Opgeruimd staat netjes

Herman Scheffer houdt van een onderneming met een duidelijk doel. Bij Gist-Brocades werden dat ingrediënten voor farmaceutische producten en voedingsmiddelen. Internatio- Müller, dat met havenactiviteiten niets meer te maken heeft, gaat zich onder zijn leiding geheel toeleggen op technische installatie. Het sterven is daarmee ,,groot te worden in Europa''.

Alleen de schilderijen aan de muren en een enkel scheepsmodel in de vitrine en vensterbank herinneren op het hoofdkantoor van Internatio-Müller aan de Rotterdamse Westerlaan nog aan het roemrijke verleden van Müller & Co, opgericht door een van de grote voormalige Rotterdamse havenbaronnen. Bestuursvoorzitter Herman Scheffer van Internatio-Müller weet dat dit verleden definitief is afgesloten, maar respecteert het wel. Bijna bewonderend klinkt het uit zijn mond in het statige pand in het voormalige Rotterdamse scheepvaartkwartier: ,,Dat zijn prachtige spullen hè? Het staat ook erg leuk vind ik.''

Verder heeft Scheffer (53 jaar) weinig met scheepvaart, hij is van huis uit werktuigbouwkundig ingenieur. Scheffer groeide op de middelbare school op met de gedachte dat kernenergie de toekomst had in Nederland. Hij werkte na zijn studie in Delft zelfs een paar jaar bij Neratoom aan de snelle kweekreactor van Kalkar voordat de Brede Maatschappelijke Discussie over kernenergie onder jonkheer De Braauw het sprookje van schone, ongevaarlijke energie wreed verstoorde. Scheffer trad in dienst van Gist-Brocades in Delft als projectleider om installaties te bouwen. In 1989 werd hij voorzitter van de raad van bestuur. Op het hoogste niveau werd Scheffer geconfronteerd met een bedrijf dat op wel zes, zeven gebieden tegelijkertijd actief was. Er gingen zelfs stemmen op om ACF, de partner van Gist-Brocades in medicijnengroothandel Brocacef, over te nemen. Scheffer vond dat te veel van het goede. Hij hield zijn verhaal voor de commissarissen die hem de ruimte gaven Gist-Brocades om te smeden tot een onderneming die zich uitsluitend bezighield met ingrediënten voor farmaceutische producten en voedingsmiddelen. In drie jaar tijd halveerde Scheffer de omzet door activiteiten af te stoten, maar in die tijd verdubbelde de winst ruimschoots. In 1998 kwam de volgende stap. Hij verkocht Gist-Brocades aan DSM, waar Scheffer zelf zitting nam in de raad van bestuur. ,,Ik heb me toen niet goed gerealiseerd dat je bij zo'n groot bedrijf als DSM meer bestuurder bent dan ondernemer. En ik wil geen bestuurder zijn, maar ondernemen'', blikt Scheffer op die periode terug. ,,We hebben indertijd van Gist een heel ander soort onderneming gemaakt, ook qua cultuur. Prachtig werk. Maar bij DSM zat ik te weinig onder de mensen. Ik houd er van met drie, vier man om een tafel te zitten en te vragen: `leg me nou eens precies uit wat er aan de hand is.' Dat werkt ook het meest effectief. In een raad van bestuur van een groot bedrijf zitten er voordat je het weet weer vier lagen tussen voordat je tot de kern van de zaak doordringt.''

Mede om die reden bleek Internatio-Müller een nieuw ideaal werkterrein voor Scheffer, zoon van een hoofdonderwijzer uit Oud-Beijerland. ,,Als mijn vader nog zou werken zou hij nu nog onderwijzer zijn. Hij had daar hele duidelijke opvattingen over. Ik ben anders. Als iets eenmaal loopt, ga ik weer iets anders bedenken. Zo zit ik nu eenmaal in elkaar.'' Bij Internatio-Müller trof Scheffer hetzelfde ratjetoe aan bedrijven aan als bij Gist-Brocades. Het déjà vu gehalte moet hoog zijn geweest. ,,Niettemin is er één essentieel verschil'', zegt Scheffer. ,,Toen ik bij Gist-Brocades kwam hadden alle onderdelen van het bedrijf technologie als bindende component. Internatio-Müller was een conglomeraat van bedrijven van van alles en nog wat.''

Scheffer maakte bij Internatio-Müller nog het laatste staartje mee van de haven-gerelateerde activiteiten, zat opgescheept met een matrassenfabriek in Australië, een houthandel in Duitsland, een fabriek voor lampenfittingen in Zuid-Afrika, terwijl IM ook nog actief was in de drie belangrijkste kernactiviteiten medicijnengroothandel Interpharm, chemische distributie en technische installatie (Imtech).

Scheffer voerde in recordtempo (,,zeker wanneer je bedenkt dat we ook nog vier, vijf maanden intensieve fusieonderhandelingen met Stork hebben gevoerd'') een desinvesteringsprogramma uit voor alle eerder genoemde bedrijfsonderdelen – met uitzondering van Imtech – dat pas vorige week definitief werd afgerond met de verkoop van de chemische distributie aan investeringsgroep NIB Capital voor 195 miljoen euro. Het doek voor medicijnengroothandel Interpharm was al eerder gevallen.

