Vergiftigd paradijs

De bewoners van de Bikini-eilanden, onderdeel van de Marshall-eilanden, kampen al meer dan een halve eeuw met de gevolgen van Amerikaanse kernproeven. Een schade- vergoeding van een half miljard dollar en een programma voor het schoonmaken moet het nucleaire leed verzachten.

Een stralende zondag in februari 1946. Commandant Ben H. Wyatt, militair gouverneur van Micronesië, roept na de kerkdienst de bewoners van de Bikini-eilanden bijeen. Alle 167 eilanders – mannen, vrouwen en kinderen – zijn aanwezig als de commandant ze vraagt om tijdelijk hun eiland te verlaten. De Verenigde Staten willen de effectiviteit van atoombommen testen en hebben deze uithoek van de aardbol uitgekozen om dat te doen. Allemaal, zoals Wyatt onderstreept, ,,ten bate van de mensheid en om voorgoed een einde te maken aan oorlogen in de wereld''.

De verwarring onder de eilanders is groot. Ze zijn gehecht aan hun geboortegrond, maar hebben veel ontzag voor de Amerikanen. Uiteindelijk besluiten ze het oordeel van hun iroij of leider, koning Juda, te volgen. ,,We zullen gaan'', zegt Juda, ,,in het vaste vertrouwen dat alles in de handen ligt van God.'' Als Juda gelijk heeft, dan heeft God de afgelopen decennia flink gesold met zijn onderdanen. Want meer dan een halve eeuw later zijn de Bikini-eilanders nog steeds niet teruggekeerd naar het tropische paradijs waar ze vandaan kwamen. Vorige maand heeft de regering van de Marshall-eilanden een aanklacht ingediend tegen de Verenigde Staten. In een class action namens de bewoners claimen de Marshall-eilanden 563.314.500 dollar om ,,deze tragische erfenis'' te verzachten en de gemeenschap van Bikini-eilanders ,,de kracht te geven om haar eigen toekomst te bepalen''.

De hoogte van het bedrag is een kwestie van simpel rekenwerk: allereerst is er de inkomstenderving als gevolg van het jarenlang – en nog steeds – niet kunnen gebruiken van het land. Dat bedrag wordt geraamd op 278 miljoen dollar. Dan zijn er de kosten voor de schoonmaak van het gebied. Afhankelijk van de gekozen methode worden die geraamd op 251,5 miljoen dollar. En ten slotte is er de compensatie voor het persoonlijke leed van de eilanders: 33.814.500 dollar. Dit bedrag komt bovenop een storting in de jaren tachtig van 150 miljoen dollar in een fonds voor stralingsslachtoffers.

Jonathan Weisglass, een Amerikaanse advocaat die betrokken is bij de rechtszaken, vindt het vanzelfsprekend dat Amerika betaalt. ,,De kernproeven hebben de VS geholpen om de Koude Oorlog tegen de Russen te winnen. Nu moet de rotzooi opgeruimd worden om te zorgen dat deze mensen naar huis kunnen terugkeren'', zei Weisglass vorig jaar in de Christian Science Monitor.

Washington lijkt bereid met geld over de brug te komen. Maar of het ook zo veel moet zijn? Weisglass vindt dat het Congres niet moet zeuren. Met een verwijzing naar de schoonmaak van een radioactieve besmetting bij de kerncentrale in Hannaford (North-Dakota), zegt hij: ,,Het Congres heeft aan Hannaford al twaalf miljard dollar besteed zonder dat daar één spade de grond in is gegaan. Ze zouden hun schok over de kosten van de Bikini-eilanden snel te boven moeten zijn.''

