Een kiekje bij de martelpaal

Als een verkeersagent, met trefzekere gebaren en ferme blik, regelt de oude Jorginho de golven van de Atlantische Oceaan. Een golf die op het punt staat branding te worden, maant hij met een driftig handgebaar tot haast. De volgende golf krijgt een stopteken. En inderdaad: het enige terras van Ribeira Grande, aan het strand van het Kaapverdische eiland Santiago, blijft droog.

Na een paar minuten wordt voor Jorginho de half opgedronken, want veel te krachtige kop espresso op onze tafel, toch interessanter. Een klein knikje is genoeg om hem de koffie in één teug achterover te doen gooien. Het aroma doet een dappere poging, maar delft snel het onderspit in de wolk van brandewijn die Jorginho verspreidt. Met een brede grijns zegt hij: ,,Ik houd wel van toeristen.''

Dat treft. Vandaag ligt een cruiseschip afgemeerd voor de kust met achthonderd passagiers. Het anders zo rustige plein in het centrum loopt opeens vol. Uit alle hoeken en steegjes komen de kinderen van Ribeira Grande tevoorschijn om zich te laten fotograferen. Uitgelaten laten ze de hun toegestopte één-dollar-biljetten zien. Voor het wisselen rekent de bank het drievoudige aan commissie.

De bewoners van Ribeira Grande weten dat al het goede, maar ook al het slechte, vanuit de oceaan komt. Vanuit Europa leiden zeestromen en -winden naar de Kaapverdische eilanden. Ribeira Grande, met zijn natuurlijke haven, dankt daaraan het voorrecht de eerste Europese stad in de tropen te zijn. Vanaf 1466, toen het de hoofdstad van de archipel werd, was het een Portugees scharnierpunt voor de overzeese slavenhandel en voor ontdekkingsreizen. Vasco da Gama (Indië), Bartholomeus Diaz (ronding van de Kaap de Goede Hoop), Columbus (Amerika), allemaal foerageerden ze hier.

Ze zouden de stad niet meer herkennen. Van de rivier waaraan Ribeira Grande (brede rivier) haar naam heeft te danken, is niets meer over. De Sahel-invloed heeft de bedding drooggelegd. De ooit kolossale kathedraal valt alleen te reconstrueren door vanuit de overgebleven muren denkbeeldige lijnen te trekken. Er staat nu een groot stalen hek omheen voor de archeologische werkzaamheden die hier in 1990 zijn gestart. Van de meeste kerken, het jezuïetencollege en het gouverneurpaleis staan alleen nog wat eenzame afgebrokkelde muren.

Piraten, onder wie Francis Drake, zijn er debet aan dat de stad er nu zo desolaat bijligt. In 1770 werd het beter verdedigbare Praia, de buurstad vijftien kilometer naar het oosten, de nieuwe hoofdstad. Ribeira Grande werd voortaan afgedaan als Cidade Velha (oude stad). De meeste inwoners noemen hun stad nog steeds zo. Ondanks piraterij en onttakeling is er genoeg overgebleven van het koloniale erfgoed om een bezoek aan de stad te rechtvaardigen.

De hoofdstraat Rua Banana, parallel aan de rivierbedding, is niet veel veranderd. De huizen worden nog steeds van leem gemaakt. Op een hoeksteen van een huis staat het jaartal 1513: de steen is een stevige Portugese zerk. Een eindje verder ligt de Onze Lieve Vrouwe Rosariokerk. De trap bestaat uit oude grafstenen. Bij de afdaling schuiven alle teksten (aqui jaz Antonio Mesquita de Oliveira) en jaartallen onder ons door als een op hol geslagen ondertiteling. Op onverwachte plekken duikt het glorieuze verleden op. Bij een wandeling over een steil geitenpad door een palmenbos stuiten we op de Sao Francisco kerk. Alleen het dak is ingestort, het interieur is wel ontruimd, maar de basis van het altaar is nog aanwezig. Getuige de hoeveelheid keutels, hebben de geiten er nu hun intrek genomen.

