Van boy dictator tot bedelaar

Na vijf jaar balling- schap in Engeland keerde Valentine Strasser onlangs terug in Sierra Leone. De berooide ex-junta- leider is tot inkeer gekomen: `Een dicta- tuur leidt nergens toe.'

Hij hád een gewone, jonge zakenman kunnen zijn zoals hij het vliegtuigtrapje kwam afdalen, aktetas in de hand en gekleed in een grasgroen, gestreken T-shirt en een zwarte pantalon. Maar hij wás niemand minder dan legerkapitein Valentine Strasser, leider van de roemruchtste junta in Sierra Leone's geschiedenis. Na vijf jaar ballingschap in Engeland, terug in het vaderland.

Geen speciale veiligheidsmaatregelen waren getroffen en er waren geen functionarissen om het voormalige staatshoofd te ontvangen. Als op die 15de december jongstleden mensen in de rij voor de paspoortcontrole hem al herkenden, lieten ze dat niet merken. Niemand keek naar hem. Strasser staarde zelf ook voor zich uit, de blik strak en donker, totdat een bejaarde kruier hem attent maakte op het groepje mensen dat was gekomen om familie en vrienden af te halen. Strassers moeder stond daartussen, wees de kruier. Toen de ogen van haar zoon de hare ontmoetten, barstte de oude vrouw in tranen uit. Strasser vloog haar in de armen, ook snikkend. Juist op dat moment kwamen enige tientallen junta-aanhangers het halletje binnenzetten. ,,Strasser! Strasser!'', scandeerden ze. Toen duurde het niet lang meer, of het hele vliegveld juichte mee.

De ex-dictator maakte zich los uit de armen van zijn moeder, veegde zich de tranen van het gezicht en rechtte zijn rug. Twee regeringssoldaten in geperste tenues, op wacht bij de uitgang, sprongen voor hem in de houding en salueerden. Strasser, de borst vooruit, salueerde terug. Vervolgens stapte hij in een blauw busje dat hem buiten stond op te wachten, en verdween.

,,Tall, handsome, charismatic, and an excellent dancer. Toen al voorspelde ik dat hij op een dag het land zou leiden'', pocht een voormalige klasgenoot.

Buiten de buitenwijk van de hoofdstad Freetown, waar Strasser als zoon van een scheikundeleraar opgroeide, had niemand van hem gehoord toen hij de macht greep. Het was 29 april 1992. Een coup plegen was niet de bedoeling van het groepje legerofficieren dat van het oorlogsfront naar de hoofdstad was gereisd. Ze kwamen alleen maar hun achterstallige soldij opeisen. Al drie maanden waren ze niet betaald, en dat terwijl zij in de bush `West-Afrika's wreedste oorlog ooit' tegen rebellen van het Revolutionary United Front (RUF) aan het uitvechten waren. Zelfs geen tweedehands jeeps of radio's konden er van regeringswege af, en voldoende wapens en eten kregen de soldaten ook niet.

Sierra Leone's krijgsmacht werd schandalig verwaarloosd en regerend president Momoh wist dit. Toen hij hoorde dat er boze militairen naar zijn State House in Freetown op weg waren, nam hij dan ook de benen naar buurland Guinee. Zo veranderde een protestdemonstratie van hongerige militairen in een coup d'état.

Voor de internationale gemeenschap kwam de machtsovername nauwelijks als een verrassing. In de ultieme bananenrepubliek die Sierra Leone was, en in zekere zin nog is, moet je gewankel aan de top verwachten. Het was alleen de leeftijd van de nieuwe president die diplomatieke wenkbrauwen even – geamuseerd – omhoog deed gaan. Kapitein Valentine Ezegravo Melvin Strasser was pas 26 jaar oud; door zijn staatsgreep was hij 's werelds jongste leider geworden. De gemiddelde leeftijd van zijn junta van mede-officieren was 24 en onder diplomaten nog meer aanleiding voor vrolijke grappen. Bijvoorbeeld die over de minister van Verhaaltjes voor het Slapengaan die ze in Sierra Leone nu zouden moeten benoemen, en over de crèche die de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid (OAE) bij de volgende top nodig zou hebben om de Sierra-Leoonse delegatie te stallen.