Taart

In die eerste maanden van 1946 denkt niemand in de Verenigde Staten nog aan compensatie. Amerika ligt in de race om De Bom straatlengtes voor op de Sovjet-Unie. Operatie Crossroads, zoals de eerste twee kernproeven bij de Bikini-eilanden zijn gedoopt, zal dat alleen maar bevestigen. Twijfel over de risico's van de proeven worden door vice-admiraal William P. Blandy, de leider van Crossroads, luchtig ter zijde geschoven. Als hij voor het oog van de fotografen bij het begin van de operatie vrolijk een taart aansnijdt met een diameter van wel vijftig centimeter en in het midden een enorme paddestoel zoals die oprijst na een atoombom – een scène die op veel plaatsen in de wereld tot gemor leidt – zegt Blandy: ,,De bom zal heus geen kettingreactie onder water veroorzaken waardoor alles verdampt en de schepen op alle oceanen op de bodem zullen storten. De bom zal ook geen gat in de zeebodem slaan en al het water erin laten verdwijnen. De zwaartekracht zal er evenmin door worden aangetast. Ik ben geen nucleaire playboy.''

De vice-admiraal zwijgt over het lot van de bewoners van de Bikini-eilanden. Terwijl 242 Amerikaanse schepen, vergezeld van 156 vliegtuigen, 25.000 meetinstrumenten en meer dan 5.000 proefdieren – ratten, geiten en varkens – opstomen naar de 23 eilandjes die samen de Bikini-eilanden vormen, moeten de eilanders `tijdelijk' verhuizen naar Ujae of Rongerik. Een keuze uit twee kwaden, vinden ze. Ujae valt af omdat ze zich niet willen schikken onder het leiderschap van een andere iroij. Het onbewoonde Rongerik is eigenlijk te klein, er is veel minder voedsel en vooral de ouderen vrezen de invloed van een boze geest die het eiland volgens hen al een eeuwigheid in zijn greep houdt. En het ergst van alles blijkt de wind te zijn, die vissen in de kleine lagune levensgevaarlijk maakt.

Na een paar maanden op Rongerik smeken de eilanders de autoriteiten om naar huis terug te mogen. Maar hoewel koning Juda in juli bij een kort bezoek constateert dat het atol onbeschadigd is, zeggen de Amerikanen dat ,,het gif'', zoals ze de straling tegenover de bevolking noemen, terugkeer voorlopig onmogelijk maakt. Aan het eind van het jaar wordt de situatie op Rongerik langzaam onhoudbaar.

Toch komen de autoriteiten pas een half jaar later in actie. In juli 1947 krijgen de Bikini-eilanders toestemming om te verhuizen naar Ujelang, een onbewoond atol iets ten zuiden van Enewetak. Een deel van de mannen reist alvast vooruit om huizen te bouwen en de overkomst van de rest voor te bereiden. Maar een nieuwe reeks kernproeven gooit roet in het eten. De Amerikaanse regering heeft voor operatie Sandstone het oog laten vallen op Enewetak. Wat ligt er meer voor de hand dan de bewoners van dit eiland naar het nabijgelegen Ujelang te verschepen? Voor de Bikini-eilanders is daar dan geen plaats meer.

De macht van de Verenigde Staten over de eilanden, die ze in 1944 veroverden op Japan, wordt intussen alleen maar groter. In juli '47 krijgt de Amerikaanse aanwezigheid een officiële status als de Verenigde Naties de eilandengroep uitroepen tot Trust Territory onder beheer van de VS. De Amerikanen verplichten zich om ,,zich in te zetten voor de economische vooruitgang'' van de bewoners en hen ,,te beschermen tegen het verlies van hun land en hun hulpbronnen''.

Van die verplichting komt niet veel terecht. De Bikini-eilanders worden aan hun lot overgelaten en het is aan antropoloog Leonard Mason, die op verzoek van de VN in januari '48 poolshoogte gaat nemen op Rongerik, te danken dat de eilandbewoners niet sterven van de honger. Mason zorgt dat de groep wordt overgevlogen naar het centrale eiland Kwajalein, waar ze voorlopig worden ondergebracht in een tentenkamp op een smalle strook gras naast het vliegveld.

Alweer geen plek om lang te blijven. Deze keer worden de Bikini-eilanders overgebracht naar het onbewoonde Kili. Op dit godvergeten plekje komt voorgoed een einde aan hun traditionele leefwijze. Kili is nog geen vierkante kilometer groot en telt slechts één eiland zonder lagune. Er kan niet op de gebruikelijke manier met kano's worden gevist. De branding is zo gevaarlijk dat zelfs bevoorradingsschepen aarzelen om hier aan te leggen. Niet voor niets gebruikten de Japanners Kili ooit als gevangenis.

