IMMIGRANTEN

Het Nederlands erfrecht is gebaseerd op het gelijkheidsbeginsel. In veel islamitische landen is het geen vanzelfsprekendheid dat een weduwe een volwaardige erfgenaam is.

Een Marokkaanse vrouw bijvoorbeeld, krijgt na overlijden van haar echtgenoot slechts een achtste van het gezamenlijke bezit. De rest komt toe aan de ouders van de man, zijn broers, zussen en kinderen. Zoons krijgen daarbij tweemaal zoveel als dochters.

Het Haags Erfrechtverdrag van 1 oktober 1996 moet duidelijkheid bieden in grensoverschrijdende situaties. Want welk erfrecht is bijvoorbeeld van toepassing op immigranten in Nederland, dat van hun geboorteland of het Nederlandse recht?

Voor 1996 stonden Nederlandse rechters voor een dilemma in dergelijke gevallen. De ondergeschikte positie van de vrouw in veel landen, staat lijnrecht tegenover het Nederlandse gelijkheidsbeginsel.

Als een Marokkaanse weduwe - wonende in Nederland - naar de rechter stapte omdat zij geen genoegen nam met een achtste deel van de erfenis, waren er maar weinig internationale regels die een handvat boden. Het gevolg was dat uitspraken in kwesties als deze niet eensluidend waren.

Het Haags Erfrechtverdrag geeft voorschriften die bepalen van welk land de erfrechtregels van toepassing zijn. Het belangrijkste punt is dat immigranten in de eerste plaats zelf kunnen bepalen welk recht zij prefereren: dat van hun land van nationaliteit, of dat van het land waar ze wonen. In alle verdragsstaten wordt met zo'n rechtskeuze rekening gehouden.

Maar niet alle immigranten leggen hun keuze vast. Ook hiermee houdt het verdrag rekening. Als geen keuze bekend is, dan telt het aantal verblijfsjaren in Nederland. Heeft de erflater op het moment van overlijden meer dan vijf jaar achtereen in Nederland gewoond, dan geldt het Nederlandse erfrecht - en dus het gelijkheidsbeginsel. Voor immigranten die nog geen vijf jaar in Nederland zijn - en geen keuze hebben opgegeven - geldt als hoofdregel het erfrecht van hun geboorteland.

De regels zijn duidelijk, maar niet strikt. Een rechter kán desgevraagd nuances aanbrengen, bijvoorbeeld in gevallen van onterving of verstoting. In een aantal landen kan een echtgenoot zijn vrouw zonder haar instemming verstoten. Volgens het islamitisch recht (shari'a) heeft zij dan geen enkel recht meer op een deel van de erfenis.

Verstoting geldt echter in Nederland niet als echtscheiding en een rechter zal genegen zijn de weduwe toch een deel van de erfenis toe te wijzen - al woonde het paar minder dan vijf jaar in ons land en is in principe het erfrecht van hun geboorteland van toepassing. De rechter vindt het islamitische recht dan dusdanig in conflict met de Nederlandse waarden en normen, dat de weduwe alsnog recht heeft op een deel van de erfenis.

Het islamitische erfrecht is gebaseerd op het gegeven dat de echtgenoot nu eenmaal kostwinner is en zijn leven lang financieel heeft zorggedragen voor zijn vrouw en dochters. Daartoe is hij zelfs wettelijk verplicht. Zijn ouders en zonen voorzien ook in dat onderhoud en dus zouden zij meer recht hebben op achtergebleven bezittingen.

Overigens heeft de Marokkaanse regering onlangs voorgesteld bepaalde onderdelen van het erfrecht te moderniseren.