Altijd problemen met de schoen in India

Niet zo lang geleden liepen vrijwel alle Indiërs op blote voeten, niet zozeer uit armoede maar als uiting van respect voor moeder aarde. Dat is niet meer zo. Maar de verhouding tot leren schoeisel blijft moeizaam.

Zie de man die op het punt staat in een vliegtuig te stappen; zwarte aktentas in de hand, instapkaart tussen de vingers, geduldig in de rij voor de bagagecontrole. Niets bijzonders. Alleen: hij draagt geen schoenen. Hij loopt op blote voeten, met een air alsof het de gewoonste zaak is van de wereld.

Het is ook gewoon, in India. Nog maar vijftig jaar geleden liep bijna iedereen op blote voeten, het werd zelfs gezien als een uiting van respect voor moeder aarde. De kracht van de vruchtbare grond trok door de voetzolen naar binnen, waar vooral vrouwen veel aan hadden. Een vrouw die geschoeid liep werd geacht een prostituee te zijn.

Het aanraken van de voeten van ouderen of hogergeplaatsten is ook nu een voorkomend verschijnsel. De gedachte is dat voeten het meest onreine en bevuilde deel van het lichaam vormen; wie het laagste van de ander als het hoogste van zichzelf aanvaardt, heeft succesvol zijn hoogmoed opgegeven. De ultieme nederigheid bereik je als je de voet van de ander optilt en op je hoofd plaatst, zoals meisjes in Centraal-India nog doen als ze bijvoorbeeld hun schoonvader tegen het lijf lopen.

Brahmanen geloven dat het lopen in het voetspoor van een kastenloze groot ongeluk met zich brengt. In haar boek `De God van Kleine Dingen' beschrijft Arundhati Roy hoe de kastenlozen achteruitlopend hun voetsporen met een bezem moeten wegvegen. Voetsporen vormen een veel voorkomend religieus motief: in tempels worden voetafdrukken in klei of in koper aanbeden, omdat die van goddelijke incarnaties zouden zijn geweest.

Toch hebben voeten niet alleen de betekenis van onreinheid en vernedering. Het strelen van de voetzolen van de geliefde is volgens dichters de meest erotische handeling, op de geslachtsdaad na uiteraard. In het Nationale Museum van Delhi hangt een ongedateerde miniatuur waarop god Krishna de voet van zijn minnares Radha aait.

Vrouwen nemen daarom evenveel tijd om de voeten te versieren als om het gezicht op te maken. Als de vrouw een beetje voor de dag wil komen, moeten de lippen, handen en voetzolen met verf of henna gekleurd zijn. Ze moet ook zilveren teenringen aan hebben en enkelbandjes, liefst met belletjes. Het geluid van die rinkelende bellen tijdens het lopen, kan romantische zielen tot waanzin drijven. Dat geluid is trouwens een belangrijk onderdeel van de Indiase kunst: de klassieke danseres dicteert of volgt het ritme van de Indiase trom, met haar voeten.

De verzorging van de voeten begint al vroeg: als de baby geboren is, worden eerst de voeten met olie ingewreven. Het reinigen van voeten is een langdurig ritueel, tijdens het bad duurt het schrobben van de voetzolen het langst. En in een dorp kan een molenaar ontbreken, maar iemand die zich toelegt op het vervaardigen van voetschrobbers is altijd te vinden. Voetschrobbers zijn er in alle vormen en materialen.

Dan is er natuurlijk de voetmassage, waar in de Vedische geschriften zeer nauwkeurige instructies voor bestaan: de Ayurvedische arts kan daarmee uiteenlopende kwalen genezen, van reuma tot epilepsie. Maar de voetmassage heeft doorgaans geen medische bedoelingen. Het wordt gezien als de hoogste luxe en het fijnste genot en koningen lieten graag prenten maken waarop ze hun voeten lieten masseren door hun dienaars of hun maitresses.

Overigens heeft een voetmassage bij mannen een ander effect dan bij vrouwen. De man raakt er zijn vermoeienis door kwijt. Bij de vrouw wordt er de seksuele lust door opgewekt.

