Betoverende eenvoud in Nijntje

De grote kleurpotloden die meneer Dick Bruna in zijn fietstas heeft, en later in zijn werkkamertje, zijn rood, geel, blauw en groen. Daarmee tekent hij de wereld van Nijntje, de vader en de moeder van Nijntje, de opa en de oma van Nijntje, het vriendinnetje van Nijntje en het huis, de tuin, de strandtent en de versierde verjaardagsstoel. Af en toe kunnen ze meneer Dick Bruna ook nog wat anders vragen, of hij bijvoorbeeld een auto wil tekenen of een step. Dat doet hij dan.

In zijn Nijntje-musical, die gistermiddag in première ging, heeft Ivo de Wijs niet één lang verhaal te vertellen – dat zou het concentratievermogen van het piepjonge publiek te boven gaan, en het zou trouwens ook niet passen bij wat Dick Bruna in zijn succesvolle boekjes vertelt.

In plaats daarvan heeft Bruna zelf een rol in de musical gekregen. Hij wordt door de acteur Jan Elbertse gespeeld als een vriendelijke schepper die met een running gag (,,ik woon in Utrecht, had ik dat al gezegd?'') door zijn zelfgeschapen avontuurtjes kuiert.

Nijntje wordt geïntroduceerd, Nijntje krijgt een vriendinnetje, Nijntje raakt haar beertje kwijt, Nijntje gaat naar het strand en Nijntje is jarig – dan krijgt ze een step.

De Wijs, die ooit een spotversje schreef over Bruna's soms gebrekkige rijmen, heeft diens huis-, tuin- en keukenidioom verwerkt in speelse dialoogjes en ultrakorte liedjes, waarbij Joop Stokkermans als vanzelfsprekend de makkelijk toegankelijke muziekjes maakte. Een enkele keer lonken ze met een klein grapje naar de ouders, bijvoorbeeld als opa een borrel wil of als Nijntje zingt dat ze met die step ook wel naar Purmerend wil (net als in Ja zuster, nee zuster).

Maar voorop staan de betoverende eenvoud van taal, muziek, spel en dat feestelijke rood, geel, blauw en groen in decor, licht en requisieten.

In de regie van Bruun Kuijt is Nijntje een ode aan de fantasie geworden, al was het maar omdat ieder zetstuk zichtbaar met de hand wordt voortbewogen. Eva Poppink is een onweerstaanbare Nijntje, en een kapje met oren is genoeg om de illusie te creëren dat ze het heldinnetje uit de boekjes is geworden. De andere spelers vind ik soms nog wat bedeesd; hier en daar heeft De Wijs, met veel begrip voor de primaire doelgroep, een aanleiding geschapen voor publieksparticipatie, maar daarvan wordt nog niet optimaal gebruik gemaakt.

,,Nijntje, Nijntje, dat is zo'n lief konijntje, zo vrolijk en zo vriendelijk als wat'', zingen we aan het slot allemaal mee. Maar als knipoog naar de meegekomen vaders en moeders krijgt Nijntje zelf het laatste woord. ,,Wat houden wij toch veel van ons!'' roept ze verzaligd uit.

Voorstelling: `Nijntje de musical' van Ivo de Wijs en Joop Stokkermans, door stichting S.I.P. Decor en kostuums: Arno Bremers. Licht: Pelle Herfst. Regie: Bruun Kuijt. Gezien: 16/4 in de Stadsschouwburg, Utrecht. Tournee t/m 10/6 en volgend seizoen. Inl. (0900) 9203.