Boerenleider die verder kijkt dan het hek

Gerard Doornbos is tijdens de zoveelste crisis die de boeren treft, een veelgeplaagd man. Maar hij is geen typische boerenleider, en dat wil hij ook niet zijn. Hij kijkt verder dan Nederland en ook verder dan Europa.

We moeten niet de illusie hebben dat we door acties Europese besluiten kunnen terugdraaien.'' De woorden van G.J.(Geert Jacob) Doornbos (53) klinken vandaag akelig actueel in het licht van de mond- en klauwzeerepidemie, maar ze dateren inmiddels van meer dan elf jaar geleden. Toen liepen akkerbouwers te hoop tegen een dreigende koude sanering, waarbij de eigen leiders niet werden ontzien en voor rotte vis werden uitgemaakt. Nu zijn het de veehouders die in Doornbos hun grote verrader zien, omdat ook hij ervan overtuigd is dat `ruimen' het devies blijft en enten geen oplossing kan zijn. Ze zouden hem nu ,,wel even flink de oren willen wassen''.

Elf jaar geleden was hij vice-voorzitter van het ter ziele gegane Landbouwschap en tevens voorzitter van de Christelijke boeren- en tuindersbond (CBTB), de kleinste van de toen bestaande drie centrale landbouworganisaties. Nu is hij voorzitter van de federatie van land- en tuinbouworganisaties LTO Nederland, waarin de protestantse, katholieke en liberale boerenbonden zijn opgegaan. Betaald vergaderaar en parttime akkerbouwer in de Noordoostpolder.

Weerstand uit eigen kring is Doornbos dus wel gewend, maar vrijwel zeker is dat hij zijn tegenstanders op enig moment weer achter zich krijgt. Want hij is het wandelend compromis, vergaderboer en bruggenbouwer. Redelijk. Of, zoals hij zelf al eens uitlegde: ,,Wij zijn de club die altijd heeft geprobeerd de boodschap van zondag de hele week in de praktijk te brengen.''

De voorman van het Nederlandse groene front ís natuurlijk een vergadertijger: ,,Als wij het fundamenteel met elkaar oneens zijn, praten we net zo lang door tot we elkaar tenminste begrijpen.'' Zelfs milieuorganisaties, die per definitie op gespannen voet staan met de landbouwsector, zijn lovend over hem. Directeur Ad van den Biggelaar van de Stichting Natuur en Milieu vindt dat `het wonder van Doornbos': ,,Gerard is iemand waarmee je rond de tafel blijft zitten. Hij blijft altijd on speaking terms.'' Maar voorzitter Wien van den Brink van de radicale varkenshoudersbond NVV en oud-voorzitter van de vakgroep varkenshouderij van LTO, zegt het zo: ,,Gerard Doornbos is de vleesgeworden vergaderboer, en dat is precies wat ik tegen hem heb.''

Gerard Doornbos werd in 1948 in het Groningse Midwolda geboren als zoon van een protestants-christelijke landbouwer, ,,geen herenboer'', benadrukt hijzelf. De familieboerderij in Delfzijl werd in de laatste oorlogsjaren platgebombardeerd en na de oorlog wisten de ouders van Gerard een zogenoemde NSB-boerderij te bemachtigen, een boerderij van een heengezonden ex-NSB'er. Toen de pacht daarvan na 12 jaar afliep, schreef het gezin zich in voor een boerderij in de Noordoostpolder. De sollicitatieprocedure daarvoor is de kleine Gerard altijd bij gebleven: ,,Je moest niet alleen een goede boer zijn om in aanmerking te komen, maar ook bindend kunnen zijn in de nog op te richten sociale gemeenschap.'' Dat betekende een actieve rol in de kerk, in de gemeente en een hecht en keurig gezinsleven. ,,Ze kwamen kijken of het linnengoed wel netjes gestreken in de kast lag'', lacht hij. De familie vestigde zich in Nagele, Doornbos werd actief in de plaatselijke Gereformeerde Kerk en voorzitter van de jongelingsvereniging van de kerk. ,,Daar discussieerden we veel over de bijbel en over maatschappelijke problemen.''

