Getuige Groenink kan zo doorlopen

De Amsterdamse rechtbank verhoort vandaag ABN Amro-topman R. Groenink over de `diamantfraudezaak'.

Wat moet een getuige doorgaans in het Amsterdamse paleis van justitie doen? Wachten. Niet zelden begint een zaak simpelweg te laat, is de geluidsapparatuur kapot, zijn er geen schrijftafels voorradig of zitten er rechters of advocaten in de file. En dus hangen getuigen over de relingen of drinken ze een kopje koffie in de hal.

Maar voor ABN Amro-topman Rijkman Groenink, die vandaag moest getuigen in de geruchtmakende fraudezaak rond het `diamantfiliaal' van de bank in de Amsterdamse Sarphatistraat, gold dat scenario niet. De huisadvocaten van Nauta Dutilh hadden een oplossing bedacht. Groenink kreeg tot het laatste moment onderdak in het op enkele meters afstand belendende pand van het advocatenkantoor. Toen het zover was, bood de GSM uitkomst en snelde de bestuursvoorzitter de weg over.

De zure appel van de flitsende camera's duurde zo maar even. Later, in de rechtszaal, moest Groenink alsnog al zijn diplomatieke gaven aanwenden om de golf van negatieve publiciteit over zijn bedrijf zoveel mogelijk te breken. Justitie mag ABN Amro in de fraudezaak dan vrijuit laten gaan, de feiten uit het strafdossier openbaren gênante situaties bij de bank. De affaire, die zich tussen 1990 en 1996 afspeelde in het filiaal waar veel diamantairs cliënt waren, concentreert zich op een fraude van bijna 180 miljoen gulden. Die zouden, doordat vier medewerkers zouden hebben gerommeld met anonieme nummerrekeningen, zijn weggesluisd. Deze en komende week hoopt de rechtbank meer te weten te komen over de zaak waarin de vier terecht staan. Het geld is nog steeds zoek en vermoedelijk grotendeels in handen gekomen van buitenlandse klanten.

Tijdens Groeninks verhoor gaat het om twee pijnlijke vragen: hoe kon dit gebeuren? En: wat gebeurde er nog meer met de nummerrekeningen? De eerste vraag is het meest pijnlijk voor ABN Amro; de tweede het meest brisant. Twee interne rapporten, tot ongenoegen van de bank vrijgekomen, beschrijven een administratieve chaos in het filiaal Sarphatistraat die bankcliënten moeten doen gruwen. Er konden curieuze overboekingen plaatsvinden die, volgens het justitiedossier, deels in het criminele circuit terecht kwamen.

Groeninks tactiek was meteen duidelijk: hij nam de rol aan van de bestuursvoorzitter die de kwestie van grote afstand bekeek. Nee, hij had dit getuigenverhoor niet echt voorbereid, slechts ,,gisteravond met mijn vrouw bij een glaasje wijn.' En nee, hij had vantevoren ,,nauwelijks'' met zijn advocaat over de kwestie overlegd. De alarmerende rapporten over het filiaal had hij recentelijk ook niet meer gelezen. En de afdeling `Diamant Niet Ingezetenen' was voor de raad van bestuur ,,heel ver weg.' Maar helemaal afstand nemen van de Sarphatistraat-affaire kon Groenink ook niet. Hij was het immers die destijds hard ingreep en het hele systeem van nummerrekeningen ophief. Was hij bijvoorbeeld op de hoogte van het risico dat de rekeningen, die in principe bestemd waren voor niet-ingezetenen, ook voor belastingontduiking konden worden gebruikt? Dat zou ,,in theorie kunnen' aldus Groenink. Maar bij de bank was daar niets over bekend. Tenslotte mocht ABN Amro ervan uitgaan dat zeker de eigen medewerkers ,,betrouwbare burgers zijn die nette dingen doen'. Maar waarom werd er met de vier werknemers die nu terecht staan eerst een exitregeling getroffen en werd er, maanden later, pas aangifte gedaan toen justitie daarop aandrong? Groenink: ,,Die aangifte was van meet af aan de bedoeling.'' Het verhoor zou nog de hele middag duren.

    • Joost Oranje