Sharon wil Palestijns gezag vernietigen

De jongste Israëlische offensieven passen in de politiek van premier Sharon om de Palestijnse leider Arafat onmogelijk te maken en Israëls militaire aanzien weer te vergroten.

Zolang premier Ariel Sharon zich niet distantieert van zijn minister van Binnenlandse Veiligheid Uzi Landau moet diens onverzoenlijke anti-Palestijnse retoriek als richtlijn van de politiek van de nationalistische Likud-regering serieus worden genomen. Na de bezetting van Palestijns gebied vannacht in de Gazastrook verhulde Landau niet dat Israël in reactie op Palestijnse terreur geen andere keus heeft dan het Palestijnse zelfbestuur van Yasser Arafat te vernietigen. Het autonomie-akkoord van Oslo is voor Landau een ramp. Arafat is volgens hem een oorlogsmisdadiger die voor de rechter moet worden gesleept. ,,Arafat is geen partner voor vredesoverleg met ons, hij is de partner van Saddam Hussein. Dat moeten we de wereld uitleggen'', zei Landau vanmorgen in een vraaggesprek met radio Israël.

Deze uitval werd niet ingegeven door Landaus woede over Palestijnse mortierbeschietingen op de Israëlische stad Sderot, tegenover de Gazastrook, gisteravond. Landau, telg uit een geslacht van strijders tegen de Britten en Palestijnen in de jaren veertig, gelooft niet in vrede met de Palestijnen en nog minder in de stichting van een Palestijnse staat naast Israël. Hoewel hij niet in het veiligheidskabinet zit behoort hij wel tot de kring van vertrouwelingen van Sharon die op zijn beurt ook zijn afschuw van het akkoord van Oslo en van Arafat nooit heeft verborgen.

Sharon doet inderdaad zijn uiterste best Arafats positie te ondermijnen. Zijn eis dat een einde aan Palestijns geweld moet komen voor het vredesoverleg kan worden hervat, is voor Arafat levensgevaarlijk. Ook Sharon moet weten dat Arafat de Palestijnse onafhankelijkheidsopstand niet kan stoppen als hij aan de onderhandelingstafel geen Palestijnse staat kan krijgen en genoegen moet nemen met Palestijnse zelfbestuur op de slechts 42 procent van de Westelijke Jordaanoever die Sharon hem gunt. Sharon heeft Arafat met deze tactiek in een onmogelijke situatie gemanoeuvreerd. Doorgaand Palestijns geweld is immers voor Sharon zowel reden als aanleiding om de militaire infrastructuur van het Palestijnse Gezag te vernietigen.

De afgelopen dagen heeft Sharon in vraaggesprekken met de Israëlische media ook de strategische gedachte achter zijn tactiek uitgelegd. Sharon veronderstelt dat de Arabische wereld over tien tot vijftien jaar minder mogelijkheden heeft om Israël aan te vallen dan nu. Hij gaat ervan uit dat Israël tegen die tijd een bloeiende economie heeft en de Arabische wereld wegens het dalen van de olieprijs in verval is geraakt. (Iraaks en Iraans atoomwapengevaar hield hij buiten zijn strategische balans.) Sharon trekt uit die visie/fantasie de conclusie dat de tijd voor Israël werkt en er aan oplossingen op lange termijn moet worden gedacht. Hij speelt op tijdwinst om de onomkeerbaarheid van Israëls greep op bezet gebied door uitbreiding van nederzettingen onwrikbaar te maken.

Tot overmaat van ramp voor de Palestijnse leider is Sharon ook er in geslaagd de weg van Arafat naar het Witte Huis te blokkeren. Dat Israëls imago in West-Europa op zwaar verlies staat neemt Sharon op de koop toe. Hij voelt zich prima zolang president George Bush hem zijn gang laat gaan. Voor hem is het dan ook meer dan bemoedigend dat Washington de verantwoordelijkheid voor de Israëlische luchtaanval op de Syrische radarpositie bij Hezbollah legde.

Zowel deze uithaal tegen Syrië als het harde militaire optreden tegen de Palestijnen wordt ook ingegeven door Sharons obsessie met Israëls militaire geloofwaardigheid in de Arabische wereld. Het akkoord van Oslo en Israëls vlucht voor Hezbollah uit Zuid-Libanon, vorig jaar, hebben volgens Sharon daarin een groot gat geslagen. Op het gevaar af van een nieuwe oorlog in het Midden-Oosten bouwt Sharon de mythe van Israëls militaire onaantastbaarheid weer op. Het is balanceren op de rand van de afgrond met dien verstande dat Sharon er zeker van denkt te zijn veilig aan de overkant te komen.

    • Salomon Bouman