In Sierra Leone zelf werd er ook gelachen, niet óm, maar mèt Strasser. Na 24 jaar éénpartijdictatuur van het All People's Congres (APC), met Momoh als hekkensluiter, was Sierra Leone door fraude en corruptie kaalgeplunderd en waren de inwoners verdoemd tot analfabetisme, ziekte, perspectiefloosheid en aalmoezen van liefdadigheidsorganisaties. De oorlog die een jaar voor Strassers machtsovername was uitgebroken, maakte dat nog erger. Een kwart van de bevolking, ruim een miljoen mensen, was voor het geweld tussen regeringstroepen en rebellen op de vlucht en doolde rond – ontheemd, bang en hongerig. Iedere verandering was de Sierra-Leoners meer dan welkom, ook een machtsovername door boy dictators.

Mensen juichten als ze hun nieuwe president zagen. `The Redeemer' noemden ze hem, hij die zonden wegwast, en in scholen en kerken zongen ze zijn lof. Jongeren aanbaden hem zoals ze popsterren kunnen aanbidden, en hun held presenteerde zich ook als een ster. Reed hij door de stad, dan was dat altijd in een open jeep met een lefgozerige zonnebril op zijn neus en met zijn vuist revolutionair in de lucht. Soms liet hij het voertuig bij een groepje fans halthouden. Dan stapte hij uit, maakte een babbeltje, liet tof een jointje rondgaan en hervatte zijn tocht.

Bij zoveel aanbidding kán het niet anders, of teleurstelling slaat toe. Na een maand of wat werd het de mensen duidelijk dat Valentine Strasser en zijn vriendjes de bananenrepubliek niet zouden gaan omtoveren tot een echt land. Strassers junta ontpopte zich tot een zo mogelijk nog grotere bende oplichters en afpersers dan Momoh en zijn maten waren geweest. De boys stalen alles wat ze te pakken konden krijgen en ontsloegen de allerlaatste capabele mensen op ministeries om op de vrijgekomen plaatsen vrienden en familie te benoemen, zodat ook die de gelegenheid kregen toe te tasten. Strasser, die inmiddels internationaal de reputatie kreeg van een zachtaardige `Mr. Nice Guy' van de junta, stond er een beetje verdwaasd naar te kijken.

Belangrijke beslissingen werden hem steeds pas achteraf medegedeeld. Zo ook de beslissing in 1996 om hem als president af te zetten en te vervangen door zijn tweede man, Julius Bio. Strasser kwam dit pas te weten toen hij geboeid op weg naar het vliegveld was. Zijn eigen junta was hem aan het verbannen; Groot-Brittannië had aangeboden hem als vluchteling op te nemen.

Wie in december hoopte of vreesde dat hij was teruggekomen om opnieuw de macht te grijpen, kwam bedrogen uit. Tot ver na de kerst werd in Freetown niets meer over Valentine Strasser vernomen.

Pas in januari wist de Freetownse krant The Independent nieuws te melden. `Verbazing in Lumley Street: Strasser Bedelt Om Eten', luidde de kop op volle breedte boven het voorpaginaverhaal. Ongeloof hield voorbijgangers in de greep toen Strasser, in een duidelijk geleend, want hem veel te groot overhemd, een goedkope cafetaria was binnengelopen en om een hap eten had gebedeld. De uitbaatster van het vettige etablissement zou hem genadig hebben voorzien van een portie rijst met saus van gekookte cassavebladeren. Hij verslond de maaltijd, terwijl een aanzwellende menigte met open mond had toegekeken. Toen zijn bord leeg was, had Strasser het schoongelikt. Daarna had het voormalige staatshoofd het pand verlaten zonder zelfs de palmolie van zijn lippen te vegen.

Die is dus gek geworden en hij is blut bovendien, concludeerde Freetown.

Losse stenen knerpen onder de banden. Langs een onverharde weg die tussen twee heuvels slingert, loodst de chauffeur zijn taxi voorzichtig langs de gaten. Allen Town, de geboorteplek van Strasser, heeft wel iets weg van een klein Hiroshima. Links en rechts van de stoffige weg wankelen de geblakerde brokstukken van wat ooit een keurige woonwijk was. In 1999 trokken RUF-rebellen tot tweemaal toe door Allen Towns ene steile straat; in januari vrolijk brandschattend op weg om het centrum van Freetown te veroveren, zes weken later woedend vernielend, want verslagen, op terugtocht naar de bush, met Ecomog, de West-Afrikaanse vredesmacht, op hun hielen.

