LEGKAKEL

Het interessante artikel van Frans van der Helm over een publicatie door twee onderzoekers van de Universiteit van Sheffield over de legkakel van de hen (W&O, 7 april) vermeldt bevindingen die afwijken van mijn eigen observaties.

Ik houd sinds 53 jaar Hollandse patrijskrielen. Dit ras, sinds de zeventiende eeuw in Nederland bekend (en onder andere afgebeeld op schilderijen van M. de Hondecoeter) lijkt uiterlijk – en vermoedelijk ook genetisch – het meest van alle hoenderrassen op de `sjam oetan', de boskip. Deze komt in het wild voor op West-Java (Bantam, tevens het Engelse woord voor krielkip), Sumatra, Zuid-India en Ceylon.

De populatie in mijn tuin is kerngezond maar genetisch nogal homogeen. Er is slechts twee maal in 53 jaar een vreemde haan bijgekomen, overigens van hetzelfde ras. De populatie volwassen dieren varieert tussen de 15 en 25 per jaar, jaarlijks komen er zo'n 6 à 24 kuikens bij. Het jaarlijkse overschot aan jonge hanen (altijd 60 procent van de kuikens) gaat in oktober in de pan, voor zover de vos er niet eerder bij was. Oude kippen verdwijnen, eveneens via de vos, of omdat zij niet meer kunnen ontsnappen aan de kat van de buren, of een enkele maal door euthanasie. Ik vermoed dat mijn Hollandse patrijsjes, aangezien zij (kippen)generaties lang de ruimte hebben gekregen, zich vrijwel op gelijke wijze gedragen als hun wilde soortgenoten.

De hennen leggen hun nestjes op een verborgen plaats. Zij houden zich daarbij stil en blijven na het leggen van een ei meestal (namelijk als zij niet gestoord worden) circa 20 minuten op het nest zitten. Daarna wandelen zij stilletjes weg. Soms, maar dit komt zelden voor, beginnen zij te kakelen wanneer zij minstens 30 meter van het best verwijderd zijn, misschien om aandacht van kraaien, eksters, gaaien etc. af te leiden? Op het nest zelf wordt nooit gekakeld. In de onmiddellijke nabijheid van het nest wordt er slechts gekakeld wanneer de hen gestoord wordt. Dit gebeurt vaak door een andere hen, maar vaker door een haan.

Anders dan in het artikel gesteld, reageert de betrokken haan zéér merkbaar: hij gaat namelijk meekakelen. Zelfs komt het voor dat een haan vlakbij het nest, met de hen er nog op, aan het kakelen slaat zonder dat de hen meedoet. Ik heb de indruk dat hanen de rudimentaire neiging hebben het aangetroffen nest van een hun toebehorende hen te beschermen. (Overigens met negatief resultaat: kraaien en eksters komen op het gekakel af.) Er wordt inderdaad op dat moment niet `getreden', later echter volop. Een hen die aan de leg is, laat zich vóór en na gedane arbeid graag door een haan bekoren.

Merkwaardig is overigens het gedrag van hanen wanneer zij een broedse hen snappen, die van haar nest af is om te foerageren. De hanen achtervolgen haar tot zij de arme (kakelende!) hen te pakken hebben, waarna zij zich enthousiast aan `gang banging' schuldig maken. Voor de instandhouding van de soort lijkt dit onnut gedrag, omdat de hen normaliter pas een jaar later weer aan reproductie toe is.

    • A.W.G. van Riemsdijk Wassenaar