Een halfje Vlieland

In Harlingen zijn de veerboten al weken voorzien van speciale matten die moeten verhinderen dat de eilanden door mond- en klauwzeer worden getroffen. Op de maatregel werd aangedrongen door de Terschellinger Boerenbond. Kennelijk zijn niet alle boerderijen in de Terschellinger polder integraal omgebouwd tot kampeerboerderij. Ook de Vlielandganger moet zich aan dit ritueel onderwerpen. Dat doet vreemd aan, want op dit eiland is al lang geen boer meer te bekennen. Bij de Nieuwe Kooi wordt nog wel gehooid, maar de opbrengst is voor karren- en manegepaarden bestemd.

Toch is men op Vlieland wel degelijk beducht voor de besmettelijke veeziekte. Dat geldt zeker voor Staatsbosbeheer, dat Schotse Hooglanders op zijn terreinen laat grazen. De toegang tot die gebieden is al sinds begin maart met de inmiddels beruchte rood-witte linten afgezet. De beesten hebben nu het duin achter Lange Paal en de Nieuwe Kooi voor zich alleen. Ook rond de geiten bij het Vuurboetsduin is zo'n lint gespannen.

In feite is nu maar een klein deel van het eiland toegankelijk. De Vliehors is al sinds jaar en dag het domein van militairen; en de duinen van Staatsbosbeheer zijn dus bestemd voor de Hooglanders.

Maar ook elders wordt de toerist geweerd. Een groot deel van de duindalen, het bos en de schelpenpaden is namelijk overstroomd. Vooral de natte herfst en winter zijn daar debet aan; alleen al in oktober viel er 118 mm regen, een record voor Vlieland. In het dorp kwamen vele tuinen en kelders blank te staan. Sommigen wijzen met een beschuldigende vinger naar de schermen die Rijkswaterstaat aan de wadkant van het eiland heeft ingegraven. Er vloeide immers te veel regenwater zomaar de zee in, en aangezien Vlieland, door het almaar groeiende toerisme, steeds meer water verbruikt, leken de schermen een goede oplossing. Bovendien is er de laatste jaren heel wat naaldbos gekapt, waardoor er aanzienlijk minder water verdampt.

Het gevolg is dat er bij de schelpenpaden nu bordjes staan met de tekst `Fietspad verderop gestremd' en zelfs met `Stop! Niet verder. Heel diep water'. Daarmee is er voor het eerst in mijn veertig jaar omspannende vakantie-ervaring op Vlie een eind gekomen aan een topattractie: het fietstochtje van dorp naar Posthuis, begeleid door zingende banden en het geknerp van schelpengruis. Nu het eiland zo sterk gekrompen is, lijkt het een mooi moment om de toeristenbelasting te halveren.

Sommigen laten zich niet van de wijs brengen en blijven in het zadel zitten. Waar het land verdronken is, zetten zij de voet aan de grond en banen zich met hun rijwiel een weg door het hoge duin. Tussen het helmgras tekent zich al duidelijk een nieuw wandelpad af.

Nu het natuurschoon nagenoeg onbereikbaar is geworden, kan de bezoeker op zoek gaan naar de culturele genoegens die het eiland heeft te bieden. Ten slotte bevinden wij ons hier op de favoriete plek van Jan Slauerhoff, wiens gebeeldhouwde kop een huis in de Dorpsstraat siert. Sinds kort is Vlieland met nog een standbeeld verrijkt, en wel dat van Willem de Vlamingh. Hij mag dan minder bekend zijn dan Willem Barentsz van Terschelling, hij is wel de ontdekker van de westkust van Australië.

Tijdens zijn zoektocht (in 1695) naar twee vermiste schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, vond hij het tinnen bord dat een andere Nederlander, Dirck Hartogh, op een eiland had achtergelaten. Vandaar dat de bronzen De Vlamingh het bord duidelijk zichtbaar in zijn handen houdt. Vanaf zijn plek bij de pier heeft hij goed zicht op alle toeristen die hun vakantie op zijn eiland willen doorbrengen.

Hij kijkt naar het oosten, hoewel hij faam verwierf met de ontdekking van het geheimzinnige Zuidland. Aanvankelijk was zijn blik zelfs op het noorden gericht, waar die andere Willem aan kou en uitputting ten onder ging. Dat ligt ook voor de hand, want op de eilanden is er veel wat aan het Hoge Noorden herinnert; zo trekken de donkere rotganzen, die het gras van de kwelders vreten, na de winter terug naar hun broedplaatsen op de toendra, en zo groeit er in de duindalen het groene rendiermos. Wie vanaf het strand naar het noordwesten tuurt, komt ineens tot het besef dat daar ver achter de kim alleen nog de noordpool ligt.

Het `noordelijk gevoel' begint op de waddeneilanden, ik heb dat wel eens vaker beweerd.

    • Gerrit Jan Zwier