De geest van Arie Selinger is nu bijna verdreven

Dynamo en Vrevok beginnen morgen aan de play-offs om de Nederland- se volleybaltitel. Een afscheidstournee van twee iconen van het Nederlandse volleybal: Peter Blangé en Ronald Zoodsma.

Peter Blangé en Ronald Zoodsma zijn de laatste actieve spelers van een gouden generatie volleyballers. Als zij na dit seizoen stoppen, is het Bankrasmodel voltooid verleden tijd. Gisteren speelden zij tijdens de finale in Den Bosch hun laatste bekerwedstrijd. De geest van Arie Selinger is bijna uitgedreven.

Blangé (36) noch Zoodsma (34) doet sentimenteel over hun afscheid. Beiden kennen zowel fysieke als mentale obstakels en delen de opvatting dat het mooi is geweest. Waar Vrevok-spelverdeler Blangé nog een opening (,,tien procent'') laat om te blijven spelen, staat het besluit van Zoodsma vast. ,,Ik stop, geen twijfel mogelijk. Dat reizen en trainen, ik heb het hélémaal gehad'', laat de Friese midspeler van Dynamo aan duidelijkheid niets te wensen over.

Maar Blangé kan zich niet losweken van de sport, waarin hij een instituut is geworden. Hij wil tenminste tweemaal per week blijven trainen om af te bouwen, eventueel in combinatie met de functie van trainer. Hij gaat deze zomer in elk geval de verkorte trainerscursus van de Nederlands Volleybal Bond (NeVoBo) volgen. ,,Dan is dat probleempje met het diploma ook opgelost'', verwijst hij naar het gekrakeel rond zijn mislukte benoeming tot bondscoach van het mannenteam. Blangé was lange tijd kandidaat om Toon Gerbrands op te volgen, tot uiteindelijk zijn gebrek aan ervaring als coach het breekpunt werd en Bert Goedkoop de begeerde baan kreeg.

Ambitie om trainer te worden heeft Zoodsma niet. Hij steekt na de play-offs alle energie in zijn beveiligingsbedrijf. De Fries gaat alleen nog met een stel maten, onder wie oud-international Jan Posthuma, spelen bij De Scharneklappers in Sneek. Maar dat is niveau promotieklasse en moet na bijna 20 jaar topvolleybal als bezigheidstherapie worden gezien.

Het naderend afscheid roept herinneringen op aan 1985, het jaar dat de toenmalige volleybalgoeroe Arie Selinger naar Nederland kwam en een stel lange mannen tot topvolleyballers dresseerde. Het Bankrasmodel – vernoemd naar de trainingshal in Amstelveen – was geboren. Blangé en Zoodsma denken ondanks alles met plezier terug aan die periode, ook al hebben ze hun redenen om nostalgisch kritisch te zijn. Beiden braken bijvoorbeeld de afspraak om tot en met de Olympische Spelen van 1992 de nationale ploeg trouw te blijven. Ze werden dientengevolge uit de selectie gezet, hoewel die maatregel naderhand werd teruggedraaid.

Uiteindelijk bleek het Bankrasmodel de basis voor grote successen van het Nederlands volleybal, met als hoogtepunt goud tijdens de Olympische Spelen van Atlanta in 1996. Van dat team maakt Zoodsma overigens geen deel uit. Hij werd indertijd vanwege zijn losbandig gedrag niet langer gepruimd door de gevestigde orde. In tegenstelling tot Blangé bleef Zoodsma's olympische oogst beperkt tot zilver in Barcelona ('92). Het gemiste goud bezorgde hem overigens geen krasje op de ziel. Zoodsma is een nuchtere noorderling, die het leven neemt zoals het komt. ,,Ik heb nergens spijt van. Zelfs met de kennis van heden zou ik dezelfde beslissingen nemen.''

Anno 2001 klinkt de Bankrashal als een archeologische sportaccommodatie en aan de setting waarin Blangé en Zoodsma hun laatste kunstje vertonen ontbreekt de internationale glamour. Maar Blangé speelt tenminste nog bij Vrevok, terwijl Zoodsma zijn laatste dagen slijt als speler op de reservebank.

    • Henk Stouwdam