Frankenstein food

Begrijpt de westerling wat honger is? Ziet hij kinderen voor zijn ogen sterven van de honger? Nee. Daarom moet die westerling zijn mond houden over het gebruik van genetisch gemanipuleerde gewassen door ontwikkelingslanden, vindt de Keniaanse onderzoeker dr. Cyrus Ndiritu. ,,Want voor ons is het een keuze tussen leven en dood'', zegt hij in Eten wat de pot schaft.

De documentaire behandelt de opkomst en neergang van genetisch gemanipuleerd voedsel. De opkomst was in de jaren tachtig, zegt een journalist van de Britse krant The Guardian. De geluiden waren toen erg positief. Maar in de jaren negentig sloeg de toon om. En inmiddels heeft de aversie tegen gentech-voedsel om zich heen gegrepen. Tegenstanders hebben het tegenwoordig over Frankenstein food. Imagogevoelige multinationals zoals Unilever, Nestlé en Burger King weigeren nog langer genetisch gemanipuleerde gewassen in hun producten te verwerken. In de documentaire voorspelt een financieel analist zelfs dat gentech-voedsel zijn langste tijd heeft gehad. De negatieve houding van de consument heeft ,,rampzalige gevolgen'' voor bedrijven die zich ermee bezig houden.

Wetenschappelijke, politieke, economische en emotionele voors en tegens passeren de revue. Jammer genoeg speelt de discussie zich zoals zo vaak af binnen het kader van de nieuwe technologie. Het zou aardig zijn om de vermeende negatieve effecten eens af te zetten tegen andere menselijke activiteiten. Bijvoorbeeld de aanleg van woonwijken en verkeerswegen, waardoor leefgebieden van dieren hopeloos versnipperen. Ook de rol van Greenpeace blijft helaas buiten beschouwing. De organisatie richt zich bij zijn campagnes voortdurend tegen gentech-voedsel. Waarom voedsel? Er zijn genoeg andere toepassingen van de technologie. Vorig jaar steeg het areaal van gentech-katoen enorm. Inmiddels is 16 procent van alle op de wereld verbouwde katoen genetisch gemanipuleerd. Waarom begint Greenpeace geen campagne tegen spijkerbroeken, of beddenlakens?

Bijzonder aan deze documentaire is dat hij stilstaat bij de positie van ontwikkelingslanden zoals Kenia. Daar raakten vorig jaar 4,4 miljoen mensen in hongersnood vanwege aanhoudende droogte. Het land schreeuwt om mogelijkheden waarmee het zijn voedselproductie kan opschroeven. ,,Het zijn niet de multinationals die Afrika in hun greep houden'', zegt de Keniaan Cyrus Ndiritu. ,,Dat zijn honger, armoede en voorziening.'' Hij krijgt steun van zijn collega dr. John Wafula. ,,De tegenstanders van gentech gewassen zijn niet in de positie om ons te vertellen of biotechnologie nuttig is voor ons of niet. Als het ons een kans geeft om de productie op te voeren, dan moeten we ervoor gaan.''

Afrika wil gentech-gewassen, maar is daarbij sterk afhankelijk van de westerse consument. Pas als die de technologie omarmt, zullen bedrijven zich ermee gaan bezighouden en sijpelt de kennis door naar de derde wereld. Maar door de aversie die in het rijke westen is ontstaan tegen gentech-voedsel, keren steeds meer bedrijven zich juist van deze ontwikkeling af. Een Mexicaanse wetenschapper: ,,Het zijn de consumenten in het rijke westen die boeren in arme landen beletten om de techniek te gebruiken.'' De boeren verliezen daarmee helaas een waardevol gereedschap in de strijd tegen honger.

Eten wat de pot schaft, Ikon, Ned.1, 22.52-23.44u.

    • Marcel aan de Brugh