Stuiterend over de kasseien van de Hel

De meeste renners die Parijs-Roubaix rijden, de derde klassieker van het seizoen, willen aan de kasseistroken ruiken voordat ze er morgen overheen denderen. Trainingsexpeditie naar de Hel van zeven Rabo's.

Wie Parijs-Roubaix op dunne bandjes rijdt, vraagt om moeilijkheden. Op weg met zeven renners voor een verkenning van de Hel van het Noorden herinnert Rabobank-ploegleider Theo de Rooy zich een editie van de keienklassieker waarbij Panasonic-ploeggenoten Eric Vanderaerden en Eddy Planckaert niet met ,,dikke tuinslangen'' wilden rijden. ,,Want die bolden niet op de macadam, de verharde weg'', imiteert De Rooy beide Belgen.

Vanderaerden en Planckaert sloegen de adviezen voor dikkere banden in de wind. De Rooy: ,,Al na drie of vier kasseistroken zaten alle knechten in de bezemwagen en reden de twee kopmannen op onze banden rond. Ze hadden zichzelf in de vingers gesneden: ze hadden geen knechten meer. We hadden allemaal onze wielen afgegeven. Vanderaerden en Planckaert stuiterden op hun eigen banden op de kasseien van links naar rechts. Alles reden ze kapot.'' In latere jaren schreven beiden Parijs-Roubaix nog op hun naam.

Als De Rooy donderdag het desolate gebied in Noord-Frankrijk binnenrijdt dat het decor vormt van de meest heroïsche klassieker op de wielerkalender, tuurt hij vanachter het stuur van zijn wagen over het landschap met akkers vol vette klei. De Rooy speurt naar mest en schept plezier in elke nieuwe ontdekking. Glunderend: ,,Als je een mesthoop ziet, weet je dat er kasseiweg naast ligt.''

Om kwart over tien, als hij z'n auto langs de kant van de weg in het dorp Solesmes heeft geparkeerd, geeft De Rooy het sein `afladen'. Vanaf deze plek, waar zondag halverwege Parijs-Roubaix de eerste bevoorrading op het programma staat, stappen zeven Raborenners op de fiets voor tachtig kilometer richting noorden, inclusief 25 kasseienkilometers: Steven de Jongh, Matthew Hayman, Karsten Kroon, Matthé Pronk, Coen Boerman, Gerben Löwik en veldrijder Sven Nys. Voor de laatste drie is het de eerste kennismaking met het kasseienparkoers, voor Nys de voorbereiding op z'n laatste wegwedstrijd. Gras, modder, gladde keien – de acrobaat onder de veldrijders ziet er naar uit.

Kroon start voor de tweede keer in Parijs-Roubaix. Twee jaar geleden reed hij de helleklassieker uit. ,,Ik was gebroken. Blaren op m'n handen, m'n voeten, m'n zitvlak. Maar ik ben niet gevallen en ik heb ook niet lek gereden. Ach, ik dokker er wel overheen, maar natuurlijk niet zoals een Tafi'' (de Italiaan die twee jaar geleden won, red). Maar genoten heeft hij wel. Van de sfeer, het rijden door wat hij de pampa's van Noord-Frankrijk noemt, over ,,door de tijd uitgeholde wegen'' rijden, de duizenden mensen langs de kant en het Bos, voor Kroon de meest extreme ervaring in zijn wielercarrière.

Mecanicien Toon van de Wetering haalt de fietsen van de ploegwagens en sleutelt op verzoek links en rechts nog wat, verzorger Ton van Engelen deelt eten en drinken uit voor onderweg.

Nadat ze zich op een tuinmuurtje wat warmer hebben gekleed en buiten het dorp de blaas hebben geleegd, zijn de zeven weer weg. Op de reservefietsen van vorig seizoen, die speciaal voor Parijs-Roubaix zijn aangepast. Met een groter binnenblad en met een stalen voorvork, steviger dan de exemplaren waarmee de de rest van het jaar wordt gereden. Bovendien gemonteerd onder een grotere hoek in plaats van vrijwel verticaal, zodat de klappen op de kasseien minder hard aankomen. Tevens bredere banden, al is het verschil slechts enkele millimeters. In wegwedstrijden is 22 millimeter gangbaar, morgen tussen de 23 en 26.

Nys heeft nog wat lucht uit z'n banden laten lopen. Met de kasseien in het vooruitzicht is zeven millibar hem te veel. ,,Ik moet comfort hebben, anders ligt m'n kont straks open.'' Zachtere banden zijn gunstig op de kasseien, maar leveren op het asfalt door de grotere wrijving weer nadeel op. Hoe harder de banden, hoe groter het afzien op de kasseien.

Met een laatste advies stuurt De Rooy zijn mannen op weg. ,,Duw die bidonnen goed in de houders, anders stuiteren ze er straks uit.''

