Massale ontvoering in Colombia

In het noordoosten van Colombia houdt een groep linkse guerrillastrijders zeker twaalf medewerkers van de Amerikaanse oliemaatschappij Occidental Petroleum in gijzeling.

De ontvoering komt na een bloedige week. Meer dan honderd mensen kwamen tot en met zondag om het leven door acties van linkse guerrillastrijders en extreemrechtse doodseskaders. De bloedbaden deden zich voor ondanks oproepen van de rooms-katholieke Kerk om het geweld te staken.

Wat de ontvoerders in ruil voor vrijlating van hun gijzelaars eisen is nog niet bekend. De Colombiaanse strijdkrachten zijn een zoekactie naar de ontvoerders en hun slachtoffers begonnen.

De guerrillastrijders hadden maandagavond omstreeks zes uur (plaatselijke tijd) 92 Colombiaanse employees van Occidental Petroleum ontvoerd, maar ruim zes uur later ongeveer tachtig van hen weer vrijgelaten. Alle ontvoerden zijn Colombianen.

De ontvoering, een van de omvangrijkste in de geschiedenis van het land, begon in de buurt van Arauca, 500 kilometer ten noordoosten van de hoofdstad Bogota. Volgens een woordvoerder van de Colombiaanse strijdkrachten waren de Occidental-medewerkers in een konvooi van achttien auto's op weg van het olieveld bij Cano Limon naar huis toen de guerrillastrijders toesloegen. Hij vermoedt dat de ontvoerders leden zijn van de op een na grootste rebellenbeweging in het land, het Nationaal Bevrijdingsleger (ELN).

Het ELN voert momenteel vredesbesprekingen met de regering. Die verlopen moeizaam. De rebellen hebben onlangs gezegd dat er sprake is van een crisis omdat de strijdkrachten zouden samenwerken met een rechtse paramilitaire organisatie. Het ELN heeft sinds begin dit jaar volgens de Colombiaanse overheid al bijna vijftig aanslagen gepleegd op de olieleiding van Cano Limon naar de havenstad Covenas.