De Strassers zijn een van de weinige families die naar het vernietigde Allen Town zijn teruggekomen. Vader en moeder Strasser wonen in het eerste huis dat nog overeind staat als je de buurt binnenrijdt en Valentine woont bij ze in, vertelde me een oom van de ex-dictator.

Ik ga er op goed geluk op af, want telefoon hebben de Strassers niet, en of Valentine met me wil praten, is ook onzeker: hij kan geen journalist meer velen na het verhaal over dat-ie borden zou aflikken.

Muren doorzeefd met kogels, ramen uit de sponningen gebombardeerd: de Strassers wonen in het karkas van een herenhuis. Op de stoep een knoestige mangoboom, onder die boom een matje van riet en op dat matje een slapende hond en twee heren in korte broek en blote bast; de een 'n jonge kopie van de ander. Alletwee staren ze met dezelfde grote, ronde ogen naar mijn taxi als die naast het matje halt houdt, de oudere man met een geïnteresseerde, de jonge met een strakke, koele blik.

,,Mister Strasser'', roep ik uit het portierraam.

,,Nee'', antwoordt de jongste, maar ik herinner me krantenfoto's van Captain Valentine Strasser: hij is 't.

Wat of ik wil van Mister Strasser, wil de jonge man weten, want Mister Strasser houdt niet van bezoek.

,,Een vraaggesprek'', zeg ik.

,,Als het maar niet over politiek gaat, want daar doet hij niet meer aan.''

Ik beloof het.

,,In dat geval is dit mijn vader en ben ik Valentine Strasser'', zegt de jonge man. Ik veins verrassing.

Hoofd fris kaal, potlooddunne snor en een modieus streepje haar langs de kaaklijn. Een tengere, maar afgetrainde gestalte. Vijfendertig alweer, maar hij lijkt nog steeds 26. Komt door zijn ogen, die kinderlijk groot en natglanzend zijn, maar vooral door zijn ernstige stotter, waardoor zijn mond voortdurend hulpeloos halfopen naar lucht aan het happen is. ,,Co... co... co... corruptie uitroeien, want dadadat is de kaaaah... kanker die dit land om zeep helpt'', antwoordt hij op mijn vraag wat precies de bedoelingen waren toen hij nog president was. Als een Tijl Uylenspiegel liet de boy dictator destijds een onderzoekscommissie los op ongeveer iedereen die met zijn vingers aan overheidsgeld had kunnen zitten. Het volk genoot van Operation Accountability: in het openbaar moesten ambtenaren, ministers incluis, verantwoording afleggen over hoe ze aan hun BMW's, satellietschotels, veel te grote villa's en vette bankrekeningen waren gekomen. Biljoenen en biljoenen bleken ze te hebben gestolen en verkwanseld. ,,Dat was mooi, die accountability-actie van u'', zeg ik. ,,Pff'', puft hij minachtend. ,,Zinloos geweest. De overheid steelt nog steeds en nog steeds zijn de bestolenen daar niet boos over, maar jaloers op. Door Sierra-Leoners worden dieven bewonderend op de schouders geklopt en wordt eerlijkheid geminacht. Kijk naar mij: ik had in Engeland soms de grootste moeite om mijn rekeningen te betalen. Telefoon, gas en licht, huur, de supermarkt, alles even duur. Door mijn financiële problemen was ik de risee van de Sierra-Leoonse gemeenschap in Londen. Ze noemden me a fool, omdat ik als president niet genoeg had gestolen om er de rest van mijn leven warmpjes bij te zitten.''

Ze hadden het in Londen sowieso op hem voorzien. ,,Door coups te plegen maak je nu eenmaal geen vrienden'', zegt Strasser schouderophalend. Het waren onder anderen de nabestaanden van de achtentwintig vips die hij na zijn staatsgreep had laten executeren, die hem in Engeland het leven zuur maakten. Ze hebben hem een paar keer op straat in elkaar laten slaan en dreigden hem te vermoorden. Voor hen vluchtte hij vorig jaar uit Engeland naar Gambia, maar dat wees hem onmiddellijk weer uit: Gambia had geen zin in moeilijkheden. Voor Strasser zat er toen niets anders op dan maar terug naar Sierra Leone te gaan.

President zijn was ingewikkeld. ,,Dan kwam er weer een delegatie van het IMF vertellen dat ik tienduizend ambtenaren moest ontslaan. Maar ik ben het type dat maar één probleem tegelijk kan overzien. Ik had mijn handen vol aan de oorlog, ik kon er niet ook nog tienduizend boze, werkloze ambtenaren bij hebben. Dus dan zei ik tegen die IMF'ers dat ze hun fijne plannetje maar aan een ander arm land moesten proberen te slijten, en stuurde ik ze weg.''

