Oranje-familie 2

Het artikel van Bilker gaat volledig voorbij aan de huidige gang van zaken voor wat vererving van adellijke titels betreft.

Slechts een edelman heeft een titel die erfelijk is. Trouwt hij met een `roturière' (niet-adellijke vrouw), dan kunnen zijn erkende kinderen (zowel mannelijk als vrouwelijk) niettemin zijn titel erven. In het geval Van Vollenhoven (van wie een oom, mr. Joost van V. de titel jonkheer bezat) zou er derhalve totaal geen sprake kunnen zijn van adellijk nageslacht, omdat de vader slechts de academische graad van magister heeft bereikt. Voor het geslacht der Van Vollenhovens is dus iets gepleegd dat ieder ander adellijk geslacht is ontzegd: de kinderen van de `roturier' hebben de titel van prins gekregen. Het wordt dus nog zotter door de kinderen van deze `non-prince' en geboren uit een huwelijk met – wederom – een `roturière' eveneens de een of andere fantasietitel te geven.

Het aanpassen door `titels' te verstrekken van reeds lang niet meer bestaande eigendommen, zoals het Graafschap Nassau of het Prinsdom Oranje, lijkt mij een onzinnige keuze. Zulke `titels' kan men ook kopen; hetgeen de heer A. van Leeuwen (`Prince de Lignac') heeft aangetoond. Dat ook de kroonprins zich een `roturière' tot bruid verkiest, is, dunkt mij, voor de complete Europese adelstand een `affront'. Dat hij de vrouw van zijn hart kiest, is boven alle lof verheven. Maar dan had hij daaraan ook de consequenties moeten verbinden. Zoals hij die in 1997 bij Paul Witteman ten overstaan van heel het volk meldde. Nu riskeert het Koninkrijk der Nederlanden om ten tijde van Alexander I (of Willem IV) opgezadeld te zitten met een koningin-weduwe als regentes die zelf van niet-adellijke afkomst is.

    • Johan de Bruin