LEERMEESTERS ZONDER SCHOOL

Eigenlijk vindt Tayfun Kasal (20) ``alles'' leuk als het om timmeren gaat, vertelt hij in de rokerige schaftkeet op de bouwplaats van de ABN Amro-bank in Amsterdam Zuid-Oost. Terwijl hij zijn laatste hap brood doorslikt kijkt de leerling even hulpzoekend naar zijn leermeester Piet van Haperen. ``Want timmeren is tachtig procent vooruitdenken'', zegt hij dan. Van Haperen knikt goedkeurend. Die les is in ieder geval overgekomen.

Voor wie een baan wil in de bouw leiden er twee wegen tot een startkwalificatie, ofwel een diploma: gewoon vijf dagen per week naar school en stages lopen of maar één dag per week naar school en vier dagen betaald werken. Dat laatste is het voormalig leerlingstelsel, dat enige jaren geleden is omgedoopt tot Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL). Jaarlijks stromen hier een kleine 4.000 nieuwe leerlingen in. Het praktijkdeel volgen de meisjes, maar vooral jongens, bij een erkend leerbedrijf waar zij onder de hoede van een leermeester het vak in de praktijk leren en praktijkexamens doen. De theorie-examens worden op school afgenomen. Binnen de sector Bouw haalt zo'n 75 procent van de leerlingen het diploma.

Ook Tayfun is een BBL-leerling. Nadat hij zakte voor zijn eindexamen mavo had hij geen zin om het vierde jaar opnieuw te doen. En omdat hij al sinds zijn vijftiende sleutelend aan fietsen en brommers hele weekenden in het schuurtje had doorgebracht, leek een technisch beroep hem wel wat. Tayfun schreef zich in bij het Regio College Zaanstreek Waterland in Zaandam, waar hij begon aan de theoretische leerweg. Niet veel later koos hij toch voor de praktische weg.

Maar ook dat verloopt niet vlekkeloos. Door privé-omstandigheden waar hij liever niet over praat, gaat Tayfun inmiddels al een tijdje niet meer naar school. Wel komt hij trouw iedere dag naar de bouwplaats. En dat mag van zijn werkgever, erkend leerbedrijf Bouwflex en dochtermaatschappij van Randstad Holding. Jongens mogen stoppen met hun opleiding en toch bij Bouwflex blijven werken, in dezelfde structuur als toen zij nog wél naar school gingen. ``Dat is niet volgens het boekje'', reageert Wouter Turpijn, algemeen directeur van opleidingsinstituut Bouwradius Groep. Theorie en praktijk dienen juist een onlosmakelijke combinatie te vormen. Daarom krijgt de werkgever, Bouwflex in dit geval, dus ook geen loonkostensubsidie meer voor leerlingen die uitvallen op school.

Maar Bouwflex gaat nog verder. Als een soort terugkeer van de gilden in de bouw propageert het bedrijf een alternatieve route: een vak leren zònder naar school te gaan. Door één of twee jaar fulltime te werken onder de hoede van een vaste leermeester leren jongens bepaalde onderdelen van het vak. Maar in tegenstelling tot de erkenning die het gilde vroeger gaf aan zijn gezellen en meesters kan Bouwflex zijn leerlingen niets anders bieden dan een baan. Geen diploma, geen certificaat, niets. ``Kijk, we hebben te maken met enorme concurrentie van de metaal, de logistiek, noem maar op, die allemaal veel mensen nodig hebben'', zegt Wido Steeg, opleidingscoördinator bij Bouwflex. ``Dan moet je iets extra's bieden. Zo'n interne opleiding kan jongens net over de streep trekken om voor de bouw te kiezen.''

``Je moet wel naar de toekomst kijken'', reageert Turpijn. ``Als er minder werk is, dan zullen degenen zonder diploma het eerst op straat staan.'' Op de lange termijn levert `het gilde' van Bouwflex de jongens dus niets op. Turpijn heeft dan ook gemengde gevoelens over de praktijken van Bouwflex. ``Misschien moet je dankbaar zijn dat zij mensen binnenhalen en opleiden die anders verloren zouden zijn voor de bouw. Maar aan de andere kant vind ik dat je je moet houden aan het officiële traject dat opleidt tot een gekwalificeerde beroepskracht. Nu lijkt het een manier om goedkope arbeidskrachten te werven.'' Steeg vindt die suggestie ``een beetje flauwekul''. ``Wij zullen jongens die het in zich hebben altijd pushen om een opleiding te gaan doen, maar sommige jongeren maakt dat niets uit.''

``Een opleiding is cruciaal'', zegt Erik Gelderloos, hoofd Personeel & Organisatie van aannemersbedrijf Wilma BV. ``Het uitvoerende werk in de bouw is geschoold werk. Het is belangrijk dat mensen kennis hebben van veiligheidsaspecten en arbeidsomstandigheden. Ondanks de enorme schaarste zoeken wij altijd mensen met een opleiding en plukken we niet zomaar jongeren van straat om ze in de bouw te dumpen. Daarom werken we ook niet of nauwelijks met uitzendkrachten.'' Het traject van Bouwflex kent Gelderloos niet, dus daarover wil hij geen uitspraken doen. Maar hij geeft toe dat het feit dat de gilden-opleiding niet erkend is en er geen diploma aan verbonden is, het moeilijk maakt de jongeren in kwestie op hun merites te beoordelen.

Overigens sluit de gildenpraktijk van Bouwflex weer wèl aan bij de ideeën van minister Jorritsma, die in de laatste nota Maatwerk Deregulering Wetgeving (MDW) een lans brak voor het volledig in de praktijk laten opleiden van jongeren die uitvallen in het beroepsonderwijs. In de nota blijft echter wel het belang van een startkwalificatie overeind, alleen zou de weg naar het diploma volledig via de werkgever moeten lopen. Daarnaast bevat de nota een voorstel om afspraken te maken met sociale partners om jongeren zonder startkwalificatie niet aan te nemen, tenzij de werkgever ze laat scholen.

De pauze zit er op. Van Haperen en Tayfun vertrekken weer naar hun werkplek. Tayfun legt de laatste hand aan een doorgang in het kantoor, zodat dat vanaf de steiger rechtstreeks bereikbaar is. Met zijn koptelefoon op zaagt hij onder de ogen van Van Haperen keurig een balk af en schroeft hem op het plankier. Van Haperen en Tayfun vormen inmiddels al twee jaar een vast team en Tayfun leert zo de fijne kneepjes van het vak, van peil bepalen tot stellen en kozijnen maken.

Hoe je dat het beste kunt overbrengen heeft Van Haperen geleerd op de speciale cursussen voor leermeesters. Maar de lessen van Van Haperen gaan verder dan dat, het zijn ware levenslessen. ``Als leermeester voel ik mij verantwoordelijk voor de vorming van die jongens. Ik heb zelf een goede leermeester gehad, iemand die inzicht had, kon improviseren en die mij leerde met mensen omgaan. Ik heb veel bij mensen thuis gewerkt en dan moet je tot tien kunnen tellen. Dat zeg ik ook tegen Tayfun als hij zich ergens druk om maakt. `Hou je mond maar.' Maar dat wil niet zeggen dat je over je heen laat lopen. Als ik Tayfun iets wil laten doen en iemand zegt dat ik moet opschieten, dan houd ik mijn poot stijf. Híj gaat voor'', besluit Van Haperen, terwijl hij over zijn schouder met zijn duim naar Tayfun wijst.