Kunst en slachtvee

Op de eerste verdieping van het Historisch Museum in Apeldoorn klinkt varkensgeschreeuw. Het abattoir? Nee, kunst. In een filmzaaltje geven twee varkens zich voor een verbijsterd publiek hartstochtelijk over aan de liefdesdaad, in een hok bezaaid met vertrapte boeken. Het ene varken is volgestempeld met Engelse woorden, het andere met Chinese karakters. Geen anatomisch detail, in close-up of slowmotion, wordt de kijker bespaard. De film is gemaakt door de Chinees-Amerikaanse kunstenaar Xu Bing (1955). Hij gebruikt dieren om mensen over hun eigen gedragingen te laten nadenken, maar de varkens, een kruising tussen een Amerikaans en een Chinees ras, kunnen ook worden opgevat als een confrontatie tussen Oost en West.

Xu Bings video maakt deel uit van de tentoonstelling Half-om-half; kunst-vee-geschiedenis. Het is het eerste samenwerkingsproject tussen het Historisch Museum en het Van Reekum Museum, die in 2003 samen worden ondergebracht in een nieuw gebouw van architect Herman Hertzberger. De tentoonstelling wil de blik van de kunstenaar en die van de historicus op het onderwerp `vee' combineren. In deze tijd van MKZ, BSE en varkenspest hadden de organisatoren geen toepasselijker maar ook geen slechter thema kunnen bedenken. Een nevenexpositie met levend vee die in Paleis Het Loo zou worden gehouden, is wegens de dreiging van mond- en klauwzeer uitgesteld. En de expositie moet het stellen zonder het koffertje met spermarietjes van de inseminator en zonder de kunstkoe waarop fokstieren tot grootse daden plegen te komen. Ze mochten niet in de regio worden vervoerd.

Verder heeft de expositie er niet onder geleden. Wie, over het matje met ontsmettingsmiddel, is binnengekomen, wordt in de gang al verwelkomd door schrille dameszang afkomstig van de video `Francesca de la Dalle' waarop kunstenares Moniek Toebosch in een wei, `als een moderne Franciscus van Assissi' achter koeien aanholt en de dieren bestookt met haar uithalen. Langs de wanden en op de vloeren van de expositieruimte hangen en staan hedendaagse kunstwerken van onder anderen Jan Cremer, Atelier van Lieshout, Marc Mulders, Guido Geelen en Margriet Smulders. In hokjes en vitrines wordt via apparaten, documenten, oude foto's en aanschouwelijke videobeelden uit het KI-station informatie gegeven over de geschiedenis van de veeteelt in Nederland.

Enigszins verscholen achter de afdeling inseminatie ligt een groot, kronkelig object met de titel Honeyhorn. Het is opgebouwd uit honderden koeienhoorns die samen één groot darmenstelsel lijken te vormen. De Finse kunstenares Kaisu Koivisto (1962) wilde ermee tot uitdrukking brengen dat de – oppervlakkige – menselijke beschaving rust op een natuurlijk fundament van koeienhoorns. Maar het kan evengoed worden geassocieerd met de hoorn des overvloeds – de koe als voedselleverancier –, met hoorns als dreigend wapen, of met een berg afval van het slachthuis. Erachter ligt een opvallend keramisch werk van Carolein Smit: een stapel sip kijkende koeienkoppen in wit, bruin, grijs en groen. De afgesneden koppen zijn met linten versierd, als bij prijsdieren, de tongen hangen amechtig naar buiten. Elke kop ligt op een soort offerschaal, waardoor ze doen denken aan het hoofd van Johannes de Doper.

Levend, maar ook dood vee komt al sinds jaar en dag op kunstwerken voor. Vanaf de 16de eeuw verschenen op schilderijen dieren die hangen te versterven, wat wel gezien werd als een symbolische verwijzing naar Christus aan het kruis. Schilder Marc Mulders sluit daarop aan met een schilderij van karkassen tegen de achtergrond van een plattegrond van de Sint Pieterskerk in Rome.

Het slachten van vee was tot de 19de eeuw een feestelijke gebeurtenis. Slagers slachtten zelf en voerden het levende slachtvee in een soort triomftocht door de straten. In de 19de eeuw maakten de steden daar een eind aan, omdat de beesten het verkeer belemmerden. Er kwamen slachthuizen aan de randen van de steden. Betere conserveringsmethoden, technische vernieuwingen en toenemende welvaart zorgden voor een groei van de veestapel. Maar pas na 1950 ontstond de veeteelt als geïndustrialiseerde bedrijfstak met dieren als massaproduct.

Bij sommige kunstwerken op de expositie ligt de bio-symboliek er dik bovenop. Bijna onsmakelijk is een video waarin gezichten opdoemen uit gehakt-, karbonade- en biefstukbergen, de Duitse Julia Kissina laat een tot gehakt vermalen konijntje een bos radijsjes ruiken, de Oostenrijkse Ingeborg Strobl plakte op een enorme fotocollage van een uitstervende rundersoort beelden van een speelgoedkoetje in tutu en op spitzen naast een omhooggetakelde, `geruimde' koe. Hoe simpel was dan het leven vóór de bio-industrie, zo blijkt uit de tekst van de slager op een oude prent: ``Hij leid; het was een vinnig Dier. Geef nou eens frisch een glaasje bier''.

Half-om-half; kunst-vee-geschiedenis. Historisch Museum en Van Reekum Museum, Raadhuisplein 8, Apeldoorn. Tot en met 2 september. Open di t/m za 10-17u, zo 13-17u 2de Pinksterdag 13-17u. Tel. 055-5216129.

    • Gerda Telgenhof