Rechter: nog geen oordeel over ABN

De Amsterdamse rechtbank wil nog geen oordeel vellen over het al dan niet bewust buiten schot houden, door het openbaar ministerie, van ABN Amro in de fraudezaak rond het `diamantfiliaal' van de bank.

De zaak moet volgens de rechtbank eerst inhoudelijk behandeld worden. De verdediging betoogde gisteren dat justitie haar cliënten ten onrechte vervolgt. Volgens hen is er sprake van willekeur en schending van het gelijkheidsbeginsel omdat ABN Amro buiten schot blijft. Aan de hand van diverse voorbeelden probeerden de advocaten aan te tonen dat de regie van de fraudezaak grotendeels in handen van de bank heeft gelegen. Volgens hen heeft het om toegestaan dat de bank belastend materiaal heeft weggemaakt. De bank mocht zelf eerst ,,orde op zaken stellen' voordat er een aangifte werd gedaan. Maar de rechtbank oordeelde dat zonder onderzoek over de zaak zelf, inhoudelijk niet over het verweer kan worden beslist.

De affaire rond het filiaal aan de Amsterdamse Sarphatistraat draait om een fraude met anonieme nummerrekeningen tussen 1990 en 1996. Het filiaal, dat veel gebruikt werd door cliënten uit de diamantwereld, beschikte over enkele honderden anonieme rekeningen. Omdat vier medewerkers volgens justitie zouden hebben gesjoemeld met de rekeningen, is er bijna 180 miljoen gulden verdwenen. Op de achtergrond speelt de positie van ABN Amro zelf. Hoewel uit het onderzoeksdossier duidelijk is geworden dat de bank zelf strafbare feiten pleegde, zoals het niet melden van grote contante transacties, is ABN Amro zelf nooit vervolgd. Bovendien zijn er hardnekkige geruchten dat de nummerrekeningen werden gebruikt door Nederlanders die daarmee de belasting ontdoken. Justitie heeft deze zaak nooit diepgaand onderzocht. Volgens het OM ging het om rekeninghouders die niet in Nederland woonden en hier dus niet belastingplichtig waren. Uit interne onderzoeken van ABN Amro is gebleken dat de bank al jaren op de hoogte was van de risico's van de nummerrekeningen. In 1995 werd geconstateerd dat niet altijd helder was of rekeninghouders `niet-ingezetene' waren.