Kip hoort kwartel

Kippenkuikens die tijdens hun ontwikkeling in het ei hersengedeeltes van een kwartel geïmplanteerd krijgen, voelen zich als kuiken sterker aangetrokken tot de roep van kwartelmoeders dan tot het getok van hennen. De Amerikaanse hersenwetenschapper Evan Balaban van het Neurosciences Institute in San Diego heeft daarmee voor het eerst experimenteel vastgesteld dat de instinctieve voorkeur voor het soort moeder op zijn minst deels is aangeboren.

Het blijkt te zijn vastgelegd in een deel van de hersenen dat verrassend genoeg buiten de belangrijke auditieve centra van vogels ligt.

Kip- en kwartelmoeders `klokken' op een specifieke manier om hun kuikens bijeen te roepen als ze te ver afdwalen of als er gevaar dreigt. Het geluid van beide soorten is echter duidelijk verschillend en als kwartel- of kipkuikens opgroeien in een omgeving waarin beide kloeken uit luidsprekers klinken, reageren ze bij voorkeur op de roep van hun eigen soort. Met het experiment van Balaban is aangetoond dat deze reactie is te transplanteren. De onderzoeker hoopt zo meer te weten te komen over hoe de mentale ontwikkeling van pasgeborenen verloopt.

Het transplantatie-experiment is een vervolg op een soortgelijke proef die Balaban vier jaar geleden uitvoerde. Toen bleek dat kippen die tijdens hun ontwikkeling bepaalde hersendelen van kwartels ontvangen, op latere leeftijd niet normaal als kip kakelen, maar het geluid produceren van een kwartel. De eigenschappen die in beide transplantaties werden overgeheveld van kwartel naar kip lijken overigens onafhankelijk: sommige getransplanteerde kuikens hadden een voorkeur voor kwartelmoeders, maar maakten zelf een kippengeluid.