Woonwoestijnen

Van vroeg tot laat kijken mensen op elkaar neer. Niet openlijk natuurlijk, dat verbiedt de goede toon, maar toch. Verkopers vinden hun klanten stom, schrijvers hun lezers, en iedereen die ergens iets van af weet kijkt neer op de rest die dat niet weet. De boer veracht de stedeling, wie met geld smijt veracht de zuinigerd en omgekeerd. Wie alles goed probeert te doen is helemáál een burgertrut. De mogelijkheden voor misprijzen zijn onbeperkt. Gelukkig maar, want wat zou het anders stil worden in de hoofden, de kroegen en de kamers.

Vroeger was al die geringschatting nog niet zo taboe als nu. Voor Onze Lieve Heer was iedereen weliswaar gelijk, maar tevens stond vast dat sommige mensen het beter wisten, dat zij meer fatsoen, smaak en recht van spreken hadden dan anderen. In oude boeken lees je nog wel eens de onbarmhartige, luidkeelse uitspraken van zulke bevoorrechten over de minder beschaafde, smaakvolle, ja, in alles mindere medemens. Die werd zelf geacht het met dat oordeel eens te zijn, en ocharm, hij was het ook vaak.

Wat dat betreft is er toch iets goeds gekomen uit de twintigste eeuw. Foeteren op de voorkeuren en het gedrag van `het volk' is in geletterde kringen een beetje not done geworden. Binnenskamers, nu ja, maar in de krant doe je jezelf met openlijk dédain geen goed.

Op die regel is een curieuze uitzondering: smaak in huizen. De huizen van gewone mensen zijn al zo lang als gewone mensen huizen bezitten, het mikpunt van luide kritiek, en ze zijn het nog steeds. Het rijtjeshuis, de doorzonwoning, daar moet je meewarig over doen, weet iedere spreker met enig gevoel voor de architectuurkritische zeden. Over de nieuwe Vinexwijken zal zo iemand slechts spreken in de somberste toonzetting.

Zoals gezegd, het is oude koek, zeker honderd jaar oud. Vanaf het moment dat middenstanders en andere kleinburgers hier en daar eigen huisjes gingen bewonen aan de rand van de bebouwde kom, was hoon hun deel. Vaak hadden ze ze niet zelf gebouwd, maar gekocht van aannemers die een paar goedkope woningen neerzetten om te verkopen aan stedelingen die verlangden naar een eigen huis met een tuin.

Onmiddellijk werden de `villaatjes' beschimpt om hun lelijkheid en benepenheid door mensen die zelf natuurlijk in veel bijzonderder huizen woonden. Moderne galerijflats, etagewoningen, die waren in hun ogen geschikt als volkshuisvesting. Maar kleine, zelfstandige woonhuizen, vooral in grote aantallen, hebben in hun elitaire ogen nooit genade gevonden. Dat er veel vraag is naar zulke huizen, omdat de meeste mensen liever een kleine tuin hebben dan géén tuin, dat smaken verschillen en niet iedereen per se iets vreselijk origineels wil, kan niet schelen.

Woonwoestijnen, foetert een bekende architectuurcriticus weer eens in HP/de Tijd van vorige week. Hij suggereert dat zich in de Vinex-gebieden een groot drama afspeelt. Let wel: niet de hoge grondprijzen, woekerwinsten van aannemers of concrete mankementen zijn het mikpunt van zijn gram. Nee, het erge is dat de tv overal op dezelfde plek staat, dat iedereen zijn surfplank op dezelfde plek in de tuin heeft opgeborgen en zich zaterdags naar hetzelfde winkelcentrum verplaatst. Ja, dat ,,het hele gedrag van de mensen van bovenaf wordt voorgeschreven''.

Leuk he? Het is het ouderwetse dédain voor de voorkeuren van de massa in een modern kleedje. O, o, wat een eenvormigheid, roept de tevreden non-conformist. Terwijl er waanzinnig afwisselend wordt gebouwd in de Vinexwijken. Ze maken de gekste dingen, van best leuk tot heel eng, en de mensen die er wonen blijken steeds tevreden te zijn. Maar om dat gewoon te laten zien en te vertellen (zoals in NRC Handelsblad wel af en toe gebeurt) is veel minder chic dan het allemaal stuitend te noemen en te beweren dat de bewoners in hun hart iets heel anders willen.

Wat bedoeld wordt is, dat ze iets anders moeten willen. Ze zijn niet bijzonder genoeg. De woninginspectrices van honderd jaar geleden zijn verdwenen, bevoogding is passé. Maar de bewoner van een Vinex-huis die luistert naar de doorsnee architectuurcriticus, krijgt nog altijd te horen dat hij een onbenul is.

    • Ileen Montijn