Bach op sax

De cello bestond al eeuwen toen Adolphe Sax zijn in 1846 gepatenteerde saxofoon uitvond. De saxofoon mist dus ook eeuwen aan repertoire, voordat Kastner in zijn opera Le dernier roi de Juda (1844) een saxofoon voorschreef. Duizenden andere componisten vóór Kastner kenden het instrument niet. Dat vindt een enkele saxofonist jammer, dus speelt Henk van Twillert, lid van het Amsterdam Saxofoon Kwartet, nu de Zes suites voor cello solo van Bach op zijn baritonsax.

Voor wie de cellosuites kent, vormen de sax-suites een verbazingwekkende luisterervaring. Terwijl bij het cellospel vorige noten op zojuist bespeelde snaren nog wat doorklinken, klinken bij de sax alle noten pal achter elkaar. Van Twillert speelt ze wel veelal legato (aan elkaar), maar ze klinken niet meer door elkaar heen.

De muziek klinkt daardoor wezenlijk anders. Ook al biedt de nagalm wat compensatie, Bach wordt zes suites en meer dan twee uur lang vooral een eindeloze aaneenschakeling van nootjes. Dat komt ook door Van Twillerts fraaie gelijkmatige toonvorming, wel erg saai en glad, al zijn de trillers opmerkelijk mooi.

Natuurlijk doet hij wat met snel en langzaam, maar de beweeglijkheid van de sax is toch minder dan de cello aan razendsnel snarenspel toelaat. Stuwende passages klinken dan nogal sloom, mede door het gebrek aan afwisseling in dynamiek en expressie.

Het hoorbare stoten van de kleppen en het duidelijke ademen zorgen wel voor extra's, al zijn bij de cello de onvoorspelbaarder kleine foutjes en intonatieprobleempjes spannender. Pablo Casals spande hier de kroon met zijn frequente lage gegrom, waarbij hij zijn instrument leek voor te doen hoe de lage tonen moesten klinken. Jammer is ook dat Van Twillert de zesde suite, gecomponeerd voor een hoog gestemde zessnarige piccolo-cello, hier niet op een sopraansax speelt.

Toch overleeft Bach met glans, want Van Twillert is duidelijk een integere gefascineerde Bach-liefhebber.

En voor wie geen last heeft van een cello-verleden is deze Bach op sax wellicht een ontdekking, vooral omdat Bach hier uiteindelijk ook soms wat jazzy klinkt en soms héél jazzy, bijzonder en zelfs overtuigend. Dat komt er onvermijdelijk toch van bij Van Twillert en zijn sax.

Henk van Twillert: Suites voor cello solo van Bach. Erasmus 243-244

Een geluidsfragment is te beluisteren via www.nrc.nl/muziek

    • Kasper Jansen