`Domme' minderheden verheffen hun stem

Demonstrerende bevolkingsgroepen in de Centrale Hooglanden hebben in Vietnam voor onrust gezorgd. Allemaal de schuld van gevluchte Zuid-Vietnamezen.

Truong Phan Hamh leest regeringskranten, kijkt altijd naar de staatstelevisie en ze heeft daar een simpele overtuiging aan over gehouden: ,,Alle etnische minderheden zijn achterlijk.''

De 25-jarige Vietnamese verkoopt souvenirs in Buon Ma Thuot, de hoofdstad van de provincie Daklak waar ruim dertig niet-Vietnamese bevolkinsgroepen wonen. In het ongerepte heuvelland, ver weg van de welvarende `koffie-stad', zijn de dorpen van bijvoorbeeld de matriarchale Ede en Mnong verstoken van elektriciteit en zijn de wegen onverhard. De bewoners moeten volgens Hamh dus wel ,,dom'' zijn. Om haar heen liggen ingenieuze muziekinstrumenten en lappen ingewikkeld weefwerk. ,,Van de Ede en de Mnong'', zegt de verkoopster.

Sinds begin februari zijn de Vietnamezen in Buon Ma Thuot bang voor de `bergmensen', de Montagnards. Dat is de verzamelnaam voor de Ede, de Jarai, de Mnong, de Bahna, de Se Dang, de Trieng en al die andere etnische groepen die al in de Centrale Hooglanden in midden-Vietnam woonden, lang voordat de Vietnamezen zich daar vestigden. Twee maanden geleden bevonden de leden van de stammen zich echter niet meer op de plek waar ze volgens de autoriteiten horen, namelijk in hun afgelegen, zelfvoorzienende dorpen om voor Vietnamese handelaren koffie en rijst te verbouwen. Ze stonden, gewapend met stokken, op het centrale plein van Buon Ma Thuot.

Ze schreeuwden dat ze het land terugwillen, dat het centrale gezag in de hoofdstad Hanoi hun heeft afgenomen en aan de Vietnamezen heeft gegeven. Het communistische regime dwong immers na de hereniging van Noord- en Zuid-Vietnam in 1975 Vietnamese kolonisten naar de Centrale Hooglanden te gaan. Daar, in het glooiende landschap op 500 meter hoogte, lagen uitgesterkte koffieplantages klaar.

,,De demonstranten waren vooral van de Ede-minderheid'', zegt ooggetuige Hamh. ,,Volgens mij waren het er duizenden. Wij, de Vietnamezen, waren doodsbang dat ze ons te lijf zouden gaan.''

Een demonstratie is dan ook uiterst zeldzaam in Vietnam, het repressieve communistische regime duldt geen tegenspraak. Dit protest werd zelfs gewelddadig: demonstranten zouden een partijfunctionaris en een politieman zwaar hebben toegetakeld. Op dezelfde dag was er ook een protestmars van voornamelijk Jarai in Pleiku, de hoofdstad van Gia Lai, de provincie die samen met Daklak de Centrale Hooglanden vormt. En ook in de derde stad van de regio, Kon Tum, verschenen voor het eerst protesterende minderheden.

,,Onderontwikkelde bergstammen'', zo liet de Vietnamese regering via krant en tv weten, ,,zijn niet in staat tegelijkertijd op verschillende plaatsen onrust te zaaien.'' Ook meldde de regering dat de meeste onruststokers protestant waren – Franse en Amerikaanse evangelisten begonnen honderd jaar geleden in de Centrale Hooglanden met de bekering van de Montagnards. Gecoördineerd en protestants protest, concludeerden de Vietnamezen, daar zit Amerika dus achter.

