Macbeth als een dolgedraaide machine

Een party moet imponeren, dus tuig je de tent bizar op. Met kolossale ijsblokken bijvoorbeeld, die in kleurige linten gevat boven de feestgangers hangen en langzaam maar zeker smelten. Een party moet ook swingen, dus haal je een deejay in huis die er wild en virtuoos tegenaan gaat. Ja, koning Duncan van Schotland, die weet wat feestvieren is. Koning Duncan van Schotland weet ook wat er te vieren valt: de overwinning op de Noren en Ieren, de redding van zijn rijk. Met dank aan de dappere krijger Macbeth, dames en heren, applaus!

Voor de toeschouwers van Macbeth is het moeilijk om aan het partygeweld te ontkomen. We worden toegesproken, we krijgen drank en sigaretten, we klappen op het juiste moment. Regisseur Ola Mafaalani maakt ons medeplichtig, want dat we op een fout feestje zijn beland, dat ziet iedereen. De dansers doen weinig moeite om de wapens onder hun leren jacks te verbergen en het eerste schot komt niet echt onverwachts. Macbeth heeft Duncan omgelegd nu is hij zelf gastheer en koning. En Duncan, excuses mompelend tot de zaal, trekt zich terug aan de bar: Ik ben dus dood. Op mij moet u verder niet letten.

Waarop de deejay het tempo nog wat opvoert: deze Macbeth lijkt op een dolgedraaide machine. Degenen die in die machine zitten hebben geen tijd om na te denken; razendsnel moeten zij hun concurrenten liquideren, hun bondgenoten selecteren, hun post verdedigen. Als een ouderwetse marxist geeft de in Duitsland geschoolde Ola Mafaalani de schuld aan de maatschappij. Aan het kapitalisme dat inhalig en corrupt en moorddadig maakt. Macbeth doodt zelfs Banquo, zijn beste vriend, en die had hetzelfde gedaan als hìj daar beter van was geworden. Maar wat is beter? Veel vrienden houdt de paranoïde Macbeth niet over en al gauw staat hij alleen op de dansvloer, terwijl zijn slachtoffers hem onverschillig de rug toekeren, aan een bar die steeds drukker bevolkt wordt met doden.

Die dodenbar is een goede vondst, temeer daar er een sopraan bij zit die ijselijk zingt. De interactie met het publiek, dat op het laatst zowaar tomaten mag gooien, is ook een goede zet en een wonderbaarlijke revival van het theater uit de jaren zestig. En de deejay als aanjager van de moderne misdadigheid is zonder meer een uitstekend idee. Maar anders dan Mafaalanis' andere ideeën levert dit idee in de praktijk grote problemen op. Door de herrie die de freestylende Rakesh Thielemans produceert zijn de acteurs amper te verstaan. Van Shakespeares grandioze tekst blijft niets meer over dan hier en daar een citaatje, hol galmend vanwege de microfoons en slordig afgewerkt.

Die acteurs, de meeste van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg, zijn toch al geen toppers. Zij missen de aan krankzinnigheid grenzende energie die voor zo'n extreme voorstelling nodig is, een energie die Mafaalanis' acteurs in haar Nederlandse producties Westkaai, Ten liefde en Ajax wèl hadden.

Malou Gorter in Westkaai stak in het holst van de nacht de Maas over, zwemmend en halfnaakt; nieuwslezeres Noraly Beyer was in Ajax een gepassioneerde en afschrikwekkende rechter. Kortom, Mafaalani-acteurs hebben de dure plicht het uiterste te geven; niet alleen hun lichaam dienen ze in de strijd te gooien maar ook al hun passie, en dat lukt met name de mannen in deze Brusselse Macbeth niet. Het te kalme spel van Wim Willaert als Duncan en van Steve Geerts als Macbeth himself laat een leeg gevoel achter. Of was dat nou juist de bedoeling van dit kille feest?

Voorstelling: Macbeth door De Bottelarij/Koninklijke Vlaamse Schouwburg. Tekst: William Shakespeare. Regie: Ola Mafaalani. Gezien: 14/4 De Bottelarij, Brussel. Aldaar t/m 5/5. Inl. 0032-2-4127070.