De Amerikanen maken de Bikini-eilanders zelf verantwoordelijk voor de voedselvoorziening. Omdat Kili onvoldoende landbouwgrond heeft, krijgen de eilanders een stuk grond op het nabijgelegen atol Jaluit, waar kokos verbouwd kan worden. Met een van de VS gekregen boot worden kokos en ingeblikt eten aangevoerd van Jaluit. Dit blijkt een riskante onderneming. De eerste boot zinkt binnen twee jaar tijdens stormachtig weer. En in 1957 vernielt de tropische storm Lola een deel van Kili, een jaar later worden de plantages op Jaluit getroffen door de orkaan Ophelia.

Grijze sneeuwbuien

Terwijl de eilandbewoners op Kili vechten om te overleven, gaat het testen van kernwapens in het noordelijke deel van de Marshall-eilanden gewoon door. Na nog twee operaties op Enewetak in 1951 en 1952 met steeds zwaardere kernbommen volgt de voorbereiding van de zwaarste reeks proeven, operatie Castle in het voorjaar van 1954. Deze keer zijn de Bikini-eilanden weer het doelwit. De bewoners zitten ver weg in het zuiden en de Amerikanen kunnen ongehinderd hun gang gaan. Dat doen ze dan ook.

De Bravo, een waterstofbom met een kracht van vijftien megaton, dat is 750 keer zwaarder dan de bom op Hiroshima, maakt een einde aan iedere illusie op een spoedige terugkeer van de Bikini-eilanders naar hun geboortegrond. Deze krachtigste bom die de Amerikanen ooit tot ontploffing hebben gebracht, slaat een krater met een diameter van bijna twee kilometer en een diepte van 72 meter. De radioactieve wolk bereikt een hoogte van ruim 34 kilometer. Drie van de Bikini-eilanden gaan in rook op. Grote delen van de koraalriffen smelten weg. De lagune van de Bikini-eilanden is na afloop bedekt met duizenden tonnen zwaar radioactief vervuilde modder.

De Bravo-test is militair een succes, menselijk gaat alles mis. Het commando negeert waarschuwingen van meteorologen, die een ongunstige verandering in de windrichting melden. Vlak voor de proef heet de weerssituatie ,,ongunstig''. De wind dreigt radioactieve straling in de richting van bevolkte eilanden te blazen. Toch wordt geen moment overwogen de Bravo-test uit te stellen. Critici veronderstellen zelfs dat de Amerikanen opzettelijk zijn doorgegaan met de proef, om later de gevolgen van de straling te kunnen meten.

Anderhalf uur na de explosie wordt een boot met 23 Japanse vissers getroffen door een soort grijze sneeuwbui. De vissers krijgen last van een jeukende huid, ze worden misselijk, moeten overgeven en een van hen sterft. Ook verschillende eilanden worden getroffen door de grijze sneeuw, die een centimeters dikke laag achterlaat. Toch wordt pas 48 uur na de explosie een begin gemaakt met de evacuatie van Rongelap en Utirik. De bewoners hebben verbrandingen op de huid en hun haar begint uit te vallen. Toch spreekt het persbericht van de verantwoordelijke Atoomenergie Commissie (AEC) van een `routinetest', waarbij een aantal Amerikanen en mensen van de lokale bevolking ,,onverwachts hebben blootgestaan aan enige radioactieve straling. Er waren geen verbrandingen. Iedereen is gezond.''

Op 7 maart stuurt de Amerikaanse regering als onderdeel van Project 4.1 een geheime medische missie naar Micronesië om de geëvacueerde bevolking te onderzoeken. De conclusie is dat het goed zou zijn als de bevolking van Rongelap ,,de rest van hun natuurlijke leven niet meer aan straling wordt blootgesteld''. In 1963 doen zich de eerste gevallen van schildklierkanker voor, later zullen 20 van de 29 kinderen van Rongelap ernstige problemen krijgen met hun schildklier.

