Sim

In Suriname is pesi een verzamelwoord voor erwten en bonen. Ook de erwten van sim gaan door het leven als `pesi'. Sim, ook wel sem genoemd, zijn dikke peulen die er uitzien als sugar snaps. Hun bruine of bruingespikkelde erwten lijken op bruine bonen.

Sim ligt vaak in fraai groen uiterlijk te koop op de markt of in de Surinaamse winkel; die exemplaren hebben wij nodig voor onderstaand recept. De peul kan ook droog en verschrompeld zijn. Daarmee is hij niet ongeschikt voor consumptie, want dan worden alleen de pesi gebruikt.

Haal de draden van de sim af net als bij sperziebonen. Splijt de peulen aan één kant open zodat de erwten zichtbaar zijn en verdeel de opengeklapte helften in twee of drie stukken. Pel de ui en, snijd hem doormidden en dan elke helft in ringen. Snijd de tomaat in stukken en de eventuele peper fijn. Verhit de olie in een pan en bak hierin de ringen ui. Pers de knoflook boven de pan uit en doe er de stukjes peper bij. De stukken sim en tomaat en de masala toevoegen en even meebakken. Giet een kop water in de pan. Schil de aardappels, snijd ze in schijven als bij appels en doe die ook in de pan. Kook alles met een deksel op de pan tot de stukken sim en aardappel gaar zijn. De kooktijd hangt af van de dikte van de pesi. U moet op twintig minuten rekenen bij kleine pesi. Af en toe roeren. Schenk er zo nodig nog wat water bij.

Op smaak brengen met zout en peper. Sim wordt vaak gegeten met witte rijst en dahl van gele spliterwten.

Zoals steeds zijn er variaties mogelijk op het gerecht. U kunt de aardappels weglaten en vervangen door twee tomaten extra. U kunt ook als smaakmaker droge vis toevoegen, net als bij stofoe boelansjé (gestoofde aubergine; recept van 6 april 2001).

    • Annelène van Eijndhoven