Hockeyteam nog zoekende

Overijverig begon de Nederlandse hockeyploeg gisteren aan een nieuwe opdracht, om na zeventig minuten tot de conclusie te komen dat succes minder vanzelfsprekend is dan het tot voor kort leek. Het eerste optreden sinds de gewonnen olympische finale in Sydney, een oefeninterland tegen Duitsland in Eindhoven, ontaardde gisteren in een kat-en-muisspel waarbij de thuisploeg een wankelmoedige indruk maakte en er met een 3-2 nederlaag uiteindelijk genadig van afkwam.

Het debuut van bondscoach Joost Bellaart werd niettemin grondig verstierd, al tilde de temperamentvolle coach daar naar eigen zeggen niet al te zwaar aan. Berustend: ,,We zijn niet weggespeeld, hoewel de nederlaag groter had kunnen uitvallen. Maar het is duidelijk: we zijn gewaarschuwd en hebben nog veel werk te verzetten.''

Opmerkelijk realistisch klonk Bellaart in zijn nabeschouwing. Zich verschuilen achter voor de hand liggende excuses, zoals de absentie van vier basisspelers door ziekte en blessures, deed hij niet. Dat sierde de coach, die net als zijn voorganger(s) een zware erfenis (wereld- en olympisch kampioen) met zich meetorst en op weg naar het vierlandentoernooi in Hamburg (22-24 juni) gisteren een flinke stapel huiswerk meenam naar zijn woonboot in Amsterdam.

Ondanks het afscheid van vier gerenommeerde krachten (Stephan Veen, Jacques Brinkman, Ronald Jansen en Wouter van Pelt) meent Bellaart over minder dan twaalf maanden in Maleisië de wereldtitel te kunnen prolongeren. ,,Blinkende resultaten'' beloofde hij gisteren. Afgaande op de povere vertoning tegen het – dat moet gezegd – na `Sydney' nauwelijks gewijzigde Duitsland lijkt dat een tamelijk boude bewering.

Fout op fout stapelde vooral de defensie, waar laatste man Erik Jazet zich een kleuterleider moet hebben gewaand. De centrale verdediger, een van de acht Sydney-gangers die in actie kwam, werd geassisteerd door een relatief onervaren doelman (Guus Vogels) en een dito voorstopper (Taeke Taekema), en twee debutanten op de flanken, Rob Derikx (rechts) en Friso Jiskoot (links). Van dat viertal kon alleen de laatste terugkijken op een bevredigend debuut.

Zorgwekkender is evenwel de hardnekkige vormcrisis van `dragende spelers' als Marten Eikelboom, Teun de Nooijer en, zij het in mindere mate, Jaap-Derk Buma, die het gisteren als rechtsmidden mocht proberen. In navolging van tal van clubcoaches signaleerde Bellaart na afloop een algehele vervlakking van en in de Nederlandse competitie. ,,Maar het gaat mij te ver om zeven maanden na dato nog steeds van een post-olympische depressie te spreken.''

Zelf tasten de spelers ook in het duister. ,,Het is verleidelijk om te denken dat het in mijn geval te maken heeft met het mindere seizoen van Bloemendaal'', erkende De Nooijer naderhand enigszins schuldbewust. ,,Maar normaal gesproken ben ik redelijk in staat om clubzaken te scheiden van het Nederlands elftal, dus om nou te zeggen dat het daaraan ligt: nee.''

Als opvolger van de koele en afstandelijke `hockeyprofessor' Maurits Hendriks kregen Bellaart en zijn assistent Michel van den Heuvel bij hun aanstelling de opdracht mee het spelplezier terug te brengen. Aan tafel wordt sinds kort inderdaad meer gelachen, maar tot meer bezieling tussen de lijnen heeft de entree van de joviale oud-manager nog niet geleid.

Wanhopen doet Bellaart evenwel niet, in de wetenschap dat het aanbod van Nederlands hockeytalent nog altijd onevenredig groot is. Niet voor niets prees hij gisteren de dadendrang van nieuwkomers als Derickx, Jiskoot en Dreesman. Bondscoach Pieter Offerman van Jong Oranje moet vrezen dat hij komend najaar, op het moment dat Bellaart en de zijnen strijden om de Champions Trophy, met een uitgeholde selectie aan de start verschijnt bij het WK tot 21 jaar.

Tot zwartgallige bespiegelingen liet ook de nieuwe aanvoerder, spelverdeler Jeroen Delmee, zich niet verleiden. ,,Het heeft geen zin achterom te kijken naar de ervaring die we kwijt zijn. Na Atlanta moesten we verder zonder Bovelander, Van den Honert en Delissen. Daarin zijn we toen ook geslaagd.'' Te vrezen valt alleen dat, afgaande op het duel van gisteren, de basis ditmaal veel smaller is.

    • Mark Hoogstad