Lessen in uitlenen

Een groeiende groep beleggers kijkt verlangend naar obligaties nu de aandelenkoersen lager staan. Moet je nu instappen? Misschien. Maar weet wel waaraan u begint.

Net als het echte leven kent de effectenwereld onstuimige minnaars en saaie kostwinners. De eersten – aandelen – brengen sensatie, maar breken ook harten. De laatsten – obligaties – lijken betrouwbaar, maar vaak spat er geen vonkje vanaf. Kijk maar naar het beursjubeljaar 1999. Een gemiddeld aandeel boekte toen 40 procent rendement, terwijl vastrentende waarden een kleine daling van 2 à 3 procent lieten zien. Vorig jaar bewees die saaiheid haar nut. Terwijl aandelen gemiddeld 5 procent verloren, maakten obligaties nog altijd 6 procent rendement. Had je dus obligaties moeten hebben? Moet je ze nu kopen? Wie meent dat obligaties altijd een veilige haven zijn, moet eerst even doorlezen.

Een obligatie is een verhandelbaar schuldbewijs dat deel uitmaakt van een grote lening aan een overheid of – steeds vaker – aan een onderneming. Normaal gesproken ontvangt de obligatiehouder jaarlijks een vaste rente – de coupon – en aan het einde van de looptijd krijgt hij het uitgeleende bedrag weer terug. Simpel? ,,Nee'', zegt Ivar Roeleven, directeur beleggingsfondsen van ING Investment Management. ,,Vastrentende waarden zijn net zo ingewikkeld en spannend als aandelen. Als je begin 1999 een 30-jarige staatsobligatie had gekocht die je na een jaar weer moest verkopen, had je 20 procent koersverlies geboekt wegens de gestegen rente. En steek je geld in obligaties van bijvoorbeeld KPN, dan is de rente extra hoog, maar de cashflow is minder zeker dan die van Staatsobligaties.''

Individuele obligaties noteren op beurspagina's in procenten van het uitgeleende bedrag, de nominale waarde. De koersvorming vertoont een logisch patroon. Stel u steekt 1.000 gulden in nieuwe Nederlandse Staatsobligaties met een couponrente van 5 procent en een looptijd van 10 jaar. Na een jaar stijgt de marktrente voor tienjaarsleningen van 5 naar 6 prodent. De koers van uw obligatie daalt daardoor, want niemand wil meer 1.000 gulden betalen voor uw 5 procent-obligatie als hij elders 6 procent op zijn geld kan krijgen. De obligatiekoers zakt daardoor totdat de jaaropbrengst van 50 gulden de 6 procent evenaart. Als een obligatie eeuwig zou lopen, zou de koers krimpen naar 83,33 procent, want 6 procent van 833 gulden is 50 gulden. De praktijk is ingewikkelder, want de invloed van de rentestand op de koers neemt af naarmate de resterende looptijd kleiner is. Dichtbij de aflossingsdag kruipt een obligatie weer naar zijn nominale waarde, want dat bedrag wordt terugbetaald.

Naast koersbewegingen kent de obligatiemarkt trends. ,,Steeds meer bedrijven in het eurogebied vervangen bankleningen door de uitgifte van obligaties'', zegt Edith Siermann, hoofd afdeling vastrentende beleggingen bij Robeco. ,,Als reactie daarop zie je nu hoogrentende of high yield obligatiefondsen ontstaan. Deze richten zich speciaal op bedrijfsobligaties met een hoger risico en een hogere renteopbrengst.'' De rentevergoeding op een obligatie hangt samen met de marktrente, maar ook met het risico dat de obligatiehouder zijn geld niet meer terugziet. Voor Europese Staatsobligaties is dit risico nihil, maar hoe kredietwaardig is een willekeurig bedrijf? Een belegger kan dat aflezen uit de rating van een obligatie. Die rating of risicoclassificatie wordt bepaald door professionele kredietbeoordelaars zoals Moody's of S&P. De categorieën AAA (Europese Staatsobligaties, Koninklijke Olie), AA (ABN Amro), A (Akzo) en BBB (KPN Telecom) zijn investeringen. Obligaties in de klassen BB, B, CCC, CC, C en D zijn echter speculatief. Men noemt ze wel junkbonds.

Een particulier kan minimaal vier redenen hebben om in obligaties te stappen. Roeleven: ,,Als je over tien jaar met zekerheid een bepaald bedrag terug wilt hebben, is een vastrentende belegging in tienjarige staatsobligaties het uitgelezen instrument.'' Ook kun je beleggingsrisico's spreiden door geld deels in obligaties te steken. Hoever je daarin moet gaan, hangt af van je beleggingshorizon. Wie dertig jaar lang aan een kapitaal gaat bouwen, zal vaak merken dat ook een aandelenportefeuille veilig kan zijn. Roeleven: ,,Naarmate het tijdstip nadert dat je geld met zekerheid nodig hebt, kun je verder overstappen naar vastrentende beleggingen. Neem dan liever een obligatiefonds dan 30-jarige staatsobligaties. In dat laatste geval zit je alsnog met koersrisico's.'' Soms maken externe factoren obligaties interessanter. Nu rente-inkomsten niet meer onder de inkomstenbelasting vallen, leveren obligaties mensen met hogere inkomens netto meer op dan voorheen. Ten slotte kun je met obligaties speculeren op koersstijgingen, maar de doorsnee particulier vindt dat niet eenvoudig.

Wie obligaties wil, kan kiezen uit fondsen of direct geld lenen aan een bedrijf of overheid. ,,Direct beleggen in bedrijfsobligaties geeft een iets hoger rendement'', zegt Edith Siermann, ,,maar via een fonds bereik je een betere spreiding. Juist voor bedrijfsleningen met lagere ratings is dat belangrijk, want je neerwaartse risico is theoretisch onbeperkt.'' Een fonds dat vooral in Staatsobligaties belegt, kent weinig debiteurenrisico, maar biedt als extraatje de gespreide looptijden van obligaties plus een actief rentebeleid. Siermann: ,,Het effect van spreiding is dat de fondskoers minder fluctueert dan de individuele obligatiekoersen. Bij een directe obligatiebelegging weet je dat je na tien jaar de hoofdsom terugkrijgt, maar over zo'n periode is het rendement vergelijkbaar met een obligatiefonds.''

Wie een vastrentend fonds wil, kan kiezen uit zo'n 100 verschillende. De een belegt wereldwijd, de ander kiest voor Europa, Amerikaanse dollars, opkomende markten of Engelse ponden. Fondsen moet je beoordelen op beleggingsbeleid, prestaties, betrouwbaarheid en aankoopkosten. De top 5 van de obligatiefondsen per 1 januari 2001 luidt volgens onderzoeksinstituut Nyfer, gemeten over vijf jaar: Alrenta, Rorento, Holland International Rentefonds, Henderson HF Sterling Bond en ING Bank Obligatie Fonds. Aan in- en uitstapkosten moet u hooguit 0,5 procent uitgeven.

Edith Siermann vindt dit een goed moment om in obligaties te stappen, ,,want we verwachten dat de rente gaat dalen'' (de koersen gaan dan omhoog). Maar obligatiekansen of niet, Roeleven kan zich ,,goed voorstellen dat particulieren hun aandelen aanhouden in plaats van naar obligaties te switchen. De aandelenkoersen staan nu op een aanzienlijk lager niveau. Nu afscheid nemen kan net verkeerd zijn. Laat de tijd zijn werk doen.''