Pil van Drion 1

In haar pleidooi voor stervensvrijheid bedient mevrouw Borst zich van de term `levensmoe'. Levensmoeheid zou een indicatie kunnen zijn voor een gewogen ter hand stellen van de terminale pil. Nu is het levensmoe zijn al sinds de ontwikkeling van de psychiatrie, en ongetwijfeld ook al veel eerder, herkend als een van de kernsymptomen van het hele scala van depressieve syndromen, van lichamelijke, psychische en /of genetische aard, bij zowel kinderen, pubers als volwassenen, al dan niet dement.

Levensmoeheid, taedium vitae, Lebensüberdruss, weariness of life, is binnen de klinische psychiatrie een diagnostische term die men weliswaar tevergeefs zoekt in het uit de Amerikaanse farmaceutische industrie gedicteerde statistische psychiatrieboek van de DSM IV, maar die in het alledaagse taalgebruik van psychiatrisch-psychologische indicatie en behandeling frequent gehanteerd wordt.

Wanneer mevrouw Borst, vanuit haar zeer beperkte medische en psychiatrische ervaring de status levensmoe als indicatie voor een terminale medicatie wil invoeren dan zal het wachtlijstprobleem, niet alleen binnen de geestelijke gezondheidszorg, adembenemend snel zijn opgelost.