Lijdensweek

De week voor Pasen wordt vanouds in de christelijke kerk de Hebdomada Sancta of Heilige week, ook wel Goede Week of Lijdensweek genoemd, gewijd aan het lijden en de dood van Christus. Dit jaar was het tevens de week waarin de Eerste Kamer haar goedkeuring hechtte aan de wet die in gevallen van ondraaglijk en uitzichtloos lijden onder voorwaarden van strikte zorgvuldigheid euthanasie mogelijk maakt.

In de week van Goede Vrijdag valt, meer dan op enig ander moment, de christelijke obsessie met het lijden waar te nemen. Bachs Matthäus Passion laat ons het lijden van Christus meemaken op een manier die altijd opnieuw hartverscheurend is. Dat lijden kunnen wij navoelen, wat iets anders is dan de behoefte het lijden na te volgen. Kees Fens sprak in de Volkskrant in een bespiegeling over de Christus van Bach van het `verlangen tot deelname aan het lijden', een verlangen dat christenen echter niet alleen voor zichzelf zinvol achten. Zij vinden, als ik het goed begrijp, alle lijden zinvol. Hoe meer lijden, hoe beter. Aanhangers van de christelijke geloofsleer willen de berusting in iedere vorm van lijden, hoe ondraaglijk en uitzichtloos ook, aan anderen opleggen, omdat slechts God over het levenseinde mag beschikken.

De tegenstanders van de deze week aangenomen euthanasiewet toonden niet het minste respect voor de medische stand. Het was hun niet genoeg dat euthanasie in het Wetboek van Strafrecht blijft staan, hoewel het daar niet in thuishoort omdat zorgvuldig medisch handelen als zodanig geen delict kan zijn. De handhaving van de strafbaarheid van euthanasie is een uiting van wantrouwen tegen medici, een wantrouwen dat internationaal tot een ware hetze uitgroeide.

Het Vaticaan vergeleek Nederlandse artsen fijnzinnig met slachters. Ook de Duitse pers sloeg schrille tonen aan na de aanvaarding van het wetsvoorstel. `De Nederlanders hebben een dam doorgebroken. Maar de vloedgolf die over hun buurlanden zal heenkomen, zal allereerst Nederland verwoesten', schreef de Frankfurter Allgemeine Zeitung. Neem me niet kwalijk, maar de vloedgolf die Nederland verwoestte was een bruine vloedgolf uit Duitsland.

Ik verzin de vergelijking met nazi-Duitsland in dit verband niet, het was de Duitse pers en het waren conservatieve bladen elders die Nederlandse artsen uitscholden voor bedrijvers van nazi-praktijken. In de Eerste Kamer permitteerde E. Schuurman (ChristenUnie) zich iets dergelijks. Ook hij maakte de vergelijking met nazi-Duitsland. Daar werd de moord op zeventigduizend gehandicapten – een misdaad tegen de menselijkheid – euthanasie genoemd. Hoe wanhopig, buiten zinnen en verblind moet iemand zijn om laffe massamoord, ingegeven door een mensonterende ideologie, in de schoenen te willen schuiven van medici en politici die patiënten niet willen dwingen tot ondraaglijk lijden?

Volgens een commentaar op de voorpagina van Trouw moesten de politici die in de Eerste Kamer voor nazi werden uitgemaakt, of althans werden gemaand zich te spiegelen aan het Derde Rijk, zich dat maar gewoon laten aanleunen. `De woordvoerders van VVD en D66 in de senaat reageerden veel te verkrampt op critici, die een parallel trokken tussen de wet en de euthanasiepraktijk in nazi-Duitsland.' Weliswaar gaat de vergelijking mank, erkent Trouw, maar `dat betekent niet dat we ons in Nederland te gemakkelijk van die geschiedenis kunnen afmaken'. Stiekem worden zo de voorstanders van zelfbeschikkingsrecht voor terminale patiënten toch maar mooi verdacht gemaakt als lieden die weigeren na te denken over de gevaren van eugenetica.

Minder vergaand, maar uiteindelijk op hetzelfde neerkomend, is de stelling dat euthanasie samen zou hangen met veronachtzaming van doodzieke mensen, verwaarlozing en onverschilligheid. Ook dat argument komt er op neer dat euthanasie zoiets betekent als `opgeruimd staat netjes' en dat dus de voorstanders van de wet in diepste wezen een soort vermomde nazi's zouden zijn die slechts voor de sterken en gezonden opkomen, maar de lijdenden in de steek laten. Ik gruw van de vergelijking met nazi-Duitsland, maar ik realiseer me wel dat het telkens gebeurt als iemand diep geraakt en verontwaardigd is over een als onrecht ervaren situatie. Het is soms een uiting van opperste onmacht en ook ik maak me er schuldig aan.

Zo fantaseerde ik (of was het een soort dromen in een halfslaap?) dat er op mijn zolder een koe ondergedoken zat. Het was een koe uit de buurt van Ee in Friesland. Haar eigenaar had ik even tevoren in NOVA gezien, aangeslagen bladerend in een fotoalbum met innige herinneringen aan prijswinnende koeien die elkaar decennia lang hadden opgevolgd. Voor geen van die koeien leek ontsnapping mogelijk, maar toch zat er in mijn fantasie een naar Amsterdam ontvluchte Hendrika 35 verborgen op vijf hoog waar de vliering tijdelijk tot hooizolder was omgebouwd. Zo was het oude, vooroorlogse deuntje plotseling de passiemuziek van deze Lijdensweek geworden:

Holderdebolder

We hebben een koe op zolder

Een reus van een koe

Een pracht van een koe

Aboe, aboe, aboe!

Vraag me niet hoe ze de smalle trapjes naar haar schuilplaats was opgekomen. Of hadden we haar omhoog getakeld? Soms stak zij, onvoorzichtig, haar kop door het luik en loeide klagelijk over de Prinsengracht, waarmee zij de aandacht trok van de rijen toeristen voor het Anne Frankhuis. Zij loeide:

Können Tränen meiner Wangen

Nichts erlangen,

O, so nehmt mein Herz hinein!

Mijn fictieve onderduikkoe moet wel te maken hebben met de vergelijkingen die de laatste tijd zijn getrokken tussen de intensieve veehouderij en de holocaust. Blijkbaar ben ik gevoelig voor die vergelijking. Maar ook al mocht varkensvriend Robert Long haar van de rechter maken, ik heb er toch moeite mee koeien en mensen gelijk te stellen of het ruimen van boerenbedrijven ter bestrijding van de MKZ-epidemie in verband te brengen met vervolging en vernietiging van het Europese jodendom.

De vergelijking is verkeerd, te emotioneel en historisch ongepast. Hoe graag ik ook een koe op zolder zou willen, er zijn op het plattteland geen nazi's aan het werk.