Schoenen hebben in India altijd voor problemen gezorgd. Het waren de moslim-overheersers die ze zo'n vijfhonderd jaar geleden introduceerden. Ze droegen pantoffels van leer en leer is het meest onreine wat de hindoe zich kan voorstellen. Het is afkomstig van een dier, dat misschien voor dat doel is gedood!

Maar het had wel wat, vonden de overgebleven hindoe-koningen, met iets aan je voeten werd je présence duidelijk verbeterd. Dus ging men bij de brahmanen te rade, die schoeisel van een onschuldig materiaal adviseerden: hout. De Nederlandse klomp zou het handigste zijn geweest, maar niemand kwam op het idee.

Zo werd de beroemde Indiase teenknop-sandaal bedacht, waarop eigenlijk nauwelijks valt te lopen. De sandelhouten plank moet worden meegesleurd met de kracht van grote en tweede teen, en als je het achterstuk niet recht krijgt, kun je je enkel lelijk bezeren.

Toch maakte de teenknop-sandaal furore, hij werd een symbool van verzet tegen de moslim-overheersing, een teken van goed hindoeschap, en hogere radjah's lieten ze maken van zilver en van ivoor, ingelegd met edelstenen.

Het prettigste aan de sandaal is dat je hem makkelijk kunt uitdoen. En dat moet vrij vaak in India. Als je een tempel betreedt, dat spreekt vanzelf, maar ook als je gewoon een huis binnengaat en helemaal als je de heiligste plek van het huis in wilt: de keuken.

Alleen Europeanen hoefden hun schoenen niet bij tij en ontij uit te doen, omdat zij al die veters moesten lospeuteren, en omdat zij nu eenmaal de baas waren tijdens de Britse overheersing. Indiërs die als soldaat in het Britse leger dienst namen moesten laarzen aan en om naar school te kunnen moesten kinderen leren schoenen hebben.

Zo vond de leren schoen langzaam maar zeker zijn weg door India, maar alleen mannen en schoolgaande kinderen mochten ze dragen. Voor vrouwen was leer tot het midden van de vorige eeuw volstrekt taboe en de vrouwen die niet gehoorzaamden, konden een pak slaag krijgen: met de schoen van de man. Een ergere straf is ondenkbaar.

Leer is namelijk aangeraakt door de laagste wezens op aarde, de leerlooiers, de onaanraakbaren. Zij mogen de koeien die een natuurlijke dood zijn gestorven opruimen. Ze mogen het vlees eten en het leer bewerken. Maar ze mogen niet in het dorp wonen, ze mogen zelfs de hindoe-goden niet aanbidden.

Het was Mahatma Gandhi die de leerlooiers weer in het hindoeïsme probeerde te brengen, door ze `Harijans' te noemen, de kinderen van God. Gandhi ging zelfs zo ver dat hij zelf leren sandalen begon te maken, waarmee hij keihard bewees dat je er niet pardoes van dood ging.

Toch heeft leer zijn magie behouden. Scooterriksja's in Delhi binden een oude leren schoen aan hun kar, om de demonen die een ongeluk kunnen veroorzaken af te schrikken. En in Rajasthan moeten bezeten vrouwen water drinken uit een oude schoen. Als de demon daarvan niet op de loop gaat, weet men het niet meer.

Maar Gandhi's actie om leer geaccepteerd te krijgen had na de onafhankelijkheid wel het gevolg dat Westerse schoenverkopers in India voet aan de grond kregen: de firma Bata was de eerste, en is nu nog de grootste. Bata heeft recentelijk zelfs een boek uitgebracht over zijn verovering van dit subcontinent, `Feet and Footwear in Indian Culture', waarin overigens met veel respect wordt beschreven hoe moeizaam de verhouding van Indiërs tot leren schoeisel is. Bata verkoopt nu al bijna geen leren schoenen meer, om van het gezeur af te zijn: plastic, kunststof en rubberen slippers worden nu bijna door alle stedelingen gedragen. Toch blijft het een principieel probleem: hoe moet je, uit eerbied en respect, iemands voeten aanraken die schoenen aanheeft, desnoods van kunststof? Mensen die het dus echt belangrijk vinden dat hun voeten worden aangeraakt door hun minderen, blijven demonstratief met blote voeten lopen. Ze blijven de traditie trouw, zelfs als ze in een vliegtuig moeten stappen.

    • Anil Ramdas