Op weg naar Europa

DE INTERNATIONALE gemeenschap windt er op de roerige Balkan geen doekjes meer om: als landen en volksgroepen zich niet aan de Europese regels houden, gaat de geld- en hulpkraan onherroepelijk dicht. Macedonië merkte het in februari en maart, toen extremisten uit de Albanese minderheid in opstand kwamen. De Europese Unie en de NAVO bemoeiden zich onmiddellijk met het conflict. Topdiplomaat Javier Solana toog herhaaldelijk naar Skopje om de Albanese Macedoniërs voor te houden dat ze met geweld niets zouden bereiken en om de Slavische Macedoniërs voor te houden dat ze in een dialoog met de Albanezen na tien jaar nu eens serieus moesten nadenken over de grieven van die minderheid. De leiders van de Albanezen in het naburige Kosovo werden geprest – een ander woord is er niet voor – om zich te distantiëren van het geweld van de Macedonische Albanezen. Macedonië kreeg deze maand als aanmoediging en lokkertje een statusverhoging in het koor van kandidaat-leden van de Unie.

Het dreigen met een stopbord op de Weg naar Europa voor diegenen die zich niet aan de regels houden, is niet nieuw. Polen, Tsjechen, Slowaken, Roemenen, Bulgaren en de volkeren van ex-Joegoslavië – ze hebben de boodschap al vanaf 1990 te horen gekregen. Maar in het geweld dat uitbrak na het ontploffen van de oude Joegoslavische federatie drong die boodschap dáár niet door. In Kroatië duurde die toestand tot president Tudjmans dood in december 1999. In Servië duurde het nog een jaar langer.

HOE DOELTREFFEND de boodschap kan zijn als die krachtig, duidelijk en volhardend genoeg wordt gepresenteerd, blijkt wel uit het feit dat Kroatië tegenwoordig een van de beste partners van de Europese Unie is. De NAVO heeft bovendien al zoveel vertrouwen in het nieuwe Joegoslavië, dat zij het veiligheidskordon rond Kosovo in hoog tempo ontmantelt. Het blijkt ook uit de snelheid waarmee de recente crisis in Macedonië – voorlopig – werd gesust.

Het wil niet zeggen dat er geen ultra's overblijven. In Macedonië, in Montenegro, waar 60 procent van de bevolking even gretig onafhankelijkheid wil als de resterende 40 procent die niet wil. In Kosovo, waar na de verdrijving van de minderheden de Albanezen, eindelijk onder elkaar, nu wel weer af willen van het internationale gezag. In Bosnië, waar de Kroatische ultra's – de geestverwanten van wijlen Franjo Tudjman – zich binnen de moslim-Kroatische federatie willen losvechten uit de omhelzing van de moslims.

De internationale bestuurder van Bosnië, Wolfgang Petritsch, heeft er de handen steeds voller met het bestrijden van die ultra's. Zijn taalgebruik liegt er niet meer om. ,,De wittebroodsweken zijn voorbij'', zei hij in januari in zijn nieuwjaarsrede. ,,Als in 2001 een doorbraak uitblijft, komt Bosnië in de marge terecht, buiten de Europese rijkdom en welvaart.'' Kroatië en Joegoslavië, aldus Petritsch, krijgen ,,grote brokken'' van de hulp die de EU in de regio uitdeelt – Bosnië krijgt niets, als het zich niet aanpast.

DREIGEN MET dat stopbord op de Weg naar Europa, veel nadrukkelijker dan in het verleden, is waarschijnlijk de enige boodschap die werkelijk helpt. Dat sommigen hardhorend blijven, doet daar niets aan af. In Bosnië moet het geweld van de Bosnische Kroaten vooral worden gezien als een door wanhoop ontketend achterhoedegevecht van de ultra-nationalisten. Zij verloren vorig jaar de steun uit Kroatië, die vroeger door Franjo Tudjman werd gefourneerd. Ze verloren bij de verkiezingen van eind vorig jaar prompt de helft van hun aanhang aan partijen zonder etnische basis. Ze vechten om hun laatste privileges. Ze vechten tegen hun verdwijning. En hoeveel geweld en problemen ze ook nog kunnen ontketenen, als de internationale gemeenschap de druk op de ketel houdt, vechten ze vergeefs.