Schrikbewind in de tropen

In Nederlands-Indië werd, zo heette het, `iets groots verricht'. De Pax Hollandia stuwde het latere Indonesië in de vaart der volkeren op. In Amsterdam zijn op een tentoonstelling over koelies en planters beelden te zien van de rauwe werkelijkheid. Een beklemmende vertoning.

Wie de tentoonstelling `De miljoenen uit Deli, koelies en planters op de tabaksplantages op Oost-Sumatra rond 1900' in het Vakbondsmuseum in Amsterdam bekijkt, beseft dat de Nederlandse geschiedschrijving nog grote leemten vertoont. Aan de hand van vele, vaak prachtige foto's, maquettes, een panoramaschildering en een ouderwetse kijkdoos wordt in twee ruime zalen een beeld geschetst van het schrikbewind op de tabaksplantages.

Tot begin twintigste eeuw was het lot van arbeiders en werklozen waar ook ter wereld weinig benijdenswaardig. In de koloniën kwam daar nog eens het element van racisme bij. Minachting voor menselijk leed kon daar uitgroeien tot vanzelfsprekendheid. `De miljoenen uit Deli', toont een weinig verheffende kant van de Nederlandse geschiedenis.

Het begon met een Nederlandse planter die zich in 1863 in het Noord-Sumatraanse sultanaat Deli vestigde. Hij ontdekte dat de tabak er goed gedijde en van uitstekende kwaliteit was. Tabak was een zeer winstgevend product en binnen korte tijd werden diverse tabaksondernemingen opgericht die zich in 1869 verenigden in de Deli-Maatschappij. Rond de eeuwwisseling genoot Deli bekendheid over de hele wereld als de plek waar het beste dekblad voor de sigaar vandaan kwam. De Deli-maatschappij werd een van de grootste koloniale cultuurmaatschappijen in Nederlands Oost-Indië. Het tabaksgebied in Sumatra was echter dunbevolkt en de exploitatie van tabak was zeer arbeidsintensief. Daarom ging de Deli-Maatschappij ertoe over duizenden Chinese, en later ook Javaanse koelies te ronselen voor de plantages.

De koelies verplichtten zich contractueel enkele jaren op de plantages te blijven werken. De in 1880 in werking gestelde Poenale Sanctie, die inhield dat de politie gevluchte koelies moest opsporen en terugbrengen, zorgde ervoor dat zij zich niet aan de houdgreep van de planters konden onttrekken. Ver van het centrale gezag op Java kon zodoende op de plantages een systeem ontstaan, gekenmerkt door racisme en willekeur.

Zo ernstig was dit schrikbewind dat begin twintigste eeuw de in Medan gevestigde advocaat J. van den Brand zich genoopt voelde `De Millioenen uit Deli' te schrijven, een aanklacht tegen de behandeling van de contractkoelies op de plantages van de N.V. Deli-Maatschappij. Op last van de toenmalige gouverneur-generaal werd zijn aanklacht gevolgd door een `administratief onderzoek'. Dit onderzoek werd in handen gelegd van officier van justitie J.T.L. Rhemrev en werd bekend als het Rhemrev-rapport. Uit dit rapport worden op de tentoonstelling delen geciteerd, stuk voor stuk voorbeelden van onthutsende wreedheid. Chinezen wier `staarten' aan elkaar werden gebonden voordat zij in een rivier tot bijna stikkens toe werden ondergedompeld. Structurele verkrachting van vrouwelijke koelies, het aan hun lot overlaten van zieken en het inwrijven van schaamdelen met blaartrekkende planten. Ook op diverse foto's, unieke prenten uit de begintijd van de fotografie, zien we een glimp van die wreedheid, zoals op de foto met onderschrift: `Straffen van twee gevangenen met stokslagen'.

Het rapport-Rhemrev kwam door toedoen van Nederlandse politici in de doofpot terecht en zou pas in 1985 in de publiciteit komen. Rudy Kousbroek schreef in het Oost-Indisch Kampsyndroom: ,,Het Rhemrev-rapport is in mijn ogen voor Nederland de gruwelijkste onthulling van deze eeuw; wat het aan het licht brengt is niet alleen een lijdensgeschiedenis van zulke kolossale afmetingen dat er geen woorden voor zijn, maar ook de uitgebreide vertakkingen en medeplichtigheden in de manier waarop heel Nederlands-Indië geregeerd werd.''

De koelies, dat maakt deze tentoonstelling wel duidelijk, waren niet anders dan dwangarbeiders, wier enig misdrijf was dat zij arm waren. Hun armoede maakte hen weerloos tegen de ronselpraktijken van de werfagenten. Voor de planters waren de koelies weinig meer dan slaven. De tentoonstelling laat zich bekijken als een verlaat monument voor deze vergeten slachtoffers van het Nederlandse kolonialisme.

De miljoenen uit Deli, koelies en planters op de tabaksplantages op Oost-Sumatra rond 1900, t/m 26 aug. Vakbondsmuseum de Burcht, Henri Polaklaan 9, Amsterdam. Open di t/m vr 11-17u. zo 13-17u Toegang ƒ5 Tel. 020-6241166

    • Hans Moll