SER: verplicht pensioen te duur

Alle werknemers moeten in beginsel een pensioen gaan opbouwen, maar dit mag geen wettelijke verplichting worden. Een verplichte pensioenopbouw voor alle werknemers wordt voor werkgevers te duur.

Dit stelt de Sociaal Economische Raad (SER) in een advies aan het kabinet over een nieuwe pensioenwet. De raad reageert hiermee op een recent initiatief-wetsvoorstel van PvdA en CDA. Belemmeringen om mee te doen aan een pensioenregeling, zoals minimumleeftijd en toetredingsperiodes, moeten volgens de SER wel zoveel mogelijk worden weggenomen.

PvdA en D66 willen niet dat een pensioenregeling voor alle werknemers verplicht wordt. In bepaalde sectoren, met bijvoorbeeld veel vakantiewerkers of werknemers met korte contracten, moet het mogelijk zijn om geen pensioen op te bouwen. PvdA en D66 willen een minimumpensioen wettelijk verplicht stellen, maar de SER vindt dit te duur.

Van alle werknemers bouwt volgens een onderzoek uit 1996 negen procent geen pensioen op. De SER gaat er vanuit dat dit percentage inmiddels veel lager is geworden, omdat de minimumleeftijd in veel pensioenregelingen – veelal 25 jaar – is verlaagd of helemaal afgeschaft. Bovendien is er een pensioenregeling gekomen voor flexwerkers.

In het SER-advies wordt verder gesteld dat er geen verplichte indexering moet komen in pensioenregelingen. Dat betekent dat pensioenfondsen geen garantie hoeven te geven dat het pensioen waardevast is, maar ze moeten wel zoveel mogelijk het pensioen met de welvaart laten meegroeien.