WILSRECHTEN

In het nieuwe erfrecht krijgen kinderen hun deel van de erfenis (het kindsdeel) pas als de langstlevende ouder is overleden. In plaats daarvan krijgen ze een geldvordering ter grootte van hun erfdeel. Maar wat als vader of moeder besluit opnieuw te trouwen? En dan vervolgens als eerste overlijdt? Dan gaat de erfenis naar de nieuwe partner, inclusief de kindsdelen van de kinderen uit het eerste huwelijk. Niet alleen moeten de kinderen dan langer wachten op hun geld, maar ook kan het gebeuren dat goederen met `gevoelswaarde' dan in de stieffamilie blijven. Om dit potentiële leed te verzachten, heeft de wetgever een oplossing bedacht in de vorm van zogeheten aanvullende voorzieningen: de wilsrechten.

Vanaf 2002, als de nieuwe wet ingaat, krijgen kinderen in bepaalde gevallen de mogelijkheid om goederen ter waarde van hun vordering in eigendom te krijgen. Daarbij houdt de langstlevende ouder wel het vruchtgebruik van die spullen, dus de kinderen kunnen de kast van oma nog niet in hun eigen huis zetten. Maar ten opzichte van de stieffamilie hebben de kinderen dan wel een onvervreemdbaar recht op goederen die van hun eigen familie afkomstig zijn.

Kinderen kunnen een beroep doen op wilsrechten als de langstlevende ouder een stiefouder is of als de eigen vader of moeder later hertrouwd is met een nieuwe partner.