In Buon Ma Thuot staat het partijkantoor aan hetzelfde plein als de katholieke kerk. Elke zondag puilt deze zodanig uit dat de pastoor ook buiten de hostie moet uitreiken aan de vele katholieken op het kerkplein. In Daklak en Gia Lai is het belijden van protestantisme daarentegen verboden en houden de gelovigen heimelijke diensten in huiskamers of in tenten die ze bij het minste onraad afbreken. Buiten de Centrale Hooglanden, bijvoorbeeld in Danang, duizend kilometer ten noorden van Buon Ma Thuot, zijn protestantse kerken toegestaan, als ze zich maar aan strenge regels houden. Zolang zijn naam niet in de krant komt, wil de predikant in Danang wel uitleggen wat er in de ogen van de meeste Vietnamezen mis is met protestanten. ,,In Vietnam is een protestant hetzelfde als een collaborateur. Omdat wij zouden hebben geheuld met eerst de Fransen en toen de Amerikanen.'' De 54-jarige dominee heeft ruim honderd `collaborateurs' onder zijn hoede en haat de communistische machthebbers. Niet zonder reden. Hij tikt tegen zijn linker broekspijp. Eronder klinkt hout. ,,In '68 eraf geschoten door een Noord-Vietnamese soldaat.'' In 1975 probeerde hij per boot naar Amerika te vluchten. ,,Boot gezonken, drie maanden gevangenisstraf en alles kwijt.'' Sindsdien houdt de politie hem en zijn volgelingen in de gaten. ,,Maar ik weiger in de pas te lopen, ik loop alleen met God.''

Tin Lanh – Goed Nieuws – staat er op zijn kerk die om een nieuwe laag verf schreeuwt. De predikant hoopt op wat geld uit Amerika, want daar heeft zijn kerk, het moet gezegd, goede contacten. Hij schildert een vicieuze cirkel: ,,Protestanten worden onderdrukt in Vietnam en worden daarom geholpen door de Verenigde Staten. En dat zien de communistische machthebbers weer als het bewijs dat wij het verlengstuk zijn van Amerika. Zij merken de onruststokers in de Centrale Hooglanden aan als protestanten en dan weet de Vietnamese bevolking genoeg. Maar ik zeg: die opstandelingen zijn geen protestanten, dat maakt de regering van ze.''

H-Yun Kbnor is Ede en katholiek. Zoals bij iedereen in haar dorp staat er ook een Mariabeeldje in haar `langhuis', een twintig meter lange houten hut op palen waarin haar hele familie woont – het aantal ramen in de muur die op het westen staat, geeft het aantal generaties aan. ,,Ik geloof niet dat de demonstrerende Ede protestant zijn. Volgens ons dorpshoofd hebben ze geen geloof en willen ze gewoon geld hebben, nu de koffieprijs is ingestort.'' De man van Kbnor werkt in Amerika en stuurt elke maand 400 dollar, een jaarinkomen voor een gemiddelde Vietnamees. Een tv-antenne staat op het dak van palmbladeren. ,,Iedereen hier krijgt geld uit Amerika.''

Het is niet zozeer Amerika dat achter de onrust zit, doceert de 30-jarige ambtenaar Le Van Duc, ,,maar naar Amerika gevluchte Vietnamezen''. Duc leidt namens de staat toeristen langs zorgvuldig uitgekozen Ede- en Mnong-dorpen. De bewoners zijn allen katholiek. ,,In de protestantse dorpjes mag niemand meer komen. Bovendien is er niets te zien.''

Duc zegt alles te weten van het protest van de ,,domme'' stammen tegen het communistische regime. ,,Voordat ze vluchtten, werkten veel Zuid-Vietnamezen in de oorlog samen met het Amerikaanse leger. Nu willen zij vanuit Amerika Vietnam ontwrichten door van de Centrale Hooglanden een onafhankelijke staat te maken. In ruil voor een opstand beloven ze geld, huizen en voedsel aan de onderontwikkelde leden van de minderheden. En dat zijn de mensen die begin februari hier in Buon Ma Thuot en in Pleiku en Kon Tum binnenmarcheerden.''

Enkele weken later verschenen een paar demonstranten op tv. Ze deden een openbare schuldbekentenis. ,,Ik zal niet meer luisteren naar slechte mensen van buiten Vietnam'', zei een `bekeerling'.