Vonnis WE/ME

In NRC Handelsblad van 4 april schrijft mr. D.J.G. Visser dat het Utrechtse kortgedingvonnis in de zaak WE/ME onjuist is, want de enige grond in het vonnis was verlies aan exclusiviteit van het merk WE.

Dat de president die grond kon gebruiken staat, zoals mr. Visser toch moet weten, gewoon in de Benelux Merken Wet.

De eigenaar van een bekend merk, zoals WE, kan zich op grond van die wet verzetten tegen een daarop gelijkend merk, zoals ME, als afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen van het merk, ook al gaat het om andere producten.

Het is zeker niet zo dat alle bekende merken zich daarom automatisch tegen gelijkende tekens waarvoor ook gebruikt kunnen verzetten.

De president heeft echter in deze zaak een aantal argumenten gehanteerd waardoor hij vond dat WE inderdaad schade zou oplopen. Die argumenten vermeldt Visser helaas niet.

De president achtte onder meer van belang dat beide partijen (WE en ME) zich op dezelfde doelgroep richten, dat het in beide gevallen om merken met een deels soortgelijke lifestyle-uitstraling gaat en dat het televisiemedium dat ME zou gaan gebruiken zeer indringend is.

Het vonnis bevat dus wel wat meer aan argumentatie dan mr. Visser suggereert.