Dode bij aanslag Priština

Bij een bomaanslag op een Joegoslavisch overheidskantoor in Priština, de hoofdstad van Kosovo, zijn gisteren een dode en vier gewonden gevallen. Alle slachtoffers waren Serviërs, werkzaam voor de regering in Belgrado.

De aanslag werd gepleegd met een bom met rond tien kilo explosieven, die was verborgen onder een auto. De bom werd tot ontploffing gebracht op het moment waarop de slachtoffers na hun werk naar huis wilden gaan en in de auto gingen zitten. De auto stond geparkeerd voor het paspoortenkantoor van het Joegoslavische ministerie van Binnenlandse Zaken. Kosovo wordt geregeerd door de Verenigde Naties, maar maakt formeel deel uit van Joegoslavië. De regering in Belgrado heeft in Priština enkele verbindingskantoren.

Het VN-bestuur heeft met consternatie gereageerd op de aanslag, die wordt toegeschreven aan Albanese extremisten maar die tot nu toe door niemand is opgeëist. De VN-bestuurder van Kosovo, Hans Haekkerup, noemde de aanslag ,,schandalig'' en de woordvoerder van de VN-politie zei dat de aanslag ,,een aanval is op alles wat de mensen hier willen opbouwen''. De OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) sprak van ,,een daad van zinloos terrorisme''. ,,Dit geweld is bedoeld om elke vooruitgang die we boeken teniet te doen. We laten ons echter niet afschrikken. We werken aan een democratische toekomst voor Kosovo waar geen plaats is voor terreur.''

Belgrado beschuldigde het VN-bestuur in Kosovo te weinig te doen om de Serviërs te beschermen. Een minister zei dat de aanslag het werk was van ,,Albanese terroristen en extremisten die vastbesloten zijn hun kwaadaardige werkzaamheden voort te zetten''.

De Serviërs in Kosovo blokkeerden ook gisteren de doorgaande wegen uit protest tegen de vestiging van douanekantoren langs de grens met Servië en het innen van importheffingen. Volgens de VN dreigt er voedseltekort als de blokkades niet worden opgeheven.