Vermogen kan lastig bezit zijn

Hoe vermogend is uw gemeente? Dat blijkt een lastige vraag te zijn. Maar ook een zeer vermogende gemeente zal niet meteen voor Sinterklaas gaan spelen.

Het lijkt goed nieuws voor de inwoners van Eemnes. In het vandaag gepubliceerde overzicht (`Decentrale overheden in balans') van vermogens van gemeenten scoort deze Utrechtse gemeente hoog. Dus kunnen volgende maand de bijstandsuitkeringen in Eemnes omhoog? Of de onroerendzaakbelasting (ozb) omlaag? Of ligt er nog iets anders leuks in het verschiet?

Het antwoord luidt drie keer `nee'. Vermogens enerzijds en zaken als ozb en bijstand anderzijds hebben niets met elkaar te maken. De vermogens gaan over het bezit van gemeenten (publieke gebouwen, grond, faciliteiten als elektriciteitscentrales, aandelenpakketten). Onroerendzaakbelasting is, onder meer, afhankelijk van politieke besluitvorming en van de waarde van de particuliere gebouwen. Een gemeente met een naar verhouding groot vermogen kan daarom toch hoge heffingen aan haar burgers opleggen.

Een tweede reden voor het negatieve antwoord is dat veel bezit, zoals centrales en gebouwen, ook veel onderhoud vergt. Andere bezittingen zoals aandelenpakketten zijn vaak voor langere tijd vastgezet.

Er is nog een belangrijke reden waarom de directe bruikbaarheid van de vandaag gepresenteerde vermogenscijfers gering is. In het rapport wordt vastgesteld dat de jaarrekeningen van lagere overheden vaak onvolledige informatie over het eigen vermogen verschaffen. Het probleem is vooral dat iedere gemeente, provincie en waterschap er zijn eigen methode van boekhouden op nahoudt. ,,De cijfers achter de balans zijn niet zichtbaar'', aldus onderzoeker Gerritsen. De toenmalige Raad voor de gemeentefinanciën, nu Raad voor de Financiële Verhoudingen (RFV), heeft geprobeerd te achterhalen welke specifieke uitkeringen naar welke gemeenten gingen. Dat was nodig in het kader van de herverdeling van het gemeentefonds, vanwaaruit gemeenten bijdragen van de rijksoverheid ontvangen. De raad liep tegen dezelfde problemen aan als de Groningse onderzoekers nu in hun rapport constateren. ,,We konden niet achterhalen wat de omvang en de oorsprong van het eigen vermogen waren. We hebben toen maar alle gemeenten aangeslagen voor eenzelfde percentage'', zegt W. van Zaalen, adviseur van de RFV. Dat was volgens hem niet de beste oplossing, omdat het eigen vermogen van gemeenten wisselt in omvang als gevolg van historische factoren. Zo is in Zuid-Holland de elektriciteitsvoorziening van oudsher in handen van enkele grote gemeenten. In andere delen van het land werd die taak door provincies uitgevoerd. Nu dat bezit enorm in waarde is toegenomen en steeds minder mensen van mening zijn dat elektriciteitsvoorziening een overheidstaak is, worden elektriciteitsbedrijven op de markt aangeboden. Sommige gemeenten profiteren daarvan, waardoor hun eigen vermogen nog meer in omvang toeneemt ten opzichte van andere gemeenten.

De Ceteco-affaire in Zuid-Holland, waarbij de provincie als bankier ging optreden, vestigde de aandacht op de risico's die zijn verbonden aan het vrijelijk beleggen van dat kapitaal. Inmiddels zijn de regels aangescherpt.

Van Zaalen van RFV: ,,Men mag alleen investeren om het gemeentelijk vermogen in stand te houden, door te beleggen in staatsobligaties of AEX-fondsen. Men moet `prudent beleggen' zoals dat heet.''

Toch mogen gemeenten zelf bepalen wat aanvaardbaar is. Daarom is het noodzakelijk, volgens Van Zaalen, dat zowel burgers en provincie als de rijksoverheid inzicht hebben in de omvang van de bezittingen van gemeenten, provincies en waterschappen. ,,Ik begrijp dat colleges van B en W niet willen dat burgers weten hoe rijk ze zijn, want dan willen die misschien minder belasting betalen. Dat is een terechte vraag van burgers waarop colleges een fatsoenlijk antwoord moeten geven'', aldus de adviseur.

De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) is terughoudender in haar onderschrijving van het Groningse rapport. ,,Ik heb daar moeite mee'', zegt T. Jacobs van de VNG. ,,Als je een woonwijk bouwt in Gouda, waar de grond minder stevig is, zal de riolering misschien 25 jaar meegaan. In het oosten van het land kan de riolering wel 100 jaar meegaan. Gemeenten verwerken dat op verschillende wijze op hun balans. Door de verschillende omstandigheden waarin gemeenten verkeren, kun je de bezittingen nooit volledig met elkaar vergelijken.''

    • Ronald Rovers