Broeikasvoorman op `mission impossible' in VS

De Nederlandse minister van Milieu, Jan Pronk, op bezoek in de VS, hoopt dat de regering-Bush een momentje vindt om een klimaatbeleid te ontwikkelen waar de rest van de wereld ook wat mee kan.

,,Ik vraag de Verenigde Staten een serieuze heroverweging van hun klimaatbeleid, liefst op zodanige termijn dat de rest van de wereld het in juni kan bespreken, op tijd voor de – op verzoek van de VS – tot juli uitgestelde vervolgconferentie van Den Haag.'' Minister Jan Pronk is op een mission impossible in Amerika. Als voorzitter van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties probeert hij de regering-Bush ertoe te bewegen toch mee te doen met de wereldwijde pogingen het broeikaseffect te bestrijden. Washington is voorlopig verveeld en met zichzelf bezig.

,,Kyoto is dood'', verklaarde president Bush vorige maand, verwijzend naar het in die Japanse stad overeengekomen uitvoeringsprotocol bij het VN-Klimaatverdrag van Rio de Janeiro (1992). Het plan om de uitstoot van uitlaatgassen in 2010 met 5,2 procent terug te brengen onder het niveau van 1990, zou de Amerikaanse economie schaden. Bovendien was het verband tussen CO2-uitstoot en het stijgen van de zeespiegel, het toenemen van orkanen en overstromingen wetenschappelijk niet bewezen. En het protocol vergat verder om ontwikkelingslanden aan te spreken op hun verantwoordelijkheid.

De wereld reageerde verbijsterd. Tien jaar internationaal zwoegen door een nieuwe president naar de prullenmand verwezen. Bush kreeg in eigen land lof van olie- en kolenbedrijven, maar ook kritiek, zelfs van hem doorgaans goedgezinde commentatoren. In US News and World Report schreef de conservatieve columnist John Leo: `Republikeinen hebben zichzelf ermee als zij milieuzorgen kleineren.'

Jan Pronk was gisteren de spreker van de dag in de National Press Club in Washington. Hij vermeed bevlogenheid en voer op zijn kennis van het onderwerp én het moeizame internationale proces dat leidt tot overeenkomsten waar de hele wereldgemeenschap aan moet meedoen. Vervuiling houdt niet op bij de grenzen, legde hij uit. Daarom kan het niet zo zijn dat één land die hele operatie dood verklaart.

Pronk laat zich niet strikken door vragen van Amerikaanse journalisten. Sancties als Amerika niet meedoet? Hij is tegen sancties, zeker buiten het klimaatbeleid. De VS zullen wel te maken krijgen met maatregelen waar de Europese landen toe kunnen besluiten, bijvoorbeeld om zwaardere energie-eisen aan auto's te stellen.

,,Mijn taak is het om de familie bij elkaar te houden. Wij leggen de basis voor een wereldwijde politiek voor decennia. Het probleem is mondiaal. Coördinatie is nodig. Dat gaat langzaam. Kijk maar naar de internationale handel, daar hebben we vijftig jaar aan gewerkt. Daar heeft iedereen nu voordeel van. Het zou jammer zijn als landen bij iedere regeringswisseling weer uit zo'n systeem zouden stappen. Ieder land heeft daar recht op, maar het zou slecht zijn voor het klimaat en slecht voor de multilaterale diplomatie.''

Keurig geformuleerd vraagt Pronk aan de nieuwe machthebbers in Washington enig gevoel voor continuïteit te ontwikkelen. De Amerikaanse regering heeft zich volledig aan de overeenkomsten van Rio en Kyoto gebonden, ook al zijn de teksten nog door niemand geratificeerd. In zijn eerste gesprekken met officials is hem opgevallen dat men niet meer zegt dat Kyoto dood is. ,,Dat was een premature uitspraak.'' Men heroverweegt nu de Amerikaanse politiek terzake, al wekt de Nederlander enige hilariteit wanneer hij bekent er niet achter te zijn gekomen wie in Washington dat proces leidt.

Hij had al een ontmoeting met Colin Powells tweede man, onderminister van Buitenlandse Zaken Richard Armitage. Later op de dag zou Pronk Christie Todd Whitman ontmoeten, de meest geplaagde minister in de Bush-ploeg. Ook al heeft zij deze week enkele milieusuccesjes mogen aankondigen in de Witte Huis-tuin (natte natuurgebieden worden gespaard en lood-emissies moeten bij nader inzien worden gerapporteerd), het was een klap in haar gezicht dat Kyoto zonder pardon werd afgeschoten. Haar woordvoerster zei na afloop dat de ontmoeting met Pronk vooral was geweest ,,om te luisteren en om het onderwerp uit de schijnwerpers te halen''. De Zweedse minister van Milieu, tevens EU-voorzitter, en de collega's uit Australië, Duitsland, Denemarken en Oostenrijk hadden gelijksoortige boodschappen in petto, of al afgeleverd. Men kent het refrein hier zoetjesaan.

Terwijl broeikasvoorman Pronk zich zakelijk en ferm een weg door Washington zocht, legden de Zweedse en de Franse collega's bij de VN in New York wat hoekigere verklaringen af, over Europa dat ook zonder de Verenigde Staten (goed voor een kwart van de schadelijke uitstoot in de wereld) zou doorgaan.

Vóór de vervolgconferentie in juli in Bonn staat er nog veel te doen. Zaterdag heeft Pronk 41 landen in New York bij elkaar geroepen om de voortgang te bespreken. Hij hoopt dat de regering-Bush een momentje vindt om beleid te ontwikkelen waar de rest van de wereld ook wat mee kan. En zo niet, vraagt hij de VS geen blokkades op te werpen. Is hij een optimist of een realist als hij verklaart: ,,Ik hoop en bid dat we vóór juli op een flexibele manier oplossingen vinden.''

    • Onze Marc Chavannes