Nokia, een reus op lemen voeten

Op welke van de twee Scandinavische mobiele telefonieconcerns kunt u het beste uw geld zetten: op het Finse Nokia of op het Zweedse Ericsson? Beide bedrijven komen aanstaande vrijdag met hun winstcijfers over het eerste kwartaal. Beide bedrijven zien er gehavend uit, nu de mobiele-telefoniemanie van vorig jaar heeft plaatsgemaakt voor een depressie. Maar Ericsson is er het slechtst aan toe. Zijn aandelen zijn afgelopen jaar 63 procent in waarde gedaald en die van Nokia 'slechts' 38 procent.

Nokia is zonder meer het indrukwekkendste bedrijf. Zijn marktaandeel op het gebied van mobiele telefoons is gestegen, waardoor grote schaalvoordelen optreden, die het mogelijk maken om in de kosten te snijden, concurrerend te blijven en een nog groter marktaandeel te behalen. Ericsson lijkt ondertussen twee linkerhanden te hebben. Zijn eigen productie-afdeling voor mobiele telefoons was een ramp – vandaar dat het bedrijf besloten heeft om de productie uit te besteden. En het is ook te veel uitgedijd.

Toch zou Nokia wel eens een reus op lemen voeten kunnen zijn. Vorige maand bracht het bedrijf het merkwaardige bericht naar buiten dat de verkopen beneden verwachting zouden blijven, maar dat de winstmarges zouden stijgen. Niemand weet precies hoe Nokia op de langere termijn op een markt voor consumentenelektronica marges van 20 procent denkt te kunnen blijven realiseren.

Bij de Zweden is er intussen ruimte voor verbeteringen. Overtollige ballast wordt afgestoten. Analisten verwachten dat er 10.000 banen zullen verdwijnen. Bovendien richt Ericsson zich voornamelijk op de mobiele infrastructuur – uiteindelijk een hoogwaardiger markt dan die voor mobiele telefoons.

Ten slotte is er de aandelenkoers. Nokia wordt verhandeld op 43 maal de winst van volgend jaar, aldus Dresdner Kleinwort Wasserstein. Dat is bijna het dubbele van Ericsson's factor van 22 maal de verwachte winst. Het lijkt erop dat de Zweden toch de beste gok zijn.