waar men niet op had gerekend was de wereldwijde verontwaardiging die het proces veroorzaakte. Een petitie `Drop the Case' ging rond in 130 landen. Het waren niet alleen doorgewinterde activisten die de bedrijfstak bestookten met het verzoek de zaak te laten vallen, ook een aantal regeringen (waaronder de Nederlandse) schaarde zich achter de `sympathieke zaak'.

Het proces verschoof, zoals Eric Goemare van Artsen zonder Grenzen in Zuid-Afrika deze week uitlegde, op de balans van de bedrijven gaandeweg van baat naar kost. De golf van negatieve publiciteit betekende voor de farmaceutische industrie grote potentiële schade, van een dalende omzet, tot boycots en verlies op de beurs (de aandelen van GlaxoSmithKline daalden gisteren op Wall Street met 5 procent). Terwijl de directrice van de PMA, Mirryena Deeb, begin deze week desgevraagd nog stug volhield dat er van het intrekken van de rechtszaak ,,absoluut geen sprake'' zou zijn, werd er op het allerhoogste niveau, tussen de topmensen van de bedrijven in hun Europese en Amerikaanse hoofdkantoren, juist druk overleg gevoerd hoe men zich nog op een fatsoenlijke manier kon terugtrekken. Druk van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, om de zaak te laten vallen, gaf uiteindelijk de doorslag. De farmaceutische bedrijven trokken zich gisteren terug, na een akkoord buiten het hof om en beloofden ook de rekening te betalen.

De farmaceutische industrie koos hiermee tevens voor een tactische terugtrekking. De Afrikaanse markt is slechts goed voor 0,6 procent van de wereldomzet. De grote medicijnproducenten wilden het gisteren laten voorkomen dat ze de redders van Afrika zijn. Met het accepteren van de Zuid-Afrikaanse wetgeving, die waarschijnlijk nog dit jaar zal leiden tot een algehele daling van de prijzen van medicijnen, lieten de fabrikanten zien van goede wil te zijn.

De industrie hoopt nu dat Zuid-Afrika geen keerpunt zal blijken te zijn. Want als andere ontwikkelingslanden het voorbeeld van Pretoria volgen, wat dan? Het is niet uitgesloten dat de industrie zich dan minder gemakkelijk gewonnen zal geven.

Zuid-Afrika kan de wet op het patentrecht van medicijnen nu toepassen. De minister van Volksgezondheid, Manto Tshabalala-Msimang, zei gisteren dat zij de wet met voortvarendheid zal uitvoeren. Dit betekent dat de invoer van goedkope medicijnen en de productie van merkloze geneesmiddelen doorgang kan vinden. In het akkoord dat de minister sloot met de industrie, heeft zij uitdrukkelijk verklaard dat Zuid-Afrika zich overigens zal houden aan internationale overeenkomsten op eigendomsrechten.

Voor de aids-campagne had de minister helaas geen goed nieuws. De Zuid-Afrikaanse regering blijft bij haar weigering aids-remmers in het ziekenfonds op te nemen, hoewel behandeling nu binnen een betaalbaar bereik komt. Indiase bedrijven kunnen een volledige anti-hiv-kuur leveren voor minder dan 300 dollar per patiënt per jaar. Zuid-Afrika is het land met het hoogste aantal dragers van het hiv-virus (4,7 miljoen, dat is één op de negen inwoners), maar Tshabalala-Msimang hield gisteren vol dat zij zich vooralsnog zal beperken tot het bestrijden van de symptomen. Reden: het toedienen van de anti-hiv-cocktails vereist een medische infrastructuur die het land niet heeft. Achterliggende gedachte waar de minister niet over sprak blijft de twijfel of hiv inderdaad de veroorzaker van aids is.

Op het gezicht van Zackie Achmat, de leider van de Treatment Action Campaign (TAC), die de belangen van aids-lijders behartigt, was gisteren de teleurstelling te lezen. ,,We hebben de eerste ronde gewonnen, nu moeten we onze regering zover krijgen hiv te bestrijden'', zei hij. Op dit gebied is de situatie terug bij af. Het monsterverbond tussen de regering en TAC tegen de farmaceutische industrie leidde tot het gewenste resultaat, vanaf nu staan de twee bondgenoten weer tegenover elkaar.