Nova

Ik ben, dat mag ik geloof ik wel zeggen, iemand die goed kijkt waar hij loopt. Een tijdje terug vond ik voortdurend dubbeltjes op straat (soms een stuiver, soms een kwartje), en nu vind ik steeds salamandertjes.

In het najaar trekken salamandertjes bij ons in de buurt de tuinen in om te overwinteren en in het voorjaar trekken ze terug naar geschikte waterpartijen om zich voort te planten. Altijd in het donker, liefst bij een mild regentje, maar ze hebben het natuurlijk niet voor het kiezen.

Je moet er oog voor hebben. Je moet ook niet bang zijn om je te vergissen. Het komt geregeld voor dat ik mij zorgzaam over een dood takje buig. Maar op het moment levert deze zorgzaamheid elke avond toch wel één salamandertje op.

Even na tienen laat ik mijn hond uit voor de nacht, altijd hetzelfde rondje, altijd langs dezelfde huizen, altijd dezelfde mensen die met de gordijnen open voor de televisie zitten. Maar laten we op de stoep letten.

Salamandertje, verstijfd van de kou, kansloos op de tegels. Ik buk mij om het dier op te rapen. Ik kijk even naar de roodachtige verkleuring op zijn buik en zet hem vervolgens in de palm van mijn hand, vouw mijn vingers voorzichtig dicht.

Dan is het je eigen lichaamswarmte die een salamandertje tot leven wekt. Je voelt een combinatie van gekronkel (dat is het lijfje) en gekriebel (dat zijn de teentjes). Kietelen kun je het niet noemen. Toch: een grappig gevoel – ik word er een beetje lacherig van.

Zo breng ik het dier een eindje in de goede richting, althans buiten het bereik van schoenzolen en autobanden. Ik zal niet overdrijven. Ik zal niet zeggen dat dit mijn bijdrage is aan de strijd voor een betere wereld. Maar je voelt je er beslist niet slecht bij.

Tegen half elf ben ik terug in huis. `Weer een salamandertje', zeg ik tegen Iris. Samen wachten we op Nova, het vaste blokje mond- en klauwzeer. Je ziet een boerenerf. Je ziet mannen in pakken alsof ze met nucleair afval werken. Je ziet een kalfje te voorschijn komen in de staldeur, handen die het in de goede richting duwen, een hand die zich naar het smalle voorhoofd beweegt, een dier dat ter aarde stort.

    • Koos van Zomeren