PLASTIC FILMS GAAN WEERSPIEGELING VAN OPPERVLAKKEN TEGEN

Natuurkundigen van het Zwitserse bedrijf Rolic Research hebben een manier gevonden om de hinderlijke spiegeling van gladde oppervlakken tegen te gaan. Zelfs een gewone vlakke glasplaat laat niet meer dan 92 procent van het zichtbare licht door. Dat komt doordat er aan elke overgang van glas naar lucht (en omgekeerd) vier procent wordt gereflecteerd. Dat kan met behulp van het nu ontwikkelde plastic folie worden onderdrukt, zodat 99 procent van het licht wordt doorgelaten. De flinterdunne coating kan op een willekeurig gevormde ondergrond van welke materiaal dan ook worden aangebracht, zoals het dashboard in auto's, de buitenkant van een zonnecel of het beeldscherm van een computer (Nature, 12 april).

De folies zijn gemaakt van vloeibaar kristallijne (LC) polymeren, zoals die ook worden toegepast in de platte beeldschermen van laptop computers. Die polymeren worden gemaakt door afzonderlijke LC-moleculen (monomeren) aaneen te rijgen tot lange ketens. Het voor de folies gebruikte uitgangsmateriaal is een mengsel van dergelijke monomeren en korte LC-polymeerketens. De laatste worden door blootstelling aan ultraviolet licht chemisch aan elkaar `geknoopt'. Dat heeft tot gevolg dat het oorspronkelijke mengsel niet meer stabiel is: er treedt een fasescheiding op, net als in een mengsel van olie en water. De monomeren verzamelen zich in de vorm van honderd tot tweehonderd nanometer grote druppeltjes (een nanometer is een miljoenste millimeter). Wanneer die met een geschikt oplosmiddel worden verwijderd, blijft er een gatenkaas achter met een oppervlak vol kleine putjes. Omdat de oorspronkelijke druppeltjes kleiner waren dan de golflengte van het zichtbare licht, wordt het erop vallende licht noch gereflecteerd noch verstrooid.

Niet alleen de grootte van de druppeltjes kan van tevoren worden bepaald, maar ook hun vorm. Ze kunnen bijvoorbeeld worden uitgerekt en in één richting opgelijnd, waardoor er aan de buitenkant een patroon van naast elkaar liggende groeven ontstaat. De hoogte daarvan en hun onderlinge afstand worden onder andere bepaald door de dikte van het folie en de verhouding van de uitgangsmaterialen in het mengsel. Zo zijn groeven van meer dan een duizendste millimeter te maken die het licht wél verstrooien en weerkaatsen, maar dan in nauwkeurig bepaalde richtingen. Wanneer zo'n folie wordt aangebracht op een spiegel is het spiegelbeeld, afhankelijk van de gezichtshoek, of veel duidelijker, of `verdrinkt' het volledig in de reflecties. Met dergelijke exotische folies zijn allerlei optische componenten te maken, zoals polarisatoren en tralies.

    • Rob van den Berg