Genocide in Rwanda voor Brussels hof

In het Brusselse Paleis van Justitie is vanmorgen het proces begonnen tegen vier Rwandezen, onder wie twee nonnen, die worden beschuldigd van betrokkenheid bij de volkerenmoord in Rwanda in 1994.

De vervolging is mogelijk op basis van een wet uit 1993 die Belgische rechtbanken universeel bevoegd maakt om inbreuken op de Internnationale Conventies van Genève van 1949 te vervolgen, ongeacht de plaats van de misdaad en de nationaliteit van de daders.

Het is voor het eerst dat de wet in België tot een proces leidt. Het proces is ook uniek, omdat nooit eerder een jury van burgers zich over schuld of onschuld van genocide moest uitspreken. België kent naast zogenoemde correctionele rechtbanken ook assisenhoven met juryrechtspraak.

Tijdens de rechtszaak, die naar verwachting vier tot zeven weken zal duren, worden zo'n 170 getuigen gehoord. Vele tientallen getuigen zijn uit Rwanda overgevlogen en op kosten van de Belgische justitie ondergebracht in Brussel. De zaak, die aan het rollen kwam na klachten van burgerlijke partijen, is voorbereid door onderzoeksrechter Damien Vandermeersch. Hij leidde een zogenoemde rogatoire missie naar Rwanda om getuigen te horen en bewijsmateriaal te verzamelen.

De zitting begon vanmorgen even voor tien uur onder grote belangstelling van de internationale pers met de selectie van twaalf juryleden en hun plaatsvervangers via loting uit 120 kandidaten. De aangeklaagden – in de media aangeduid als de `vier van Butare', genoemd naar de streek waar de moorden plaatshadden – ontkennen elk schuld. De vier behoren tot de vele Rwandezen die na de genocide als vluchtelingen naar België kwamen.

De Benedictijner kloosterzusters Gertrude Mukangango (41) en Maria Kisito (36) worden beschuldigd van de moord op vier geïdentificeerde personen en een onbepaald aantal niet-geïdentificeerden. Zij zouden ook benzine hebben aangevoerd en aangestoken in een garage waar honderden gevluchte Tutsi's bescherming hadden gezocht tegen moordende Hutu's. Zuster Gertrude, die moeder-overste was van het klooster van Sovu, zou ook vluchtende Tutsi's de toegang tot het klooster hebben geweigerd.

Vincent Ntezimana (39), hoogleraar natuurkunde, die ook in het Belgische Louvain-la-Neuve doceerde, wordt beschuldigd van moord op negen geïdentificeerde personen en een onbepaald aantal niet-geïdenticeerden. Ook zou hij auteur zijn van de `Tien Geboden van de Hutu's', een pamflet dat aanspoorde tot de massamoord in Rwanda.

De vierde verdachte, zakenman en ex-minister Alphonse Higaniro (51), wordt ervan verdacht moorden op Tutsi's en gematigde Hutu's te hebben georganiseerd en gefinancierd.

    • Hans Buddingh'