Hij nam het bedrijf van zijn vader over en werd al snel lid van de plaatselijke afdeling van de CBTB. ,,Ik ben iemand die snel `ja' zegt'', verklaart hij. Hij werd een van de regionale voorzitters van de CBTB en in 1988 ineens voorzitter van het Landbouwschap in Den Haag. Hij krijgt het nog benauwd als hij er aan terugdenkt: ,,Ik kan het niemand aanbevelen. Met de klei nog onder de schoenen werd ik in het Haagse diepe gegooid.''

Toen de werkgeversorganisaties zich onder druk van de vorming van de eerste paarse regering in 1994 allemaal gingen verenigen, begonnen ook in landbouwland stemmen op te gaan voor een verregaande fusie. Er regeerde ineens geen CDA'er meer over de enige bedrijfstak die zijn eigen departement heeft, maar er zat een man, de Randstedeling Jozias van Aartsen, die volgens critici niet eens wist hoe een pak melk er uit zag. De groene driehoek tussen departement, Kamer en sector was niet meer. Landbouwclubs moesten elkaar ineens zien te vinden om nog enige inbreng te forceren in de nieuwe Haagse manier van Landbouw besturen.

Op een bestuursvergadering in maart 1994 gooide Doornbos naar eigen zeggen ,,de knuppel in het hoenderhok''. Hij stelde, na jaren van verzet vanuit zijn eigen CBTB, de oprichting van de Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland voor. Op 1 januari 1995 werd LTO Nederland gevormd en hij werd de eerste voorzitter. ,,LTO was en is een prachtige piano, die je met handen en voeten moet bespelen'', zegt Doornbos nu over `zijn' club.

Jaarlijks voltrekt zich sinds zijn aantreden als voorzitter van LTO wel een nieuwe ramp binnen de agrarische gelederen. De gekkekoeienziekte is nog niet geweken of de klassieke varkenspest wordt Nederland binnengesleept. Milieueisen en de mineralenboekhouding zijn nog niet tot de boer doorgedrongen of Brussel dreigt met Agenda 2000 (een nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid voor een nieuwe eeuw als Oost-Europese landen gaan toetreden) het subsidiestelsel in duigen te laten vallen. Uiterst moeizame besprekingen rond de landbouw in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en dan weer steekt mond- en klauwzeer uit het Verenigd Koninkrijk, via Frankrijk over naar Nederland.

Bovendien, weet Doornbos, zijn de wensen van een varkensboer uit Brabant niet dezelfde als die van een akkerbouwer in de Flevopolder. En die staan weer haaks op de verlangens van een melkveehouder in Drenthe. Hij heeft ze bij elkaar gehouden, al waren er zeker in de eerste jaren na de fusie forse conflicten. En Doornbos heeft ook niet kunnen voorkomen dat vele varkenshouders kozen voor de veel fellere, categorale bond van Wien van den Brink.

Onder leiding van Doornbos is LTO de laatste jaren wel ,,echt volwassen'' geworden, zegt het Tweede-Kamerlid Theo Meijer (CDA). ,,Ten tijde van de varkenspest in 1997 sprak de organisatie nog niet met één mond. Verschillende sectorbelangen streden toen om de aandacht van de politiek. De sectorvoorzitters maakten misbruik van de zwakke positie van LTO. Voor Kamerleden is het makkelijker om een eenduidig geluid te horen uit de sector, dat kun je dan volgen'', zegt Meijer.