De militaire top ziet geen aanleiding om operatie-Castle te staken of zelfs maar te onderbreken. Na de Bravo volgen tot half mei nog vijf andere kernproeven, waaronder de Romeo (11 megaton), de Union (6,9 megaton) en de Yankee (13,5 megaton) – aan creatieve namen geen gebrek. Na `Castle' zijn er in dit gebied nog twee grote operaties. Redwing (1956) bestaat uit 17 proeven en Hardtack (1958) zelfs uit 32. Beide reeksen worden zowel op Enewetak als op de Bikini-eilanden uitgevoerd. De totale kracht van de kernproeven die de Amerikanen in de twaalf jaar tussen 1946 en 1958 op de Marshall-eilanden hebben uitgevoerd, bedraagt meer dan 100 megaton, net zoveel als zevenduizend keer de bom op Hiroshima.

Kokosnoot

In de laatste fase van de kernproeven ontstaan voor het eerst plannen voor financiële compensatie van slachtoffers. Bikini-eilanders krijgen een eenmalige schenking van 25.000 dollar en een fonds van 300.000 dollar, waaruit jaarlijks 5.000 dollar gehaald kan worden (amper vijftien dollar per persoon). In ruil daarvoor tekenen ze een verdrag waarin de Amerikaanse regering niet verantwoordelijk gesteld kan worden voor verdere schade. Toekomstige claims kunnen uitsluitend nog worden gericht aan de eigen leiders.

Het is een zinloze poging om de verantwoordelijkheid af te schuiven, zoals blijkt uit de recente class action van de Marshall-eilanden tegen de VS. Ook bij de onderhandelingen in de jaren tachtig over de onafhankelijkheid kunnen de Amerikanen er al niet omheen een fonds te stichten voor de slachtoffers van de kernproeven. Het tribunaal dat dit fonds beheert, krijgt volgens sectie 177 van het onafhankelijkheidsverdrag een bedrag van 150 miljoen dollar.

Al na een paar jaar blijkt dit bedrag lang niet voldoende om alle schade te verrekenen. Bovendien merken de leden van het tribunaal dat de VS alles in het werk stellen om informatie over de mate van vervuiling achter te houden. Voortdurend wordt verwezen naar de geheime status van militaire documenten. In 1990 constateert het tribunaal dat de VS met twee maten meten. Amerikanen die bij kernproeven in de staat Nevada schade hebben geleden, worden veel guller gecompenseerd dan de Marshall-eilanders. Terwijl de kracht van de 87 tests die in Nevada zijn uitgevoerd bij elkaar niet meer dan 1,1 megaton bedroeg. Op basis van Amerika's eigen criteria, komt het tribunaal met een lijst van vergoedingen, variërend van 125.000 dollar voor schildklierkanker tot 12.500 voor stralingsziekte of verbranding van de huid. Al die bedragen moeten, in overeenstemming met `sectie 177' van het verdrag, volledig worden vergoed. Het geld is dan ook in 1995 op.

De laatste jaren is de geheimhoudingstermijn van veel militaire documenten verstreken en hebben nieuwe feiten het vertrouwen van de Bikini-eilanders in de VS verder ondermijnd. Nog steeds groeit het aantal aanwijzingen dat de Atomic Energy Commission bewust te vroeg is begonnen met de repatriëring van de Bikini-eilanders in de jaren zeventig. Al in 1967 concludeert de AEC dat de situatie op de Bikini-eilanden veilig is. De radioactiviteit in het drinkwater is verwaarloosbaar klein, en ook van straling op het eiland zelf hebben de bewoners niet te vrezen. President Lyndon Johnson kondigt in juni 1968 aan dat de eilanders terug mogen keren. ,,Ons doel is de bevolking van de Bikini-eilanden te helpen om op deze ooit desolate eilanden een nieuwe modelgemeenschap op te bouwen'', zegt Johnson trots.