De Europese markt wordt beheerst door drie grote spelers, die vele malen groter zijn dan Interpharm. De kans dat Interpharm een dominerende positie op die markt zou kunnen verwerven was daardoor uitgesloten. Exit Interpharm. In de chemische distributie was het verhaal vergelijkbaar. Alleen via een grote – dus risicovolle – acquisitie zou Internatio-Müller op termijn wellicht een sterke rol kunnen gaan spelen in deze business. Dus viel de keus om met één kernactiviteit verder te gaan. Dat werd het bedrijfsonderdeel Imtech, een zogeheten system integrator in informatie- en communicatietechnologie, industriële automatisering, elektrotechniek, werktuigbouw en infratechniek, zoals tunnels en bruggen. Imtech verzorgt de integrale technische uitrusting van ziekenhuizen en kantoren, is een grote leverancier aan de autoindustrie (installeren van testinstallaties), is gespecialiseerd in clean-roomtechnology (techniek in stofvrije ruimten die ondermeer Philips en ASML gebruiken voor chips) en legt de techniek aan op de brug van schepen en in onderzeeërs voor onder andere de Royal Navy. Ook de telecomsector wordt als een grote groeimarkt beschouwd. Imtech behaalde het afgelopen jaar een bedrijfsresultaat van 63,3 miljoen euro, heeft een omzet van bijna 1,3 miljard euro en ruim 10.000 mensen in dienst. De bedoeling is echter dat het bedrijf de komende jaren via autonome groei en acquisities snel groeit. Internatio heeft tal van bedrijven in het vizier die het wil overnemen. Scheffer: ,,Het gemakkelijkste deel is achter de rug. De komende jaren gaat het er nu om Imtech in de markt te zetten als een bedrijf van grote betekenis.'' Doelwit daarbij is groot worden met Imtech binnen Europa. Geld is er genoeg. In de oorlogskas zat vorige maand 198 miljoen euro en daar komt nog geld bij uit de verkoop van de chemische distributie.

Oneerbiedig gesteld zou je daardoor kunnen zeggen dat werkuigbouwkundige Scheffer na al zijn omzwervingen gewoon bestuursvoorzitter is van een technisch installatiebedrijf. Maar dat doet volgens analist Richard Brakenhoff van zakenbank Kempen & Co niet helemaal recht aan de zaak. ,,Internatio-Müller beschouw ik als bedrijf tot een van mijn topfavorieten. Ik heb voor IM als advies een strong buy afgegeven. Vroeger wist je als belegger echt niet wat je met Internatio-Müller moest. Maar net als bij Gist-Brocades heeft Scheffer de zaak binnen een jaar volledig wakker geschud bij Internatio. Als je ziet waar dat Imtech allemaal mee bezig is dan is het mijns inziens een hele goede beslissing geweest dat Scheffer ervoor heeft gekozen daar mee door te gaan.'' Scheffer zegt zich niet blind te staren op de beurs, maar erkent dat het één van de doelstellingen is de verloren plaats in de Midkap te heroveren.

Scheffer beschouwt het feit dat hij focus heeft aangebracht in de activiteiten van Internatio-Müller als zijn belangrijkste beslissing. Imtech neemt niet alleen een sterke marktpositie in van waaruit een sterke autonome groei mogelijk is, maar er zijn ook prachtige kant-en-klare bedrijven die wellicht kunnen worden overgenomen. Scheffer: ,,De markt is hier bij lange na niet zo geconsolideerd als in de medicijnenhandel. In de techniek zijn nog hele mooie bedrijven te koop. Bij Interpharm werkten we al vijf jaar met dezelfde marges. Er zat geen echte groei meer in het resultaat. Dat is bij techniek wel anders.''

Scheffer heeft mede om die reden de slechte smaak die hij aan de fusiepogingen met Stork vorig jaar overhield snel weggespoeld. Met name de aandeelhouders zagen een fusie tussen beide bedrijven niet zitten. Maar ook bij buitenstaanders overheerste een verkeerd beeld. ,,Hoe vaak ik de vraag niet te horen heb gekregen: wat moet een havenbedrijf nou met een bedrijf als Stork? Maar we waren natuurlijk helemaal geen havenbedrijf'', zegt Scheffer, die daaruit de conclusie heeft getrokken dat Internatio-Müller de komende tijd een nog duidelijker profilering naar de buitenwereld moet krijgen. ,,Daar wordt aan gewerkt'', zegt hij. ,,Maar het is natuurlijk flauwekul die fusiepoging af te doen als een onderonsje van twee bestuursvoorzitters. Ik heb nachten met Veenman zitten praten. We hebben ook als bedrijven maanden intensief met elkaar overlegd. Maar de kritiek dat Internatio zijn tafelzilver weg zou doen en de opbrengst zou weggeven aan de aandeelhouders van Stork, dat was domweg niet terecht. Als je de juiste cijfers neemt, blijkt dat de aandeelhouders van Internatio-Müller bij een fusie met Stork heel goed zouden zijn weggekomen. We hadden bij een fusie minder dan eenderde ingebracht van het bedrijfsresultaat. Maar mijn aandeelhouders hadden 53 procent in de nieuwe onderneming kunnen krijgen. Sommige dingen snap ik dus gewoon niet.''

    • Marc Serné