KRANT & LEZER (1/7)

De 55-jarige Willem Ammerlaan is de eerste ombudsman van het Algemeen Dagblad (oplage ca. 340.000). Hij is inmiddels een jaar in functie. In het afgelopen jaar kreeg hij van lezers ruim 4000 vragen, klachten, op- en aanmerkingen over columns, foto's, artikelen en werkwijze van de redactie. De felste reacties roepen columnisten op. ,,Zij schrijven vaak sterk confronterend, dagen uit tot discussie en mogen de lezer graag een beetje sarren.''

Ammerlaan kent zijn krant. Dertig jaar geleden begon hij er als politieverslaggever, werd chef nieuwsdienst en was daarna algemeen redactiechef. ,,Wij gaan ervan uit dat een lezer in twintig minuten de krant moet kunnen lezen. Daarom moeten we toegankelijk, snel en adequaat informeren. Als we in een zaak fout zitten moeten we dat erkennen. Wij zijn van de straat maar niet van de goot.''

Er waren twee redenen om een ombudsman, of lezersredacteur zoals de functie bij andere kranten heet, in te stellen. Ten eerste om de band met de lezers aan te halen en om te voorkomen dat mensen met vragen van het kastje naar de muur worden gestuurd. Ten tweede om de journalistieke ethiek te bewaken. ,,Journalisten moeten hun werk met open vizier doen. Wij hebben ook een gedragscode opgesteld waaraan al onze redacteuren zijn gebonden.''

Een keer in de veertien dagen publiceert hij in het AD zijn bevindingen. ,,Onafhankelijk. Dat was voor mij een voorwaarde om dit werk te gaan doen. Over rectificaties kan ik slechts een advies aan de hoofdredacteur geven. De redactie is aan mijn belissing gebonden, maar een klager kan altijd naar de rechter stappen of naar de Raad voor de Journalistiek.''

Ammerlaan ziet zich niet louter als beschermer van zijn redactie. In zijn publicaties valt hij redacteuren ook wel eens af. Zoals onlangs in een publicatie over de politieke partij Volendam '80 waarin werd beweerd dat zij schuld had aan de gebrekkige besluitvorming over het brandveiligheidsbeleid. De partij was geen weerwoord gegeven.

Ammerlaan onderstreept dat de lezers in vergelijking met twintig jaar geleden veel mondiger zijn geworden. ,,Ze willen ook snel antwoord. En ik vind dat we daar aan moeten voldoen. Dit lijkt overigens wel een `oratio pro domo', maar zo bedoel ik het niet.''