Maar de Kaapverdische eilanden willen de toerist meer bieden dan ruïneromantiek. Vlaggenschip van de nieuwe aanpak is het Sao Felipe fort (1585), dat op de heuvel hoog boven alles en iedereen uitstijgt. Het is in oude stijl herbouwd en in november 1999 door de president met veel bombarie geopend. Keurige informatieborden leggen met lappen tekst uit hoe van hier uit in de achttiende eeuw nog dappere pogingen zijn ondernomen om de stad van de ondergang te redden. Een gids demonstreert de ijzeren banden waarmee ongehoorzame slaven tegen de vestingmuur vastgeklonken werden. Een spiksplinternieuwe ondergrondse bar serveert lokale (nou ja, van buureiland Fogo afkomstige) wijnen en likeuren. En in het informatiecentrum glijden op de tonen van Orff's Carmina Burana videobeelden van de stad in slowmotion voorbij. Dat toeristen belangstelling hebben voor alles wat oud is, is de kaartjesverkoper bij de ingang allang duidelijk. ,,Oude munten kopen?''

Voor de kathedraal bestaan gelijksoortige restauratieplannen. De pelourinho, de martelpaal voor de slaven op het plein, is al opgeknapt. De stad had op de UNESCO-werelderfgoedlijst gestaan, als het verzoek daartoe op tijd was ingediend.

Door de straatjes achter de kerk stuift een grote stofwolk. Wanneer deze langzaam neerdaalt, blijft er een pastoor op leeftijd op een 250 cc crossmotor over. De 74-jarige, grijzende, Portugese Padre Campos heeft zijn pij opengeknoopt, zodat hij die over zijn schouders naar achteren kan gooien. De motor heeft hij nodig om zijn drieduizend parochianen, die tot vijftien kilometer buiten de stad wonen, te bezoeken. Hij nodigt ons uit in zijn witte huis boven aan de heuvel.

De padre dient al 38 jaar Vaticaanstad vanuit Cidade Velha. Maar of hij nou echt blij is met de recente opknapbuurt van zijn stad? Neen. ,,Die renovatiewoede zie ik toch vooral als een uitverkoop van een lege façade. Er is nauwelijks rekening gehouden met de historische werkelijkheid. Boven de vestingtorens van het fort hebben ze het gepresteerd om dakpannen te plaatsen. Die hebben er nooit opgezeten. De Pelourinho is voorzien van een achthoekig fundament, terwijl die vierhoekig was.'' Elke maand laadt pastoor Campos op zijn jeep zeshonderd kilo bananen, die hij uitdeelt onder zijn straatarme parochianen. Hij windt zich erover op dat de bevolking nauwelijks profiteert van alle investeringen. ,,Ze krijgen alleen wat grijpstuivers toegeworpen.''

Intussen staat bij de Pelourinho een witte four-wheel drive met een bemiddelde Kaapverdische familie. Een voor een laten ze zich, met slappe armen in de ringen en hangend hoofd, fotograferen.

INFORMATIE

Vliegen naar de Kaapverdische eilanden kan met het Portugese TAP (020-6387276), of met het Kaapverdische TACV (010-4115411). Op het eiland Sal is het enige internationale vliegveld. TACV (www.tacv.com) zorgt voor interne vluchten naar Santiago en de andere eilanden. Van tevoren boeken is aanbevolen. De veermaatschappij die tussen de belangrijkste eilanden vaart, is bijna failliet en dus (naast oncomfortabel) onbetrouwbaar..

Elke Nederlander heeft een visum nodig. Die is te verkrijgen bij het consulaat in Rotterdam (010- 4778977). Eventueel kan bij aankomst op het vliegveld een visum voor 8 dagen worden verkregen, te verlengen bij de immigratiedienst.

Neem voor eventuele vaccinaties (DTP, Hepatitis A) contact op met de GG&GD. Op geen van de eilanden is malaria.

Reisgids

Cape Verde Islands in de Bradt travel guide-serie is een prima Engelstalige gids. Aisling Irwin en Colum Wilson, ISBN 1898323739 ƒ53,30. Het Duitse Dumont geeft Kapverdische Inseln uit, met veel foto's. Rolf Osang, ISBN 3770126769 ƒ29,50

Verblijf

In Ribeira Grande is in de Rua Banana een eenvoudige kamer te huur bij een uit Frankrijk geremigreerd ouder echtpaar. Ontbijt inbegrepen. Desgewenst ook lunch en diner. Wel van tevoren bestellen. Er is een restaurant aan het plein, geen vaste openingstijden, en een restaurant met uitzicht op een paradijselijk baaitje drie kilometer naar het noorden. In de hoofdstad Praia zijn meer overnachtingsmogelijkheden, van eenvoudig tot luxe.

Adressen:

Kaapverdische eilanden specialist: Cabo Verde Travel,

Overblaak 57, 3011 MH Rotterdam.

Tel. 010-4121887

Internet:

www.members.tripod.com/nadiro

    • Jan Maarten Deurvorst
    • Marieke Klomp