Wim Duisenberg moet geen Alan Greenspan worden

De Europese Centrale Bank hoeft anders dan de Amerikaanse Federal Reserve niet actief de economische cyclus te beïnvloeden. De ECB heeft maar één opdracht: inflatie bestrijden. En zo moet het blijven, vindt Melvyn Krauss.

Nog niet zo lang geleden stak de reputatie van de president van de Europese Centrale Bank (ECB), Wim Duisenberg, als centrale bankier schamel af bij die van zijn collega van de Amerikaanse Federal Reserve Board, Alan Greenspan. Maar deskundigen en andere waarnemers beginnen dat nu anders te zien. Het aandeel Greenspan is samen met de Dow Jones in waarde gedaald, terwijl er duidelijk sprake is van groeiende waardering voor de klassieke stijl die Duisenberg en zijn collega's van de Raad van Bestuur van de ECB vertegenwoordigen en uitdragen.

De voornaamste reden dat Greenspans populariteit tanende is, is dat velen hem verantwoordelijk stellen voor de huidige economische teruggang in de Verenigde Staten en de daling van de Amerikaanse effectenbeurs. Al dan niet terecht kreeg Greenspan alle lof toegezwaaid toen het goed ging met de economie en de beurs. En nu het met beide minder gaat, krijgt hij ook de kritiek.

Dat is deels te wijten aan de president van de Federal Reserve Board zelf, maar de voornaamste reden dat de Fed verantwoordelijk wordt gesteld voor de tegenvallende Amerikaanse economie, ligt verankerd in het Amerikaanse systeem. De Amerikanen verwachten te veel van monetair beleid. Omdat alleen de centrale bank geld schept, kan deze de inflatie bestrijden, en te veel geld is de bron van inflatie. Maar uit alles blijkt dat de centrale bank slechts over zeer beperkte mogelijkheden beschikt om economische groei te bevorderen of de economische cyclus terug te draaien. En toch is dat precies wat de Amerikanen verwachten van de Federal Reserve, want dat is de opdracht die door het Amerikaanse Congres is opgenomen in de wet betreffende de Amerikaanse centrale-bankstelsel.

In de ogen van Amerikanen moet de Amerikaanse centrale bank economische recessies voorkomen en ook zorgen dat deze niet kunnen ontstaan door beleidsfouten. Daarom krijgt Greenspan het verwijt dat hij de economische teruggang niet heeft verhinderd. Dit buitengewoon harde standpunt heeft twee duidelijke gevolgen. Ten eerste leidt het tot een uiterst actief monetair beleid. Ten tweede wordt de onafhankelijkheid van de Federal Reserve nu bedreigd door politieke krachten van buiten.

Gelukkig voor de Europeanen verkeert de Europese Centrale Bank in een totaal andere situatie. De ECB heeft maar één opdracht: inflatie bestrijden. Er wordt niet gestreefd naar een actief monetair beleid dat zich bezighoudt met elke microscopische golfbeweging in de economische cyclus. Beleidswijzigingen zijn eerder schaars. Als de verwachte inflatie te hoog is wordt bijvoorbeeld een beleid uitgezet om de inflatie terug te dringen, en dat beleid blijft zo tot de verwachte inflatie inderdaad daalt. Ook al neemt de algehele economische activiteit in de eurozone toe of af in de periode van aanpassing aan een lagere geraamde inflatie, zoiets telt niet, of mag niet tellen, voor de Europese monetaire autoriteiten.

Veel critici van de ECB begrijpen dat niet of weigeren te accepteren dat de ECB geen Amerikaanse Federal Reserve is. Hun kritiek luidt dat de ECB te veel aandacht zou schenken aan de inflatie, te weinig zou doen om de huidige economische teruggang in Europa tegen te gaan en de dreigende wereldwijde recessie zou negeren.