Vrolijk wordt hij er niet van, te zien en mee te maken hoe weinig er is veranderd sinds hij in 1996 als president werd afgezet en Sierra Leone moest verlaten. ,,Nou ja, dingen zoals dat onze buurman intussen is vermoord door rebellen en dat de telefooncel verderop is vernield. Daar stak je vroeger een kaart in en dan kon je helemaal naar Londen bellen. Maar verder? Toen ik president was had ik opdracht gegeven om de weg hier te asfalteren. Dat project ligt er nog precies zo bij als ik het achterliet. Ze zijn er in al die jaren geen meter mee opgeschoten.''

En net als toen, is het oorlog en is Sierra Leone het armste land op aarde.

Valentine Strasser kijkt omhoog: een donkere wolk drijft over. ,,Het regenseizoen zit eraan te komen'', zegt hij somber. Ja, nou... èn, kijk ik hem aan.

,,Ons dak is lekgebombardeerd'', zegt hij. ,,Ik ben er al opgeklommen om de grootste gaten dicht te timmeren, maar er zal een heel nieuw op moeten om het straks binnen droog te houden. Kunnen we niet betalen. Mijn vader en ik zijn werkloos.''

Na zijn thuiskomst heeft Strasser de huidige president, Pa Kabbah gebeld. Na een week belde die terug, dat Valentine bij gelegenheid vooral langs moest komen. Zo gedaan. Valentine's oom was erbij: ,,Welkom thuis, blabla, we zullen zien wat we voor je kunnen doen, en toen trok Kabbah een biljet van honderd dollar uit zijn broekzak, overhandigde dat aan Valentine en wenste hem veel succes verder.''

Nooit meer wat van gehoord.

In zijn nu bijna tien jaar durende levenstocht, van het matje onder de mangoboom op de stoep van zijn ouderlijk huis, naar het Sierra-Leoonse oorlogsfront, en via Freetown, Engeland en Gambia terug naar het matje onder de mangoboom, heeft Valentine Strasser een draai van 180 graden gemaakt. De couppleger is er ergens onderweg heilig van overtuigd geraakt dat alleen de democratie Sierra Leone en Afrika kan redden. ,,Een dictatuur leidt nergens toe, want mensen rebelleren uiteindelijk tóch tegen leiders die ze niet zelf gekozen hebben.''

Hij zwijgt. Dan: ,,Pas vijfendertig ben ik. Still a small small boy. Als ik voldoende geld kan vinden, wil ik terug naar school.'' In Sierra Leone koos hij ervoor om soldaat te worden in plaats van door te leren, en in Engeland was hij een blauwe maandag student op een vluchtelingenbeurs, maar pestten Sierra-Leoonse medestudenten hem weg van de universiteit. Rechten studeerde hij. Sindsdien vindt hij een tribunaal voor oorlogsmisdaden in Sierra Leone een goed idee. Of staatsgrepen daar ook onder moeten worden begrepen, daar heeft hij het niet over.

Een vogel begint te kwinkeleren in de takken boven ons; de dag nadert z'n einde. De hond wordt wakker en schurkt zich knorrend langs mijn kuiten. Naast de vader op het matje ligt mijn taxichauffeur, in diepe slaap. De vader zelf heeft al deze tijd bezorgd zwijgend, of trots knikkend naar zijn jongen zitten luisteren.

Met een knal valt een onrijpe mango uit de boom op een golfijzeren dakje achter ons. De nabestaanden van de geëxecuteerden! schiet het door me heen en ik spring overeind, op zoek naar dekking. Naast me knippert Valentine niet eens met zijn ogen.

,,Nou, dan ga ik maar eens'', zeg ik als ik van de schrik ben bekomen.

Valentine knikt.

,,Mag ik nog eens terugkomen?''

,,That would be very fine'', zegt Valentine.

,,Wanneer schikt het'', vraag ik.

,,Any time'', zegt de vader.

,,We zijn hier altijd'', zegt Valentine. ,,Onder de mangoboom. We hebben niks anders te doen.''

De vader zwaait me vriendelijk uit. Valentine staart naar de gerafelde dakranden van zijn ouderlijk huis, de blik strak en donker.

    • Linda Polman