Door het verknipte wensenpakket zal Doornbos nooit een echte boerenleider kunnen worden. Zo trof hij een woedende achterban, toen hij vorige week naar Deventer toog om uit te leggen dat 54.000 tegen MKZ ingeënte runderen maar beter gedood kunnen worden. ,,U behartigt onze belangen niet'', kreeg hij naar zijn hoofd geslingerd. ,,Smeerlap, jij kunt zeggen wat je wil'', schreeuwde een boer, ,,maar wij zitten ermee!''

Doornbos bleef rustig en legde geduldig zijn overweging voor: ,,Als we de dieren niet doden, worden nog veel meer veehouders de dupe, want dan komt de export langdurig in gevaar. We kunnen het individuele belang niet opofferen voor de lange termijn.''

`De redelijke kant van landbouwland': Doornbos onderhandelt even koelbloedig met een boze achterban als met paarse ministers van Landbouw die de varkenssector handhandig willen saneren. Van Doornbos valt niet te verwachten hij meegolft met de publieke emotie. De boer als slachtoffer, daar heeft hij een hekel aan. Ook de ,,valse romantiek'' van terug naar vroeger is hem vreemd. ,,We zijn in het verleden te gesloten geweest. We moeten laten zien dat boeren openstaan voor de maatschappij. Maar dan moeten de consumenten wel bereid zijn daarvoor te betalen.''

Juist om dit soort uitspraken is minister van Landbouw Brinkhorst (D66), naar eigen zeggen overigens ,,niet zo'n polderjongen'', `dol' op de LTO-voorzitter. ,,Doornbos en ik hebben allebei een aparte rol in de Nederlandse landbouw. Hij behartigt de belangen van de sector, ik vertegenwoordig de politiek. Dat botst wel eens, maar je moet dat te allen tijde gescheiden houden. Hij is een van de weinigen in de landbouwsector die ik het ministerschap zou toevertrouwen. Hij kan onafhankelijk zijn.''

De minister herkent in de landbouwvoorman zijn eigen internationale profiel. ,,Veel Europese boerenvoormannen denken nationaal, terwijl de landbouw internationaal, in ieder geval Europees is. Doornbos begrijpt dat. Hij loopt tegen dezelfde kritiek op als ik: als je internationaal denkt, internationaal handelt, dan ben je nationaal meteen verdacht.''

Doornbos dankt een groot deel van zijn kennis over de Nederlandse landbouw aan zijn internationale carrière. Sinds hij in 1998 voorzitter is van de internationale landbouwbond IFAP, gaan er deuren voor hem open die hij als gewone Nederlandse landbouwer anders gesloten had aangetroffen. Hij luncht in Genève met de directeur-generaal van de WTO, bezoekt het IFAP-secretariaat in Parijs en interesseert zich bovenmatig voor de oplossingen aan de andere kant van de Atlantische Oceaan voor landbouwproblemen.

Doornbos vindt dat Europa ,,te klein, te revanchistisch'' denkt. ,,Als de Amerikanen in WTO-verband een handelsblokkade opwerpen voor Europese goederen, dan denken Europeanen: `Wij moeten die Amerikanen terugpakken.' Maar zo werkt het niet op de wereldmarkt. We kunnen belangrijke lessen leren van de Amerikaanse en Canadese landbouwproductiemethoden. Het Europese beleid van prijssteun is achterhaald; we moeten naar kwalitatief hoogwaardige productie en naar risicomanagement in de Europese landbouw.''

Juist deze internationale kijk maakt dat Doornbos in eigen land vaker voor verkwanselaar dan voor beschermer van de landbouwbelangen wordt uitgemaakt. Minister Brinkhorst denkt dan ook dat Doornbos in een lastiger pakket zit dan hijzelf. ,,Doornbos heeft te maken met ongeleide projectielen, met organisaties die buiten LTO staan en die inspelen op de primaire gevoelens van de boer. Doornbos heeft zijn leden aan wie hij verantwoording moet afleggen en als hij dat in hun ogen niet goed doet, lopen ze weg.''

M.m.v. Bram Pols