De inflatie in de eurozone ligt met 2,6 procent op dit moment bijvoorbeeld boven de doelstelling voor de middellange termijn van twee procent per jaar. Hoewel de economische activiteit in de eurozone afneemt (zij het lang niet zo sterk als in de Verenigde Staten), weigert de ECB de rentetarieven te verlagen voordat er duidelijke aanwijzingen en de gegronde verwachting bestaan voor prijsstabiliteit op de middellange termijn. En zo hoort het ook. Omdat de ECB voet bij stuk houdt gaat er echter een storm van kritiek op onder Europese politici – zoals de Duitse minister van Financiën, Hans Eichel, die beweert dat Europa geen inflatieprobleem kent –, de redactie van de Financial Times en vele deelnemers aan de financiële markten, die willen dat de ECB net zo optreedt als de Federal Reserve.

Hun aanhoudende scherpe persoonlijke aanvallen op Wim Duisenberg zijn dan ook vooral bedoeld om de president van de ECB murw te maken en meer geneigd de beleidswijzigingen door te voeren die de critici voorstaan.

Maar zou Europa werkelijk gebaat zijn bij een `veramerikaansing' van de Europese Centrale Bank? Een actieve monetaire politiek ziet er aardig uit zolang de monetaire leiders geen fouten maken en het goed gaat met de economie. Zo ging het tot voor kort ook in de Verenigde Staten. Maar kennelijk heeft Greenspan de kracht van de Amerikaanse economie verkeerd ingeschat en heeft hij de rentetarieven te veel verhoogd in de goede tijden, die blijkbaar niet zo goed waren als ze leken. Het gevolg van deze misrekening is een sterkere teruggang van de Amerikaanse economie dan strikt noodzakelijk was.

Greenspan blijft echter optimistisch en gelooft in een abrupt herstel. Misschien heeft hij gelijk. Maar als zijn optimisme niet op feiten blijkt te berusten, zullen de consumptieve bestedingen in de VS, die tot nu toe niet zijn ingezakt, in één klap teruglopen. Dat is het gevaar van een actief monetair beleid, bedoeld om de economie op microniveau te beheersen. Als de `maestro' het bij het verkeerde eind heeft, ontstaat een chaotische kakofonie en zitten we straks allemaal met barstende hoofdpijn.

De critici van de ECB zien niet in dat de kans op dure beleidsfouten groter wordt naarmate het monetaire beleid actiever is. Misschien is de oude, vertrouwde Federal Reserve opgewassen tegen zulke fouten van haar leiders , maar de jonge Europese Centrale Bank verkeert nog niet in die benijdenswaardige positie.

Terwijl Greenspan en zijn collega's bij de Fed uiteindelijk toch menselijk bleken, is de veel bekritiseerde Duisenberg juist een rots in de branding. Weliswaar wordt er op hem en zijn collega's van de Raad van Bestuur sterke druk uitgeoefend om het Amerikaanse model te imiteren, maar zij blijven vasthouden aan het klassieke niet-actieve monetaire beleid, gericht tegen inflatie, waarmee de oude Bundesbank zoveel succes had. Dat zal zeker vrucht afwerpen voor de euro, wanneer de beleggers de nieuwe munt uiteindelijk zullen gaan zien als een stabiele investeringsgrondslag.

De markten reageerden verbaasd toen de ECB op de laatste vergadering niet zwichtte onder de druk van buiten om het rentetarief te verlagen, omdat de prijzen in Europa nog steeds niet stabiel zijn. Maar zou de oude Bundesbank onder dezelfde omstandigheden anders hebben gehandeld? Juist degenen die beweren in de oude Bundesbank de loffelijke kwaliteiten te zien van een centrale bank, hebben kritiek als de ECB dezelfde kwaliteiten vertoont. Tietmeyers Bundesbank was niet Greenspans Federal Reserve, en dat geldt ook voor Duisenbergs ECB.

Melvyn Krauss is verbonden aan het Hoover Institution van Stanford University. Hij was hoogleraar economie aan de New York University.

    • Melvyn Krauss