Strafrecht onder druk

,,DIT WAS GEEN epiloog, dit is een: wordt vervolgd''. Zo typeerde de voormalige `super-procureur-generaal' Docters van Leeuwen de parlementaire enquête-Van Traa naar bijzondere opsporingsmethoden, zoals het zogeheten doorlaten van grote partijen softdrugs. Het muisje kreeg inderdaad een staartje. Een parlementaire evaluatiecommissie onder voorzitterschap van de huidige staatssecretaris Kalsbeek (Justitie) bracht aanwijzingen aan het licht dat er meer mis was geweest dan de commissie-Van Traa had opgediept. Behalve softdrugs zouden ook fikse partijen cocaïne zijn doorgeslipt. De commissie-Kalsbeek signaleerde ook een verregaande en omstreden `deal' tussen een Amsterdamse officier van justitie en een beweerde topcrimineel.

Dat bleek Mink K. te zijn. Na een in verscheidene opzichten opzienbarend proces zag deze gisteren een veroordeling wegens grootschalige wapenhandel worden vernietigd door het gerechtshof in Amsterdam. De reden: het openbaar ministerie (OM) heeft een plechtige belofte van geheimhouding jegens deze informant geschonden en hem daardoor in groter gevaar gebracht dan strikt noodzakelijk was. Met name wordt het OM verweten dat het de geheime afspraak via de commissie-Kalsbeek naar buiten heeft gebracht, zeg maar gelekt. Dit ernstige verwijt wordt echter voorzover na te gaan – er is slechts een gekuiste tekst van het arrest vrijgegeven – onderbouwd door een enkele, ook nog anonieme bron van horen zeggen. Deze had van mevrouw Kalsbeek zelf gehoord dat een zekere X het hele verhaal bij haar ,,op tafel had gelegd''. Of was de commissie toch al iets op het spoor? Kalsbeek zelf blijkt niet door het gerechtshof te zijn gehoord.

Opmerkelijk is ook dat het gerechtshof alle publiciteit die volgde op publicatie van het rapport-Kalsbeek categorisch op het conto van het OM schuift. Daar zat toch een hele parlementaire commissie tussen? Het belang dat het hof hecht aan het enkele feit dat een geheime deal ,,op straat lag'', zonder zich te bekreunen om het hoe en waarom, kan nog ongedachte perspectieven openen voor kwaadwillenden die een strafzaak publicitair willen ,,stuk maken''.

DE GROTE VRAAG die de uitspraak van het Amsterdamse gerechtshof oproept is: moet een parlementair onderzoek automatisch wijken voor een geheime deal met een crimineel? De afspraak in kwestie lijkt verder te gaan dan de wetgeving over kroongetuigen die in het kielzog van Van Traa moeizaam in elkaar wordt gesleuteld. Deze afwijking van de lijn-Van Traa vormde een zwaarwegend parlementair onderzoeksbelang. En het OM is niet alleen verantwoording schuldig aan de rechter in de concrete strafzaak, maar via de minister van Justitie ook aan het parlement voor het gevoerde beleid. Dat kan ook een concrete strafzaak omvatten. De uitspraak van het Amsterdamse gerechtshof zet de staatkundige verhoudingen rond de strafrechtspleging onder druk.