Azië blijft snelst groeien ondanks remeffect VS

De economieën in Azië zullen dit jaar flink last krijgen van de groeivertraging in de Verenigde Staten, maar de regio blijft de snelst groeiende ter wereld.

Dit schrijft de Asian Development Bank (ADB) in zijn jaarlijkse Asian Development Outlook, waarin de vooruitzichten van de regio zijn samengevat. Volgens de ADB groeide de economie in de regio Azië vorig jaar met 7,1 procent, maar valt de groei dit jaar terug naar 5,3 procent.

Volgend jaar wordt een snel herstel verwacht. De ADB wijst er op dat 2000 een uitzonderlijk goed economisch jaar was, na de crisis die de regio in 1997 en 1998 teisterde.

Dit jaar wordt moeilijker, door de terugval in de vraag vanuit vooral de Verenigde Staten naar exportproducten in de regio. De ADB verwacht een groei van 2 procent in de VS na een groei van 5 procent in 2000. Voor volgend jaar wordt een herstel van de Amerikaanse economie voorzien tot een economische groei van 3 procent. Japan ziet dit jaar een economische groei van tussen de 1 en 2 procent.

De mate waarin de Amerikaanse groeivertraging afzonderlijke Aziatische landen treft, verschilt flink en hangt vooral af van de samenstelling van hun exportpakket. Hongkong, Singapore en Taiwan leunen relatief zwaar op de export van technologisch producten naar de VS. Dit jaar maken ze een groeivertraging door van 7,9 procent naar 4,3 procent, alvorens volgend jaar te herstellen tot een economische groei van 5,6 procent.

Dat geldt ook voor Maleisië, Zuid-Korea, Indonesië, de Filippijnen en Thailand, de vijf landen die het zwaarst leden onder de Azië-crisis. Zij konden vorig jaar door het gunstige internationale economische klimaat goed herstellen van de crisis, maar vallen van een groei van 6,8 procent terug naar 4 procent dit jaar, voordat volgend jaar een herstel optreedt naar 5,1 procent groei.

China en India toonden zich destijds al grotendeels immuun voor de crisis, en zullen dit jaar weinig last hebben van het ongunstiger externe klimaat voor de regio. Zij laten beide dit jaar een groei van tegen de 7 procent zien.

Volgens de ADB staat Azië er steviger voor dan bij de aanvang van de crisis in 1997. De betalingsbalansen zijn per saldo gunstiger, de kapitaalsstromen naar de regio zijn stabieler, de wisselkoersen zijn flexibel, de financiële sector staat er beter voor en er is grotere transparantie van de economie dan destijds.

Daarom zullen Aziatische landen een verlies van vertrouwen door lagere groei in de voornaamste exportlanden beter doorstaan dan vier jaar geleden.

De ADB wijst er op dat er nog wel risico's zijn. De herstructurering van de banksector is nog lang niet voltooid, er zijn nog veel slechte leningen en de winstgevendheid van bedrijven is laag, bij blijvend hoge schulden.