Voortgang interne markt EU `pover'

Slechts ruim de helft van de actiepunten van de Europese Commissie ter versterking van de interne Europese markt wordt voor de beoogde limiet van 1 juni 2001 gerealiseerd.

Dit blijkt uit een gisteren gepubliceerd jaarlijks overzicht van de Europese Commissie. Eurocommissaris Frits Bolkestein (Interne Markt) sprak van een ,,povere prestatie'' in het eerste jaar na de top van Lissabon, waar regeringsleiders afspraken maakten over een actieprogramma. Hij waarschuwde dat de concurrentiepositie van de EU en daarmee de banengroei in het geding komen. Als positieve punten noemde hij regelgeving voor elektronische handel en een Europees vennootschapsstatuut, maar bij onder meer vrij werknemersverkeer, een Europees octrooi en openstelling van overheidsheidsopdrachten wordt weinig vooruitgang geboekt.

Verder blijkt dat slechts drie lidstaten (Denemarken, Zweden en Finland) de achterstand in de omzetting van Europese richtlijnen in nationale wetgeving eind vorig jaar wisten terug te brengen tot de beoogde 1,5 procent. De achterstand van Griekenland, Frankrijk en Portugal is nog steeds meer dan drie keer zo groot.

Juist gisteren maakte een woordvoerder van de Europese Commissie bekend dat zij een juridische procedure bij het Europees Hof tegen Frankrijk zal doorzetten, nu Parijs wetgeving over liberalisering van de gasmarkt opnieuw heeft vertraagd. Het Franse parlement zal de kwestie niet voor 2002 behandelen, terwijl de richtlijn al op 8 augustus 2000 moest zijn omgezet. Volgens het overzicht van de Europese Commissie is bijna 13 procent van de Europese interne-marktregelgeving niet door lidstaten in nationale regels omgezet.

Bolkestein kondigt aan dat burgers en bedrijfsleven via internet meer zullen worden geconsulteerd om huidig beleid te verbeteren en nieuw beleid te formuleren. Uiterlijk in december zal voor het eerst via deze ,,interactieve beleidsbepaling'' overleg worden gevoerd. De Commissie wil uiterlijk juni 2002 ook een interactief netwerk gereedhebben, dat burgers en bedrijven moet helpen specifieke problemen (o.a. bij vestiging in een andere EU-lidstaat) op te lossen.