Daar hei je 't etterding

De zanger in de Amsterdamse tram heeft een opmerkelijk repertoire. Ik heb hem al vaak aangetroffen, meestal in lijn 1, en altijd zingt hij dezelfde liedjes. Het zijn er drie: twee van Louis Davids, Naar de bollen en De Olieman, en het omineuze Twaalf miljoen oliebollen op aardgas van Wim Kan, uit diens oudejaarsavondconference van 1973. Als hij uitgezongen is gaat hij met de pet rond. Zo te zien haalt hij meestal wel wat op.

Maar of zijn repertoire alle passagiers vertrouwd in de oren klinkt, valt te betwijfelen. Het liedje van Wim Kan verwijst naar een oliecrisis van lang geleden en Davids is zelfs van voor de oorlog. Ook de zanger zelf blijkt op minstens één punt in het duister te tasten. Als de olieman uit Davids' lied in zijn tweedehands Fordje door de straten raast, roept de hele buurt hem na: ,,Opzij, daar hei je 't etterding.'' Zo luidt de tekst althans in de versie van deze anonieme vocalist.

In werkelijkheid schreef Jacques van Tol, de lijfschrijver van Louis Davids, iets anders: ,,Opzij, daar hei je Deterding.'' De tekst dateert uit 1936 en die regel verwees naar de destijds vermaarde sir Henry W.A. Deterding, topman van de Koninklijke Nederlandsche Petroleum Maatschappij (later Shell). Van Tol gebruikte 's mans naam als komisch effect; door een olieman gelijk te stellen aan de grote Deterding verzekerde hij Davids van een lach.

Maar wie weet dat nog? Ook ik heb jarenlang niet precies geweten wat daar werd gezongen. Ik verstond: ,,Opzij, daar hei je 't etherding.'' Alsof de olieman niet een Fordje had gekocht, maar een radio – ook zo'n moderne uitvinding uit die jaren. Erg logisch was het niet, maar ik kon er niets anders van maken. Tot ik de oorspronkelijke tekst onder ogen kreeg.

De zanger in de tram heeft echter een volstrekt acceptabele variant gevonden. Natuurlijk, een etterding, zo zou de buurt het Fordje heel goed hebben kunnen noemen. Wat hij in zijn pet vindt, heeft hij zodoende ten volle verdiend.

    • Henk van Gelder