Van de 24 kasseistroken in het parkoers van de klassieker – totale lengte bijna vijftig kilometer – test het Rabo-septet er aan de vooravond elf. Op verzoek van de renners, onderstreept De Rooy. ,,Ik ben er niet zo'n voorstander van. Wat heeft het nou voor zin om nog twee nachten wakker te liggen van die strontstenen? Tijdens de verkenning kun je nog je ideale lijn rijden. Maar in de koers bepaal je zelf nooit waar je rijdt. Dat doen anderen wel voor je.'' Relativerend: ,,Mentaal en fysiek moet je supersterk zijn. Dan maakt het niet uit welke stenen je tegenkomt.''

De Rabo's nemen als eerste de 900 meter lange strook bij Haussy, 120 kilometer na de officiële start van zondag in Compiègne. Pronk komt op de eerste hobbels al in de problemen. Zijn ketting wil niet op het buitenblad en ook met zijn pedalen ligt hij overhoop. Pronk moet z'n ploeggenoten laten gaan.

Na vier kasseienstroken hebben plassen regenwater en blubber de volgwagen een ander aanzien gegeven. Modder spettert tegen de voorruit. De Rooy wijst op het bolle, bemodderde middenstuk van een 2.500 meter lange kasseienstrook waar gras groeit. ,,Als je daar gaat rijden, glijd je er onherroepelijk van af.''

Vóór het legendarische Bos van Wallers, waar renners zich zowel tussen als achter de toeschouwers een weg naar het einde manoeuvreren, zijn drie nieuwe kasseistroken in het parkoers opgenomen. Van Monchaux sur écaillon (1.600 meter), Haspres (1.700) en Haveluy (2.500) is de laatste van een moorddadige kwaliteit. Halverwege, in een haakse bocht naar rechts, staan zeven persfotografen in slagorde opgesteld. Puin en modder liggen er als een groezelige deken over de kasseien.

Onder de loodgrijze lucht ploegen de Rabo's zich een weg door een van de lastigste stukken van de Hel. Morgen worden hier de jongens van de mannen gescheiden. Jammer voor de fotografen: in de bocht blijven ze nu allemaal overeind. ,,Daar wordt het zondag een ballet, daar gaan er vallen'', voorspelt Pronk, die vorig jaar zijn eerste Parijs-Roubaix reed. De Jongh voorspelt dat hier in de wedstrijd de eerste schifting wordt gemaakt.

Vorig jaar konden de renners volgens Hayman vaak de gehele breedte van de kasseienstroken benutten, dit jaar op veel plekken vrijwel uitsluitend het bolle middenstuk. ,,Je hebt nu veel minder ruimte. Straks rijd je met tweehonderd man in een lang lint over het midden van de weg. Heel gevaarlijk.'' Hayman werd vorig jaar op slag verliefd op Parijs-Roubaix. ,,Ook al weet ik hoeveel pijn het doet, dit is mijn koers.''

Rammelend met zijn auto achter de ploeterende renners, over de zoveelste verzameling kasseien, zingt De Rooy een loflied op Parijs-Roubaix. ,,Het is meer dan een koers. Het is cultureel erfgoed. Over wedstrijden als Milaan-Sanremo kun je alle verhalen uit de koers op één A4-tje kwijt, over elke Parijs-Roubaix kun je een boek schrijven. Vergelijk zo'n koers eens met een atletiekmeeting of een zwemwedstrijd. Hier rijden ze al meer dan een eeuw over diezelfde stenen. Parijs-Roubaix is een rijdend museum.'' In het centrum van Wallers worden bij café Paul et Monique biervaten naar binnen gerold. Ook hier zijn de voorbereidingen in volle gang.

Van de sterkste wielerploeg van het voorjaar – Rabobank staat bovenaan in het UCI-ploegenklassement – moet morgen in de 254,5 kilometer lange koers niet veel worden verwacht, onderstreept De Rooy. Troef Marc Wauters, herstelt van een gebroken sleutelbeen. De Jongh en Vierhouten, die rust prefereerde boven een verkenning van de Hel, moeten zich vooraan kunnen laten zien, maar voor de meeste Raborenners is Parijs-Roubaix nog slechts een keiharde leerschool. ,,Deze jongens kunnen het wel aan'', kijkt De Rooy vooruit, ,,maar in de laatste dertig kilometer gaan ze het afleggen tegen de Ballerini's.'' Hij verwijst naar de tweevoudige winnaar Franco Ballerini (1995 en '98).

Na ruim tweeënhalf uur rammelen, op ongeveer zestig kilometer van de finish in Roubaix, stappen de zeven Rabo's van hun smerige fietsen. Vooral het bos maakte indruk. ,,Als je het bos in komt rijden, voel je je wiel beng beng op de velg stuiteren'', zegt Löwik. ,,Bij ons in Vriezenveen ligt ook een strook met slechte klinkers, maar dat is toch niet hetzelfde.''