Nieuwe kokosbomen worden geplant en huizen gebouwd. Maar sommige rapporten suggereren dat er wel degelijk veel straling aanwezig is. De eilandraad stemt daarom in 1972 tegen het Amerikaanse terugkeerplan. Individuele Bikini-eilanders worden er echter niet van weerhouden terug te gaan. Degenen die dat doen merken dat de situatie op de Bikini-eilanden minder rooskleurig is dan de Amerikanen hebben voorgespiegeld. Nieuw onderzoek in juni 1975 meldt ineens ,,een hoger niveau van radioactiviteit dan aanvankelijk werd gedacht''. Sommige waterbronnen ,,kunnen maar beter niet worden gebruikt voor menselijke consumptie''. En het is volgens de onderzoekers ,,niet verstandig meer dan één kokosnoot per dag'' van de bomen van de Bikini-eilanden te eten. In mei 1978 komt het Amerikaanse ministerie van Binnenlandse Zaken terug op het eerdere besluit. Alle bewoners moeten de Bikini-eilanden ,,binnen 75 tot 90 dagen'' verlaten.

In 1994 schrijft het Amerikaanse Congreslid George Miller in een brief aan toenmalig president Clinton: ,,Er is geen twijfel over dat de AEC met opzet [mensen] heeft laten terugkeren naar eilanden die de commissie zelf als `veruit de zwaarst vervuilde plaatsen ter wereld' beschouwde, maar waarvan tegen de mensen werd gezegd dat ze veilig waren. Er bestaat evenmin twijfel dat de AEC test na test op deze mensen uitvoerde om de reactie van hun lichaam op het leven in een besmette omgeving te onderzoeken.''

Toeristisch Mekka

De Bikini-eilanders zijn sindsdien voorzichtig geworden. Drie jaar geleden heeft het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) een rapport geschreven op basis van verschillende onafhankelijke onderzoeken. De conclusie luidt, dat het drinkwater nu écht veilig is. Ook uit de atmosfeer is ,,het gif'' verdwenen. Alleen de bodem is nog zodanig verontreinigd dat het niet verstandig zou zijn een dieet van uitsluitend op de Bikini-eilanden zelf verbouwde producten te gebruiken. Maar terwijl de Amerikanen voor de Marshall-eilanden een stralingsniveau van 100 millirem per jaar voor mensen acceptabel achten, heeft het Environmental Protection Agency in 1997 de maximale dosis straling gesteld op 15 millirem.

De vroegere bewoners van de Bikini-eilanden eisen nu dat de Amerikanen de eilanden volledig afgraven, totdat alle vervuilde grond is verdwenen. Wetenschappers vrezen ernstige aantasting van het milieu, omdat de wind dan vrij spel krijgt en de bodem zou verdrogen. Zij adviseren een methode waarbij een middel op de grond wordt gestrooid dat voorkomt dat planten radioactief cesium opnemen. Maar de eilandbewoners nemen daarmee geen genoegen. Als afgraven in één keer te riskant is, dan maar in kleine beetjes, waardoor het gevaar van verdroging beperkt blijft.

Intussen werken de eilanders aan een campagne om toeristen naar het gebied te trekken. De afgelopen vijfenvijftig jaar hebben van de eilanden een Mekka voor duikers gemaakt. Waar vind je zoveel interessante duikobjecten zo dicht bij elkaar? Niet alleen ligt hier de Nagato, het vlaggenschip van waaruit de Japanse admiraal Yamamoto de aanval op Pearl Harbor opende, maar ook een groot aantal Amerikaanse boten die als doelen werden gebruikt tijdens de kernproeven. De USS Saragosa is het enige vliegdekschip op de zeebodem. Het is met 264 meter lengte bovendien het grootste schip dat bereikbaar is voor duikers. Verder liggen er oorlogsbodems, onderzeeërs, twee torpedobootjagers, een fregat en een koopvaardijschip. `De enige boten die ooit door nucleaire aanvallen zijn vernietigd', klinkt het aanlokkelijk in de toeristenbrochures.

    • Paul Luttikhuis