Stapje terug om langer te werken

Hoe langer we leven, hoe langer we door moeten werken om de vergrijzing het hoofd te bieden. Desnoods in deeltijd.

Van de timmerman tot de directeur, bij Bouwbedrijf Hazenberg in Vught wordt iedereen boven de vijftig om de vijf jaar opgeroepen voor een medische keuring. Is het werk te zwaar, dan vertellen de werknemers dat aan de dokter, die dat weer aan de bedrijfsleiding meldt. En sinds een paar jaar stuurt de directie oudere werknemers op pad met een jonge collega, volgens het oude meester-gezelsysteem. De oudere draagt zijn kennis over, de jongere doet het zware werk.

,,Oudere werknemers kwamen klagen dat ze het zware werk niet meer aankonden'', verklaart directeur L. Baltussen het ouderenbeleid. ,,Het ziekteverzuim loopt boven een bepaalde leeftijd snel op als je niet uitkijkt.'' Door preventieve maatregelen drong Hazenberg het ziekteverzuim terug van 6 à 7 procent tot onder de 5 procent van de 125 werknemers. En ouderen werken door tot hun 62ste.

Hoe houden we de oudere medemens aan het werk? Nu de babyboomers rond de 55 zijn en het pensioen voor hen in zicht komt, vormt de vergrijzing een serieuze bedreiging voor de economie. Van de Nederlanders van 55 tot 64 – dat is 10 procent van de bevolking -– heeft een op de drie een betaalde baan. In Zweden is dat 65 procent, in België 25 procent. En er staat geen leger werkers klaar om hen op te volgen.

Nu is het aantal 65-plussers in Nederland 20 procent van de beroepsbevolking (15 tot 65-jarigen). Over tien jaar is dat in Nederland 22 procent, (in de EU 27 procent) en die stijging zet door. Bovendien neemt het aantal 80-plussers in de EU de komende vijftien jaar met 50 procent toe. Dat blijkt uit cijfers van de Europese stichting tot verbetering van de werk- en levensomstandigheden in Dublin, die onlangs een rapport uitbracht over de sociale situatie in de EU in 2001.

De meeste EU-landen geven dan ook meer uit aan oudedagsuitkeringen dan aan werkloosheid of ziektekosten. Nederland besteedde in 1998 41 procent van zijn sociale voorzieningen aan AOW. In 1990 was dat nog 37 procent. In Nederland zijn de pensioenlasten goed gedekt, doordat werknemers er zelf voor sparen. Voor de AOW geldt dat niet; die zal de komende decennia steeds sterker op de werkende beroepsbevolking gaan drukken. In landen als Frankrijk ziet de toekomst er somberder uit. Daar worden de snel stijgende pensioenlasten geheel opgebracht door de beroepsbevolking.

De vergrijzing is een probleem, zegt Lans Bovenberg, hoogleraar algemene economie aan de Katholieke Universiteit Brabant. Maar wel oplosbaar. Daar hebben we nog zo'n twintig jaar de tijd voor. De belangrijkste remedie is doorwerken, voorlopig tot 65 jaar, op termijn langer. Hoeveel langer? ,,Dat hangt af van de levensverwachting, je zou de pensioengerechtigde leeftijd daaraan moeten koppelen. Voor elk jaar dat we langer leven, zouden we een halfjaar langer door moeten werken.''

Rest de vraag: hoe? Ruim 40 procent van de werkenden in de EU geeft aan dat ze hun werk niet tot hun zestigste zouden volhouden, laat staan tot hun vijfenzestigste. Ze moeten een sterkere positie op de arbeidsmarkt krijgen, vindt Bovenberg, door levenslange scholing. Zodat hun employability, hun inzetbaarheid wordt vergroot. ,,Nu investeren we veel geld in pensioenen, in inactiviteit. Een deel van het geld zouden we kunnen inzetten om ons eigen menselijk kapitaal beter te onderhouden.'' Hij pleit voor een tweede carrière, bijvoorbeeld voor vrouwen van rond de vijfenveertig, van wie de kinderen de deur uit zijn.

En het werk zou beter over het leven verdeeld moeten worden, zegt hij. ,,Want dat is nu structureel scheefgegroeid. We werken ons eerst uit de naad om de kinderen goed op te kunnen voeden. Daardoor branden mensen op.'' Mensen zouden een stapje terug moeten doen als ze ouder worden, vindt Bovenberg. Dat kan als bijvoorbeeld hun pensioen en uitkeringen als WAO en WW niet meer op het eindloon, maar op het middenloon gebaseerd zijn.

In Nederland is de situatie relatief gunstig, mede door de flexibilisering van de arbeidsmarkt en de erkenning van de deeltijdbaan. ,,Het zijn nog vooral vrouwen die in deeltijd werken. Ze bereiden daarmee de weg voor mannen die de hooggespannen verwachtingen over zichzelf kunnen laten varen door korter te gaan werken. Dan houden ze het langer vol.''

    • Mariël Croon